Nu aan het lezen:

IDFA verslag 2: Amerika – land of the free, home of the brave

IDFA verslag 2: Amerika – land of the free, home of the brave


IDFA viert dit jaar haar 30e editie en uiteraard is Cine daarbij. De komende anderhalve week doen we verslag van het documentairefestival. Vandaag reizen we af naar de Verenigde Staten. 

De verkiezing van Trump hangt als een schaduw over bijna elke documentaire die dit jaar uit Amerika komt, maar meest expliciet over Greg Barkers The Final Year. Daarin verslaat hij het laatste jaar van Obama’s presidentschap, specifiek gericht op het buitenlandbeleid. De documentaire laat zien hoe men in dat laatste jaar trachtte nog zoveel mogelijk deals te sluiten of in elk geval dusdanig te solideren dat ze door een volgende president niet zomaar ongedaan gemaakt konden worden. Dat die volgende president Donald Trump zou zijn, leek echter niemand serieus te verwachten.

We volgen onder meer de activistische VN-ambassadeur Samantha Power en de schijnbaar onvermoeibare buitenlandminister John Kerry, die pogingen deed een vredesproces in Syrië op gang te krijgen, naar Groenland reisde om met eigen ogen de gevolgen van klimaatverandering te zien en een  historische nucleaire deal met Iran sloot. En toch voelt het alsof Barker met de mate van toegang die hij kreeg te weinig heeft gedaan, of  misschien juist teveel. Het volgen van één iemand  als Kerry of Power was meer dan genoeg geweest. Zo krijgt The Final Year vooral gewicht door die schaduw die eroverheen hangt. In de Q&A na afloop merkte producent Julie Goldman op dat het presidentschap van Obama al zo lang geleden lijkt. Dat de inauguratie van Trump nog maar elf maanden geleden is, is een deprimerende gedachte. Hoeveel in die korte tijd kapotgemaakt schrikbarend.

In The Work van Jairus J. McCleary zijn we getuige van een vierdaagse therapiesessie die de veroordeelden in een gevangenis in Californië tweemaal per jaar ondergaan samen met vrijwilligers van buitenaf. Gedurende intense sessies, waarbij ze al hun ideeën en vooroordelen over elkaars overtuigingen en misdaden opzij moeten schuiven, worden de mannen gepusht om diep in hun ziel te roeren, waar het negen van de tien keer om één figuur draait: papa.

De documentaire laat zie hoe masculiniteit, of althans het idee dat daarvan bestaat en heerst, een gevangenis op zichzelf kan zijn. Het is schokkend hoe vaak de mannen in deze documentaire elkaar moeten verzekeren dat het oké is om iets te voelen en dat te uiten. Het tonen van emotie beschouwen als een zwakte is voor mij iets zo onbegrijpelijks dat ik bij het zien van deze documentaire niet alleen geraakt werd, maar hier en daar ook gefrustreerd. Ik geloof niet dat sessies als deze iemand daadwerkelijk kunnen veranderen, maar wat de documentaire wel versterkt is mijn overtuiging dat we anders tegen genderidentiteit moeten aankijken.  Het is uiteraard te makkelijk om de agressie en soms haat in deze mannen enkel terug te voeren op dat starre idee van mannelijkheid, maar dat het een factor is, is niet te ontkennen.

Die vraag of iemand werkelijk kan veranderen komt ook terug in Land of the Free, die bijna als een vervolg werkt. Hierin volgt Camilla Magid een drietal mensen die net uit de gevangenis komt. Zo is er de 18-jarige Juan, die verandering belooft aan zijn vriendin en pasgeboren kind, maar hen  na enkele weken alweer in de steek laat om drugs te verkopen. Daar tegenover staat het verhaal van Brian, die vrijkomt na een 24-jarige straf. Het is nauwelijks voor te stellen hoe buitenaards de wereld moet voelen als je zolang vast hebt gezeten. Iemand moet hem uitleggen wat email is en hij moet op zijn 42e nog uitvinden hoe je een relatie met een vrouw aangaat.

In Amerika ligt het recidivecijfer ontzettend hoog en dat is nauwelijks verbazend. Het gevangenissysteem is nog meer dan hier in Nederland niet ingericht om mensen voor te bereiden op een terugkeer in de samenleving. Het creëert een cyclus waaruit het moeilijk ontsnappen is. Wie de woedeaanvallen ziet van de 7-jarige Gianni, wiens  moeder werd opgepakt door de grenspolitie en vader afwezig is, vreest het ergste.

Waar In the Land of the Free en The Work gaan over het gevangenissysteem, daar legt Whose Streets? de ernstige misstanden bij de Amerikaanse politie bloot. De documentaire van Sabaah Folayan is een kroniek van de rellen in Ferguson na de dood van Michael Brown, de ongewapende tiener die in 2014 werd doodgeschoten door de politie, en de Black Lives Matter beweging die daaruit ontstond. Commentaar geven de makers niet. Het van twee kanten belichten doen ze ook niet. Dit is het verhaal van de demonstranten. Die eigenlijk nauwelijks demonstranten zijn. Want dit rellen noemen maakt het te makkelijk om het over de excessen daarvan te hebben en niet over de woede die eraan ten grondslag ligt.

Want die woede is gerechtvaardigd. Zo lang dat niet erkend wordt of er mitsen en maren bij worden geplaatst, kunnen we niet vooruit. Te vaak wordt gewezen op wat wel verbeterd is en te vaak spreekt daaruit het sentiment dat  het nu wel genoeg is. Maar niemand heeft het recht van een ander te vragen genoegen te nemen met minder dan hij zelf heeft. En dat gaat veel verder dan geld of onderwijs. In zijn boek Between the world and me schrijft Ta-Nehisi Coates: “All our phrasing […] serves to obscure that racism is a visceral experience.” Het gaat over lichamen. Lichamen die kwetsbaar zijn simpelweg omdat ze zijn.

“Wij moeten hier leven”, merkt iemand in Whose Streets? op. En dat dagelijks leven is precies wat Quest toont, één van de indrukwekkendste documentaires die ik tot nu toe zag op het IDFA. Jonathan Olshefski volgde acht jaar lang een familie in noordelijk Philadelphia, Christopher en Christina’e Rainey en hun dochter PJ. Op een totaal andere manier dan in Whose Streets? komt ook hier de kwetsbaarheid van het lichaam terug. Beide films maken het onmogelijk die kwetsbaarheid en de impact daarvan te bagatelliseren. Dit gaat over leven of dood. Niet in een overdrachtelijke zin, maar letterlijk.

Dat de film eindigt bij de verkiezing van Donald Trump is het onnodig expliciet maken van een politiek statement dat de film daarvoor juist zo subtiel maakt. Want ook zonder die beelden schrijnt het reactionaire karakter van diens verkiezing. Schuurt diens toch al holle belofte om de stem van the unheard te vertolken, om vervolgens tegenover een zaal vol met zijn aanhangers Afro-Amerikanen aan te duiden als “they”.

The Fnal Year is nog te zien op 25 november
The Work is nog te zien op 23, 24 en 26 november
Land of the Free is nog te zien op 24 en 25 november
Whose Streets? is nog te zien op  24 en 25 november
Quest is nog te zien op 23 en 25 november
Kijk voor meer informatie en tickets op de site van het IDFA

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken