Nu aan het lezen:

High Life

High Life

Er wordt gebloed, gespuugd, gelacteerd, geëjaculeerd, gemenstrueerd, gezweet en gehuild in Claire Denis’ verbijsterende High Life. Het werk van Denis draait altijd om lichamen. Van de in films zo zeldzame erotiserende blik op mannenlichamen in Beau travail, tot vampierfilm Trouble Every Day, waarin ze toonde hoe de lust zich aan lichamen tegoed doet. En nu dus in High Life, een film die het menselijk lichaam door elkaar schudt en binnenstebuiten keert. Een film die grenzen overschrijdt en verplettert, en toch ergens ook een sublieme schoonheid in zich draagt.

Lichamen zijn het ook die Monte (Robert Pattinson) een voor een door het luik van het ruimteschip duwt. Lichamen die eens de mensen waren met wie hij dit schip deelde, dat op weg is naar een zwart gat ergens ver buiten ons zonnestelsel. De film zal terug de tijd in springen, ons vertellen wie die mensen waren en hoe ze omkwamen. Tot dusver klinkt High Life nog als een redelijk conventionele sciencefictionfilm. Er is een missie, er is een mysterie, er zal zelfs een schijnbaar verlaten ander ruimteschip voorbijkomen. En toch is al wanneer de titel in beeld komt, terwijl die lichamen loodrecht door de ruimte vallen, duidelijk dat conventies hier weinig te zoeken hebben. Denis heeft een sciencefictionfilm gemaakt die het genre optimaal benut en het tegelijk overboord gooit.

Het ruimteschip biedt Denis het vacuüm waar ze haar personages in gevangen houdt. Het is het soort vacuüm dat films als Possession van Andrzej Żuławski of Lars von Triers Antichrist creëerden op aarde. Alsof er een soort onzichtbaar krachtveld is dat mensen en elementen uit de buitenwereld weghoudt bij de personages. Hier is dat krachtveld het heelal en de isolatie en het besef van oneindigheid benadrukt en versnelt hoogstens een ontheemding die we eigenlijk overal in het werk van Denis tegenkomen. Kijk naar de van zijn zoon vervreemde vader in L’intrus, de in Parijs gestrande zeeman in Les salauds of vrijwel alle personages in J’ai pas sommeil.

Maar terug naar het begin van High Life. Dat eigenlijk het begin niet is. Een man en een baby en een ruimteschip. Aan alle kanten omringd door lichtjaren duisternis. Hij voedt de kleine Willow en fluisterzingt haar in slaap. Moedigt haar aan een stapje te zetten en sust haar met lichte wanhoop wanneer ze huilt, want ook in de onmetelijkheid van de ruimte gaat het krijsen van een kind door merg en been. Hij leert haar de betekenis van het woord taboe. Wat nodig zal zijn als hij haar ooit het verhaal achter haar bestaan wil vertellen.

De chronologie van de film is volledig gehusseld. Alsof dat zwarte gat dat ze naderen de tijd al aan het verscheuren en opvouwen is. Denis lijkt het ritme van haar films altijd een tikje te frustreren, zodat het voor de kijker nooit een smooth ride wordt, en dat is hier niet anders. Korte flarden tonen korrelige, grauwe impressies van aarde die de sfeer ademen van Andrej Tarkovski’s Stalker. Het maakt dat die scènes op aarde bijna buitenaardser voelen, verder weg van ons in tijd en ruimte, dan de scènes in het ruimteschip. De vormgeving van dat schip, waarvoor Denis onder meer samenwerkte met Deens kunstenaar Ólafur Eliasson, lijkt in niets op de aerodynamische vormen die we in de meeste moderne scifi tegenkomen. Het schip in High Life lijkt meer op een kist, net zo misplaatst in de ruimte als de crew die erin verblijft.

Die crew wordt op papier geleid door een kapitein, maar in de praktijk door dokter Dibs (Juliette Binoche), want op weg naar het niets doet de koers er al snel niet meer toe. Ze zijn voormalig gevangenen, op missie gestuurd om met herstelde eer naar huis te kunnen terugkeren. Maar inmiddels is het besef ingedaald dat er geen thuiskomen is, dat de enig overgebleven link naar de aarde de rapporten zijn die waarschijnlijk al lang niemand meer leest en de beelden die hen worden gestuurd, van sportwedstrijden en westerns. Beelden die allang geen troost meer bieden, maar hen, in de woorden van Monte, achtervolgen als een virus.

En dat besef grijpt Dibs aan om experimenten uit te voeren die diep ingrijpen op de autonomie over het lichaam en, dat kan nauwelijks een spoiler heten, als doel hebben een van de vrouwen zwanger te krijgen. Met die experimenten verandert de dynamiek. Plotseling zijn deze mensen niet langer een homogene groep gevangenen, maar mannen en vrouwen, met alle gevolgen van dien. Fricties, ver- en misleidingen spitsen zich al snel toe op de sluwe Dibs (een verraderlijke Binoche), de felle en tegelijk zo fragiele Boyse (sterke rol van Mia Goth) en natuurlijk Monte, die een soort ongrijpbaar baken is voor de toeschouwer, mede dankzij het sterk ingehouden spel van Pattinson.

Reduceert Dibs deze mensen met haar experiment tot machines die zaad- en eicellen produceren, of brengt ze ze daarmee op grove wijze terug naar de essentie? Is niet uiteindelijk de enige betekenis van ons bestaan om dat bestaan door te geven? High Life laat zien dat de mens, zelfs voorbij de randen van ons zonnestelsel, zijn eigen gevangenissen creëert, in standhoudt en aan anderen opdringt. Maar, misschien wel bovenal, zijn eigen gevangenis is. En dan schuilt de enige vorm van vrijheid wellicht in de bereidheid alle vrijheid op te geven, zoals Monte doet voor Willow. ‘She is mine. And I am hers.’

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken