Nu aan het lezen:

IFFR Postcard #10: De uitlaatklep

IFFR Postcard #10: De uitlaatklep


Wat als je in een maatschappij leeft die op ieder moment kan ontploffen door de spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen? Wat als je als jongeman meegevochten hebt aan de verkeerde kant hebt meegevochten in de Tweede Wereldoorlog en in die tijd al je vrienden verloren hebt? Wat als je twijfelt over je levensvisie, terwijl je daar je hele leven op hebt ingericht? Dan is het maken van een film misschien wel de ideale uitlaatklep.

Libanon is een kruitvat dat op ieder moment kan ontploffen. De grote bevolkingsgroepenleven (Christenen, Moslims en Palestijnse vluchtelingen) leven op gespannen voet en in een wankele coalitie met elkaar. In L’Insulte vormt een klein conflict tussen de Christelijke Tony en de Palestijn Yasser de lont in het kruitvat. Yasser is voorman bij een bedrijf dat de buurt van Tony moet opknappen. Een onenigheid over de afvoerpijp aan het balkon van Tony escaleert vervolgens tot het niveau dat heel Libanon erin meegesleept dreigt te worden.

Het kleine conflict leidt namelijk tot een vrij grote belediging en een vrij klein handgemeen dat leidt tot een kleine rechtszaak die uitmondt in een veel grotere rechtszaak. In die veel grotere rechtszaak nemen de advocaten vervolgens het op zich om de hele geschiedenis van het pas vrij kort bestaande Libanon te betrekken in de bewijsvoering. Een vrij extreme strategie lijkt me, die vreemd genoeg op weinig weerstand van de rechters kan rekenen.

Het maakt L’Insulte een beetje een vreemde film. Niet per se slecht, maar compleet ongeloofwaardig. Dat terwijl in een land met zo veel spanningen de verhalen voor het oprapen zouden moeten liggen. De langdradige verwikkelingen in de rechtszaal zijn ook bepaald niet de interessantste, ondanks de poging om daar nog extra drama toe te voegen. De advocaten die tegenover elkaar staan zijn namelijk vader en dochter. L’Insulte is een goed voorbeeld van een film die gebaseerd is op een goed idee, dat helaas heel slecht uitgewerkt is.

In de eerste helft van de twintigste eeuw was Japan in de greep van een gewelddadige en uiteindelijk noodlottige ideologie. Nobuhiko Ôbayashi, de regisseur van onder vele andere Hausu, toont ons in Hanagatami een groep jongeren die in die omstandigheden volwassen worden. De groep van zes jongelingen stapelt aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog driehoeksverhouding op driehoeksverhouding. Ze dromen over heldendaden terwijl de generatie boven hun alvast rouwt om hun naderende ondergang.

Ôbayashi hanteert een hele eigen stijl die heel subjectief aanvoelt, alsof we het verhaal beleven vanuit het gezichtspunt van één personage. Dit lijkt Toshihiko te zijn, de minst volwassene van het stel. Hij wordt gespeeld door een overduidelijk volwassen acteur (de 37-jarige Shunsuke Kubozuka), net als de rest van de jongeren. Net als met de zeer nadrukkelijke stijl die Ôbayashi hanteert wekt dat eerst verwondering op, maar je hebt als kijker ruim de tijd om er aan te wennen aangezien Hanagatami bijna drie uur duurt.

In een opgenomen boodschap vooraf aan de film vertelde Ôbayashi dat hij zijn leven gebukt is gegaan onder zijn eigen daderschap in de Tweede Wereldoorlog. Deze film doet veel aan foreshadowing wat dat betreft. We zien hoe de jongeren moreel gecomprimeerd worden door de samenleving waarin ze leven. Regelmatig horen we hoe iedereen een radertje is dat moet bijdragen aan het succes van de machine Japan. Wat dat betreft is het ook begrijpelijk dat Ôbayashi door middel van formele trucs (de stijl, de oudere acteurs) wat afstand tot de werkelijkheid creëert.

Het is en blijft een bijzonder gegeven: een Nederlandse filmmaker die zijn carrière gebouwd heeft op het maken van films in Taiwan. In zijn nieuwste film An Impossibly Small Object neemt David Verbeek dat gegeven eindelijk onder de loep. De eerste helft van An Impossibly Small Object is in de stijl die van Verbeek gewend zijn. Kalm, beschouwend en prachtig gefilmd in Taiwan. We volgen een meisje dat met haar vlieger speelt in de betonnen jungle van Taipei. Ze komt geïsoleerd over, passend bij Verbeeks gebruikelijk thema van disconnectie in moderne steden. Maar de film neemt een andere wending. Dit meisje heeft namelijk een diepe connectie met een scholgenootje. Als ze te horen krijgt

In dit deel zien we ook een Nederlandse fotograaf, gespeeld door Verbeek zelf, die foto’s neemt voor een nieuw kunstproject. Onder andere van het meisje dat de hoofdpersoon is van de film tot dan toe. Zijn personage past perfect bij het karakter van dit deel van de film: kalm en beschouwend. We volgen hem naar huis, naar Nederland. Hier begint het personage zich anders te gedragen en verandert ook het karakter van de film. Het personage wordt praterig en begint zich met anderen te bemoeien.

Het staat symbool voor de onrust die in Verbeek gevaren is. Hij twijfelt over hoe hij zijn leven heeft ingericht, zo blijkt uit de gesprekken die hij met een vriendin en met zijn ouders voert. Hij ontdekt dingen in zijn eigen leven die we eerder hebben gezien in het verhaal van het meisje. Ineens zien we overal connectie, waarmee Verbeek eigenlijk aangeeft dat hij twijfelt over de filosofie van disconnectie die zijn kunst tot nu toe gedreven heeft.

Het is niet de meest prettige verandering die ik hier zie in het werk van Verbeek. Ik vind het eerste deel van An Impossibly Small Object veel mooier dan het praterige deel in Nederland. Maar de verandering voelt wel oprecht en noodzakelijk. Alsof Verbeek zijn eigen twijfels onder ogen heeft moeten zien en ons in dat proces heeft meegenomen. Het impressionistische einde van de film verdient nog wel wat tijd om te overdenken, omdat het misschien wel de sleutel is tot zijn volgende werk.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken