Nu aan het lezen:

IDFA verslag 1: (levens)kunstenaars

IDFA verslag 1: (levens)kunstenaars


IDFA viert dit jaar haar 30e editie en uiteraard is Cine daarbij. De komende anderhalve week doen we verslag van het documentairefestival. Met vandaag documentaires over onder meer Jean-Michel Basquiat en André Leon Talley.

Ergens tijdens mijn middelbare schooltijd stuitte ik op een gruizige zwart-wit foto. Een man staat voorovergebogen met over zich heen een deken waaruit het ronde heft van een wandelstok steekt. Tegenover de man een coyote, zijn tanden in de deken gezonken. Je kunt hem bijna horen grommen. Dat die man de Duitse kunstenaar Joseph Beuys was en de foto van zijn performance I like America and America likes me uit 1974, dat de deken van vilt was en hoe significant dat in diens werk was, ik ontdekte het allemaal pas jaren later. Maar die foto, zonder context of interpretatie, heeft zich destijds in mijn geheugen gegrift. Een van de eerste documentaires waarbij ik in het programma van het IDFA dan ook een vinkje zette, was Beuys van Andres Veiel.

Het overgrote deel van de film bestaat uit archiefmateriaal, wat er in overvloed is. Beuys zocht de aandacht van media graag op. Met zijn performances (zijn bekendste waarschijnlijk die waarin hij schilderijen uitlegt aan een dode haas), maar ook via debatten, toespraken en – toen zijn docentschap aan de kunstacademie van Düsseldorf werd beëindigd – met een protest. In de documentaire worden we in die zee aan archiefbeeld gestort zoals Alice in het konijnenhol. Bij vlagen is dat overweldigend, vooral als je niet heel bekend bent met het werk van Beuys. En de vluchtige structuur van de documentaire zal hem voor kenners waarschijnlijk een tikje te oppervlakkig maken. Maar voor mensen die zoals ik ergens daartussen zweven, is het een welkom document van een fascinerend figuur, met nog altijd verfrissende ideeën over kunst.

Tegenover de onconventionele aanpak van Veiel staan een aantal meer conventionele portretten van kunstenaars. Twee daarvan, Antonio Lopez 1970: Sex, Fashion & Disco en Boom for Real: The Late Teenage Years of Jean-Michel Basquiat hebben opvallende gelijkenissen. Buiten het feit dat beide documentaires een lange titel hebben, richten ze zich allebei op de jaren zeventig, een decennium van waarin de kunstscene in New York bijna uit zijn voegen barstte van creativiteit, vlak voor in de jaren tachtig twee zwaarden van Damocles neerkwamen: aids en de crack-epidemie. Beide kunstenaars overleden in dat noodlottig decennium; Antonio Lopez aan de gevolgen van aids in 1987, Jean-Michel Basquiat een jaar later aan een drugsoverdosis.

Sara Driver houdt de focus van haar documentaire precies waar de titel hem suggereert. Boom for Real beslaat de vroege carrière van Basquiat in de jaren zeventig, eindigend bij de Times Square Show, een grote expositie die in 1980 zijn definitieve doorbraak betekende. In de voorliggende jaren maakte hij naam onder het pseudoniem SAMO (een samentrekking van same old), een graffiti-tag die hij bedacht samen met graffitikunstenaar Al Diaz en waarmee ze de muren van New York voorzagen van cryptisch poëtische boodschappen.  Net als die graffiti zwierf Basquiat over straat, een wervelwind van inspiratie en ongebreideld talent.

Waar de jaren zeventig voor Basquiat het decennium vormden waarin hij zich begon te vestigen als kunstenaar, waren het voor Lopez de jaren waarin hij naar Parijs trok, beste maatjes werd  met Karl Lagerfeld en samenwoonde met de door hem ontdekte Jerry Hall; op de top van zijn roem was kortom. Genoeg zou je denken om een film mee te vullen en toch waaiert James Crumps documentaire uit. Teveel naar mijn mening. Zo wordt er een heel segment gewijd aan de wrijving tussen de flamboyante Lagerfeld en de schuchtere Yves Saint Laurent die niets zegt over het werk van Lopez.

Wat beide documentaires vooral parten speelt is dat ze rond hun subject cirkelen, maar de kern onkenbaar blijft. Er wordt veel gezegd over Basquiat en Lopez, maar het zijn veelal inwisselbare gemeenplaatsen. Dat valt nog extra op als je de twee films in een kort tijdsbestek ziet. Iedereen werd verliefd op hem, zijn talent was ongeëvenaard; het zijn frasen die bijna in exact dezelfde bewoordingen in beide documentaires voorbij komen. Het werk van de kunstenaars zelf krijgt daarentegen onvoldoende kans te spreken en zo blijven de stemmen waar het werkelijk iets te afwezig.

Dat is anders in de twee laatste documentaires in dit verslag. Om te beginnen The Gospel According to Andre, over de voormalig editor-at-large van Vogue magazine André Leon Talley. Een figuur waar je in de modewereld letterlijk en figuurlijk niet omheen kan. Een flamboyante, zwarte man van bijna twee meter die zich hult in capes en kaftans. Een vriendelijke man met een expressieve stem en bulderende lach. Maar ook, zo stelt regisseur Kate Novack tijdens de Q&A na afloop, een enigma. Naast wat verplichte pratende hoofden (Anna Wintour, Marc Jacobs), laat ze vooral Talley zelf aan het woord en levert een portret af dat persoonlijk en rijkgeschakeerd is.

Talley werd geboren in de American South en groeide op ten tijde van de Burgerrechtenbeweging. Zelf was hij een van de eerste zwarte mannen in de modewereld. Toch is hij opvallend terughoudend in zijn uitlatingen over zijn zwart-zijn . Er is maar één scène waarin hij direct spreekt over het racisme dat hij ondervond. Hij liet het over zich heen komen, zegt hij terwijl er een traan aan zijn ogen ontsnapt. Die terughoudendheid is geen lafheid of onverschilligheid. Hij heeft er jarenlang voor gewerkt om zichzelf een positie te verwerven waarin men niet meer om hem heen kan. Niet vanwege dat enorme lijf, maar vanwege zijn grandioze gevoel voor stijl en zijn onfeilbare kennis van mode. Zonder het te zeggen, toont de film dat dat zijn revanche is geweest.

In Rezo, een liefdevol portret dat Leo Gabriadze maakte over zijn vader, de Georgische theatermaker en marionettenspeler Rezo Gabriadze, is die vader zelfs de enige die aan het woord is. Hij vertelt over zijn kindertijd, de jaren direct na WOII. Hoe hij als kleine, schuchtere jongen (“een bolletje misverstand met een schooltas”) spijbelde om te kunnen lezen in de lokale bibliotheek, hoe hij zijn grootouders bezocht die naast een krijgsgevangenenkamp woonden en een Duitse gevangene toegewezen kregen om klusjes in huis te doen.

Maar het is vooral ook een film over de kracht en het belang van vertellen. Het is direct duidelijk dat Rezo fantaseert, zoals wanneer de portretten van Lenin en Stalin die in de basisschool hangen tot  leven komen om over zijn lot te debatteren. Maar we leren iemand niet kennen via de feiten van diens leven. We leren iemand kennen via hun verhaal. Juist de manier waarop zijn verbeelding zich mengt in zijn levensverhaal maken de worsteling en angst die Rezo Gabriadze als kind doormaakte zichtbaar, tonen hoe hij geworden is wie hij is. Zoals Leo Gabriadze in de Q&A na afloop zei: “he was hiding in fantasy, but the fantasy is his reality.”

Beuys is nog te zien op 23 november
Boom for Real: The Late  Teenage Years of Jean-Michel Basquiat is nog te zien op 23 en 24 november
Antonio Lopez 1970: Sex, Fashion & Disco is nog te zien op 20, 22, 23 en 24 november
The Gospel According  to Andre is nog te zien op  20, 24, 25 en 26 november
Rezo is nog te zien op 22  en 23 november
Kijk voor meer informatie en tickets op de site van het IDFA

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken