Nu aan het lezen:

IDFA 2018: Verdwijnende werelden

IDFA 2018: Verdwijnende werelden

 

Dit jaar zijn op het IDFA een aantal documentaires te zien die mensen en samenlevingen portretteren die nog niet door de moderne tijd zijn ingehaald. Of er juist door zijn achtergelaten, het is maar hoe je het bekijkt.

Zo ontmoeten we in Beloved de 82-jarige Firouzeh, die sinds het overlijden van haar man tien jaar eerder alleen in de bergen van Iran doorbrengt. Of eigenlijk niet alleen, maar met haar koeien. De winters brengt ze door in een dorp in de vallei, waar ze bij kennissen langsgaat en de telefoon gebruikt om haar kinderen te bellen, die ze eerst liefdevol vraagt hoe het met ze gaat en daarna uitkaffert omdat ze nooit eens bij haar langs komen. Iedereen probeert haar te overtuigen in het dorp te blijven en niet meer met haar koeien de bergen in te trekken voor de zomermaanden. Want wat als daar iets met haar gebeurt? Als ze in die bergen ziek wordt of valt is hulp buiten bereik. De vraag is misschien wel of ze dan überhaupt nog op hulp zit te wachten. ‘Mijn dagen zijn als nachten geworden,’ verzucht ze.

Beloved is een innemend en regelmatig ook geestig portret. Terwijl we Firouzeh zien in haar dagelijkse bezigheden, laat regisseur Yaser Talebi haar vertellen over haar leven. Dat doet ze op een manier die, schijnbaar zonder dat ze dat bedoelt, de positie van vrouwen in de Iraanse (rurale) samenleving blootlegt. Zoals wanneer ze opmerkt dat ze ‘was vergeten dat ik een moeder moest worden.’ Ze werd uitgehuwelijkt en kreeg elf kinderen. Firouzeh is geen rebel, maar haar levensverhaal is desondanks een constant spanningsveld geweest tussen de weg die je als vrouw wordt geacht te bewandelen en het pad dat ze in haar hart wil blijven volgen. Het pad dat de bergen in leidt, met haar koeien.

Ook in Losing Alaska zien we mensen die gedwongen worden tot een verandering van hun manier van leven. De van oudsher nomadische Joepiks van Alaska wonen sinds enkele decennia op vaste plekken, omdat ze anders geen aanspraak kunnen maken op overheidsvoorzieningen. Maar die dorpen worden nu bedreigd door de opkomende zee. Het door klimaatverandering rap opwarmende water erodeert de kust, soms met happen tegelijk, ‘eating land like it was candy.’ Regisseur Tom Burke portretteert in zijn documentaire zo’n plaatsje, het ongeveer 350 inwoners tellende Newtok. Voor hen is klimaatverandering geen abstract begrip, maar een dagelijkse realiteit. Binnen afzienbare tijd zullen ze moeten verhuizen, misschien zelfs naar een stad, wat voor deze veelal zelfvoorzienende mensen een schrikbeeld is.

Nog meer kou vinden we in How Big is the Galaxy? van Ksenia Elyan. Diep in het noorden van Siberië wonen de Dolganen, een inheems volk dat een nomadisch bestaan leeft. Zo ook vader en moeder Zharkov en hun twee zoontjes Zakhar en Prokopy. De twee broertjes vormen het hart van de documentaire. We zien hoe ze les krijgen van thuisonderwijzer Nelly, hoe ze hun ouders helpen bij het villen van rendierpoten en hoe ze in de sneeuw met elkaar stoeien. De documentaire doet geregeld denken aan de films van Byambasuren Davaa (The Cave of the Yellow Dog, The Story of the Weeping Camel) in de manier waarop het perspectief van de kinderen leidend is. En net als in die films zijn er vleugjes van magisch realisme wanneer ’s nachts droombeelden rondspoken.

Een andere overeenkomst is de mengeling van een eeuwenoude manier van leven met moderne elementen die daarin zijn gesijpeld. De kinderen dragen Adidaskleren en kijken horrorfilms op televisie. Anders dan in Losing Alaska of Beloved is er in How Big is the Galaxy geen directe bedreiging voor het bestaan van de Zharkovs. Toch is de vraag hoe lang deze nomadische en geïsoleerde manier van leven nog zal blijven bestaan op de achtergrond voelbaar.

Dat geldt zeker ook voor het vissersplaatsje Ushimado in Inland Sea. De tijd lijkt hier te hebben stilgestaan, maar wie beter kijkt ziet dat de historie aan het verdwijnen is. ‘Ushimado wordt oud en raakt verlaten’, merkt een van de bewoners op. Kinderen komen we hier niet tegen, vrijwel alleen maar oude mensen. Zoals de kromgegroeide Wai-chan (‘ik ben 70, of nee… 86’), die nog dagelijks met zijn boot de zee op gaat. Dat is steeds minder lucratief, want zoals hij het zelf samenvat, ‘de middelen worden duurder en de vis goedkoper.’ Regisseur Kazuhiro Soda vertelt voorafgaand aan de film dat hij voor zichzelf tien regels heeft opgesteld. Onder meer dat hij geen research doet vooraf en geen script schrijft. En hij en zijn producent (en echtgenote) Kiyoko Kashiwagi doen alles zelf, inclusief de financiering. Het levert een film op die lijkt te worden geleid door het moment. Wanneer Soda staat te praten met twee mensen die van de visresten de lokale zwerfkatten voeren en een vrouw langsloopt die op weg is naar het kerkhof, besluit hij haar te volgen en zo springt de documentaire van bewoner naar bewoner.

In het eerste deel van de film laat hij zich daarbij grotendeels leiden door de vissen (van de visser naar de visverkoopster, etc.). In het tweede deel van de film stapt hij van die leidraad af. Dat deel draait voornamelijk rond Kumiko, een oude vrouw die honderduit roddelt en constant aanwijst wat Soda moet filmen. De benadering van de makers leidt ertoe dat Inland Sea soms wat aan richting en urgentie verliest, maar tegelijk is het ook de reden dat affectie voor deze mensen van het scherm afspat. Wanneer de makers aan het einde de bewoners vaarwel zeggen, lijkt dat ook een vaarwel aan een manier van leven die onherroepelijk zal worden achtergelaten door de voortrazende tijd.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken