Nu aan het lezen:

IDFA – verslag 6

IDFA – verslag 6

La Chana is een fenomeen en een natuurkracht. In Spanje staat zij bekend als een weergaloze flamenco-danseres die met haar ongelofelijke behendigheid de zigeunerdans naar een hoger niveau heeft getild. Nu is zij in de zeventig en slijt haar dagen met haar man en hondje. Op een luie stoel zit zij tv te kijken. Op andere momenten gaat ze lekker eten met haar vriendinnen.

Het is een mooi contrast dat regisseuse Lucija Stojevic weet te vangen in haar ontroerende en grappige documentaire over deze bijzondere vrouw. Ze is een gewoon en bescheiden mens, maar als het over de flamenco gaat, gebeurt er iets. Vol passie spreekt zij over het verlangen om te dansen en komt ze met prachtige vergelijkingen. Dansen is als een labyrint vol schatkamers. Het ritme is een afspiegeling van haar ziel. Deze woorden komen recht uit haar hart en zij deelt ze vrijmoedig met de kijker. En dan volgen opeens oude beelden van de jonge La Chana terwijl zij beweegt op een bijna bovenmenselijk tempo.

Haar carrière was uitzonderlijk. Zonder geschoold te zijn in de danskunsten werd zij in Spanje een sensatie en al snel gekroond tot de koningin van de flamenco. Peter Sellers raakte in de ban van haar verschijning en vroeg haar ten dans in The Bobo. De scènes uit die film laten een artiest zien op de top van haar kunnen. Zij geeft alles in een optreden waarbij de pijn van haar gezicht af is te lezen. Dat was vroeger, maar La Chana bereidt zich in de documentaire nog een keer voor om op te treden in Barcelona. Voor Stojevic een mooie kans om een artiest te tonen die ondanks haar leeftijd nog een onstuitbare vitaliteit bezit die zij wil delen met haar publiek.

Een ander krachtig en bijzonder persoon is James Billie. Een man die met alligators worstelt, in Vietnam heeft gevochten en ook nog een country-zanger is. Maar uit Wrestling Alligators blijkt dat zijn belangrijkste wapenfeit toch het introduceren van gokspelen op Indianen-reservaten is. Als stamhoofd van de Seminoles (de enige Indianenstam die geen vredesakkoord met de Amerikanen sloot) zocht hij naar manieren om geld binnen te halen. Bingo was het antwoord en al snel vestigden zich grote casino’s op zijn reservaat.

Andrew Shea’s vermakelijke documentaire is een portret van de man en zijn invloedrijke daden. Door de autonomie van reservaten te gebruiken om gokspelen toe te staan, zorgde hij voor een trend die werd overgenomen door andere indianenstammen. Dat ging niet zonder slag of stoot. De staat Florida werkte hem tegen, maar Billie won belangrijke rechtszaken die zijn positie versterkten. Problematischer is de onenigheid die uitbreekt als het geld binnenstroomt en corruptie tot gevolg heeft. Voormalige bondgenoten keren zich tegen Billie, terwijl de stam een steeds groter aandeel krijgt in de Hard Rock Cafe keten.

De film laat Billie’s bijzondere levensverhaal zien en geeft een beeld van de vorming van zijn charismatische persoonlijkheid. Als halfbloed Indiaan die door zijn blanke vader in de steek werd gelaten was hij altijd een outsider. Toch voelt hij zich erg verbonden met de tradities van de trotse Seminoles. Wat archiefbeelden tonen hoe de stam vroeger als een soort etnografische freakshow geld probeerde binnen te halen. Voor Billie was het daarom van belang om te zoeken naar alternatieven om de stam weer waardigheid te geven. Het succes komt wel met keerzijden als blijkt dat de rijke indianen steeds meer vervreemden van hun wortels. Een ontwikkeling die Billie tegen probeert te gaan. Hij leert kinderen hun oorspronkelijke taal en vertelt ze de verhalen die door de stamoudsten zijn overgeleverd.

Mo’ Wax was een uniek label in de jaren 90. Triphop, breakbeat, ambient en drum ‘n bass bloeiden op en Mo’ Wax stond aan de wieg van die genres. Dat alles gebeurde onder het toeziend oog van fanatiek vinyl-verzamelaar James Lavelle. Daarnaast was hij een meester op de draaitafels, Star-Wars-fan en voorloper van de street art scene. De aardige, maar iets te lange docu The Man from Mo’ Wax portretteert deze gedreven man die op zijn 18e het label begon en al snel werd uitgeroepen tot een van de meest toonaangevende muziekgoeroe’s van het moment.

Het valt niet te ontkennen dat die beginperiode veel mooie platen heeft opgeleverd. Wie een idee wil krijgen van de vernieuwde beats die toen werden uitgebracht doet er goed aan om de verzamelaars Headz weer eens op de draaitafel te laten spinnen. Heerlijke chille tracks op een relaxt tempo en met een jazzy vibe. Het was op die compilaties waar de Amerikaan Josh Davis debuteerde. Hij zou bekend worden onder de naam DJ Shadow en zijn revolutionaire album Endtroducing was voor Mo’ Wax een kritische mijlpaal en goudmijntje.

The man from Mo' Wax

The man from Mo’ Wax

Helaas ging het daarna mis. De docu toont veel mooi archiefmateriaal en wat malle interviews die MTV opname met Lavelle. Gesterkt door alle lof besloot hij om zijn ambitieuze project UNKLE van de grond te krijgen. Een soort supergroep die door Lavelle werd samengesteld en waar Davis het belangrijkste muzikale brein van vormde. Ze maakten het pretentieuze en gehypte album Psyence Fiction waar Thom Yorke (Radiohead) en Richard Ashcroft (The Verve) aan meewerkten. De creatieve overmoed viel helaas niet in goede aarde. Tot overmaat van ramp leidde de plaat tot een breuk met Davis die vond dat Lavelle onterecht te veel credits had gehad.

Dat Davis gelijk had over Lavelle’s kwaliteiten als artiest blijkt wel uit de soms tenenkrommende momenten die regisseur Matthew Jones weet te vangen van de opnamesessies van de daaropvolgende UNKLE-albums. Nummers worden door Lavelle onder grote tijdsdruk geschreven en afgeraffeld terwijl de gestreste muzikanten ze zonder veel inspiratie ten gehore brengen. Het zijn platen die steeds verder verwijderd zijn van de Mo’ Wax sound van de jaren 90 en meer experimenteren met Lavelle’s nieuwe fascinatie voor rockmuziek. Het zijn echter projecten die de reputatie van de man niet echt ten goede komen.

Morgan Spurlock werd bekend met Super Size Me en op IDFA was zijn nieuwe shockdoc Rats te zien. Glad geschoten als een soort horrorfilm met de sluwe en alomtegenwoordige knaagdieren als monster. De beelden liegen er niet om: een overvloed aan ratten die in New York tevoorschijn komt als het vuil buitenstaat, medische foto’s van diepe bijtwonden en nare infecties. Dat alles wel onnodig aangedikt met een dreigende soundtrack.

Het goorst zijn nog de scènes waarin wilde ratten door onderzoekers ontleed worden en een broedplaats voor vieze parasieten blijken te zijn. Zie daar een grote zwarte larve die zich in de buikholte van een beest heeft genesteld. Of de misselijkmakende lintwormen die zich in de ingewanden hebben verstopt en met hun scherpe tanden aan de maagwand knagen. Ze worden lekker lang in beeld gebracht om te benadrukken wat voor viezigheid ratten met zich meedragen.

Geheel in de lijn van oude mondo-documentaires gaat Spurlock de wereld rond op zoek naar vreemde en exotische rattenverhalen. In Vietnam hakt een oud vrouwtje met een vleesmes de beesten aan stukken. Vervolgens worden ze met wat rode pepertjes en knoflookteentjes klaargemaakt voor hongerige gasten die ze onder het genot van een biertje naar binnen werken. In Engeland worden terriërs ingezet om op ratten te jagen en de schattige hondjes scheuren agressief de knaagdieren aan flarden. Het zijn momenten waarop je Spurlock makkelijk van sensatiezucht kan beschuldigen. Vooral als je realiseert dat de film niet echt met schokkende nieuwe feiten komt. Dat ratten vies en gevaarlijk zijn, is voor de meeste mensen een behoorlijke open deur.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken