Nu aan het lezen:

IDFA verslag 4: contemplatieve cinema

IDFA verslag 4: contemplatieve cinema


IDFA viert dit jaar haar 30e editie en uiteraard is Cine daarbij. Deze anderhalve week doen we verslag van het documentairefestival. Vandaag komen we bijna tot stilstand.  

Zoals de laatste jaren gewoonte is geworden, draaien op het IDFA een aantal documentaires die gecategoriseerd kunnen worden als slow cinema of contemplatieve cinema. Een stroming die zich kenmerkt door lange shots,  met vaak een minimum aan dialoog en narratief. Regelmatig spelen landschappen daarin een belangrijke rol, zoals in El mar la mar, een documentaire over het grensgebied tussen Mexico en de Verenigde Staten. Een bedrieglijk landschap, waar de nacht midden op de dag kan vallen. “Everything out here is trying to kill you”, merkt iemand op.

Overal in het gebied zijn de sporen te vinden van hen die erdoorheen trokken. Achtergelaten rugzakken, lege waterflesjes. En niet zelden is het meer dan spullen wat mensen hier hebben achtergelaten. We horen stemmen vertellen over hun tocht door het gebied. Hoe ze gewonden of vermoeiden moesten achterlaten of hoe ze op de overblijfselen stuitten van hen die waren achtergebleven. Het zijn verhalen die we horen zonder dat we de mensen zien die ze vertellen. Een symbolische keuze van de makers, want veel van hen die de andere kant van de grens wel halen, verdwijnen in de illegaliteit.

Nog een film waarin we iemand horen praten zonder hem te zien is In Praise of Nothing, een essayistische documentaire van Boris Mitiç, met een voice-over van Iggy Pop. Die vertolkt daarin de stem van Niets en vertelt over diens opkomst en ondergang in het leven van de mens. Maar de film is ook een reflectie op cinema. “I’m there in every shot if you bother to find me”, zegt Niets, een uitnodiging om in het beeld op zoek te gaan naar daar waar niets gebeurt. Om zo te zien hoe niets iets  mogelijk maakt.

In Praise of Nothing neemt ons mee over verschillende continenten, laat de aanwezigheid van afwisselend de mens en de natuur zien in afwezigheid terwijl de stem van Niets ons toespreekt. Soms vermanend, soms verleidend.  Soms filosofisch, soms banaal. Soms melancholisch, soms geestig. Het is een documentaire die zich niet in één keer laat vangen en dat moet je ook niet proberen. De betekenis van elk woord en elk beeld direct willen begrijpen leidt alleen maar tot frustratie. Zoals de stem van Niets ons instrueert: “let your  mind roam free.”

En dat is een goed advies voor al deze films. En tegelijk is het iets waar we vaak moeite mee hebben. We zijn geconditioneerd in de verwachting dat de film ons alles aanreikt. En wanneer dat niet gebeurt, is het lastig die passieve houding om te zetten, waardoor we iets al snel saai vinden. Dat is niet zozeer luiheid, het  laat zien hoe moeilijk het is om op een andere manier te kijken. In veel films heeft alles in een shot (de compositie, de belichting, etc.) tot doel om onze blik te sturen. In dit soort films wordt je blik en aandacht niet gestuurd en dat vraagt om een andere houding van de kijker.

Zo lijkt het in sommige shots uit Awaken van Jiawei Ning alsof er geen enkele beweging is. Tot je ernaar op zoek gaat. En het verschuiven van de wolken of het wuiven van een grasspriet ontwaart. Een film als Awaken beperkt het aantal prikkels in beeld, niet om je in slaap te sussen, maar juist om je zintuigen op scherp te stellen. Om je maximale concentratie te vragen voor wat er wel is; de geluiden van smeltend ijs of water dat langs een boot klotst, de constante transformatie van de ijsschotsen die met elke verandering van het licht een andere kleur krijgen.

Awaken portretteert een Chinese visser die na een lange winter zijn boot prepareert om de zee op te gaan. In lang aangehouden shots zien we hem de bevroren sneeuw van de kabels afslaan, gaten in het ijs zagen. De concentratie van de visser valt zo samen met de concentratie die van de kijker wordt gevraagd. Het best werkt de film wanneer die werkzaamheden op de millimeter (vaak gefilmd met een GoPro-camera) worden afgezet tegen de onmetelijke natuur die de eenzame visser omringt.

Ook in Turtle Rock zien we die kalme aandacht terug. In het kappen van bamboe, in het bereiden van het eten en het uit een buis slaan van een pijp. De Chinese filmmaker Xiao Xiao groeide zelf op in dit afgelegen dorp waar slechts zeven families wonen en dat voel je in de vertrouwelijkheid tussen hem en de omgeving en vooral de mensen die er wonen. Met zijn trage tempo en prachtige zwart-wit fotografie herinnert Turtle Rock aan Kaneto Shindõ’s The Naked Island uit 1960. Ook in die documentaire werd één familie gedurende een heel jaar gevolgd, ditmaal op een afgelegen Japans bergeilandje.

Aan het begin van Turtle Rock zit een shot van een spin die door de wind wordt gewiebeld in zijn web. Later bij het kappen van bamboe merkt iemand op hoeveel reuzenmieren er rondlopen. Die mieren zijn waarschijnlijk, net als de man die de bomen kapt, werk aan het verrichten. Zoals die spin een huis aan het bouwen was. Zo wordt in details een verhaal verteld waar andere details weer een ander verhaal vertellen. Verhalen die naast en door elkaar heen bestaan. Als je het geduld hebt te luisteren en te zien.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken