Wanneer een interviewer aan componist en muzikant Frank Zappa vraagt hoe hij herinnerd wil worden antwoordt hij: “I don’t care.” Hij is dan al ernstig ziek en zal niet lang daarna, op 52-jarige leeftijd, aan de gevolgen van prostaatkanker overlijden. Fotograaf Robert Mapplethorpe, die op 42-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van aids, was juist extreem bezig met de erfenis die hij zou achterlaten. Hij wilde niet zomaar herinnerd worden, hij wilde een legende zijn.

Op het IDFA draaien documentaires over deze beide kunstenaars. Mapplethorpe: Look at the Pictures, van Fenton Bailey en Randy Barbato, is een chronologisch opgezette film over het leven en werk van de Amerikaanse fotograaf. Van zijn katholieke opvoeding via zijn verblijf in het roemruchte Chelsea Hotel, waar hij een polaroidcamera aanschafte en zijn visie steeds duidelijker vorm kreeg, tot zijn controversiële succes. Thorsten Schüttes Eat That Question: Frank Zappa in His Own Words is samengesteld uit interviewfragmenten met Zappa, dwars door de tijd en zijn omvangrijke oeuvre heen. Van de optredens met The Mothers of Invention tot de klassieke composities die hij aan het einde van zijn leven opnam met verschillende orkesten in Europa.

Twee volstrekt verschillende documentaires over zeer verschillende kunstenaars. En toch zijn er op z’n minst twee vlakken waar ze elkaar ontmoeten, zo tonen deze films. Allereerst in hun perfectionisme. Dat Zappa’s composities soms chaotisch klinken, komt omdat ze ingaan tegen de conventies die onze oren als harmonieus herkennen, want ze zijn wel degelijk tot in de puntjes uitgedacht en Zappa eiste grote discipline van zijn muzikanten. Mapplethorpe’s perfectie was verweven met zijn ambitie. Al is ‘ambitie’ volgens een vriendin van hem een eufemisme. Mapplethorpe vroeg zich bij alles obsessief af of er over geschreven zou worden en alles en iedereen rond hem draaide als planeten rond een zon. Zoals fotograaf en ex-geliefde Marcus Leatherdale opmerkt: “To be in Roberts world you had to either be rich, famous, or sex.”

Maar het grootste raakvlak tussen Zappa en Mapplethorpe is obsceniteit. Waar kunst is, ligt censuur op de loer. In 1934 werd Hollywood onderworpen aan de beruchte Hays Code, die de zedelijkheid van films moest bewaken. In 1957 werd een boekwinkeleigenaar aangeklaagd voor het verkopen van Allen Ginsbergs gedicht Howl, waarin onder meer expliciet aan homoseksualiteit wordt gerefereerd. Vooral aan dat laatste proces herinnert de scène waarmee Mapplethorpe: Look At the Pictures opent, waarin senator Jesse Helmes fulmineert tegen de in zijn ogen perverse foto’s (ironisch genoeg door ermee te zwaaien en te roepen: “Look at the pictures!”). De foto’s waar de senator zich zo over opwond, waren voornamelijk de zes die bekendstaan als het X Portfolio, die tentoongesteld zouden worden in een reizende overzichtsexpositie vlak na de dood van Mapplethorpe in 1989. Een museum in Cincinnati werd voor de rechter gesleept in een poging de expositie te dwarsbomen. Het was de culminatie van de controverse die Mapplethorpe altijd achtervolgde (en die hij ook cultiveerde) door zijn openlijk homoseksuele levensstijl en zijn expliciete foto’s van SM en mannelijke genitaliën. Dat Mapplethorpe veel meer was dan die controverses, maakt de documentaire mooi duidelijk door zijn werk (door broer Edward bondig samengevat als “from flowers to fistfucking”) als een geheel te tonen, waardoor duidelijk wordt dat er ook voor Mapplethorpe in zekere zin geen wezenlijk onderscheid bestond.

Zappa kreeg al bij leven te maken met institutionele tegenwerking, zo toont Eat That Question. Al vanaf het begin van zijn carrière trachtten platenmaatschappijen zijn teksten te censureren, wat ertoe leidde dat Zappa zijn eigen productiemaatschappij begon en al zijn muziek in eigen beheer uitgaf. Hij kreeg het imago aangesmeerd van een drugs-gebruikende hippie. Zijn onnavolgbare muziek moest immers wel zijn ontsproten aan geestverruimende middelen en daarnaast was het een poging hem (en daarmee zijn ideeën) in diskrediet te brengen. In werkelijkheid gebruikte Zappa geen drugs en verbood het zelfs in zijn band en wie Eat That Question ziet, kan niet anders dan concluderen dat hij weloverwogen en eloquent zijn ideeën vormde en articuleerde. Toen in 1985 het Parents Music Resource Center werd opgericht door vier vrouwen die zich zorgen maakte over het ‘obscene’ taalgebruik in liedteksten, was Zappa een van de muzikanten die op een hoorzitting van het comité verscheen om de vrijheid van kunstenaars met verve te verdedigen.

Dat deze documentaires voor volle zalen op het IDFA draaien zegt iets over de evolutie in de waardering van hun werk. Hun plaats en belang in de fotografie en muziek zijn inmiddels apert geworden. Helaas zegt het minder over de frictie tussen censuur en kunst, want die bestaat nog altijd, waarbij commercie wellicht de meest sluwe en tegelijk dwingende vorm is. Iets wat Zappa al signaleerde en met succes wist te ontduiken. Maar in de tussenliggende jaren is de macht van het geld (zeker in de muziekindustrie) alleen maar gegroeid en dat perkt de vrijheid van de kunstenaar in op een manier die slinkser en daardoor schadelijker is dan die rechtszaken. Die werden immers allemaal verloren. Het geld, daarentegen, wint maar al te vaak.

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren