Nu aan het lezen:

Het paard

Het paard

Eerst is het zwart. Als de duisternis waaruit God de aarde schiep.
Dezelfde God die door Friedrich Nietzsche werd doodverklaard.
Dezelfde Nietzsche die op een plein in Turijn zag hoe een paard werd geranseld door zijn baas. Omdat het paard weigerde in beweging te komen.
Misschien wist dat paard iets.
Misschien was het gewoon moe.
Nietzsche liep op het paard af, zo vertelt een mannenstem ons, sloeg zijn armen om de hals van het dier en huilde. Wat van Nietzsche is geworden is algemeen bekend. Hij verloor zijn verstand en stierf tien jaar later in Weimar.
“Van het paard…”, zo besluit de mannenstem, “weten we niets.”

En dan is er muziek en zien we het paard. Of gewoon een paard. Het draagt een tuig en hoofdstel met oogkleppen en trekt een houten span voort met daarop een man. Een man met een grijze baard en ontembaar haar. Hij kijkt nors. Hij buigt zijn hoofd voor de wind. Die tegen is. Waarschijnlijk was hij dat op de heenweg ook. Er vliegen blaadjes door de lucht, maar alle bomen zijn al kaal. De hoeven van het paard en de wielen van de kar veranderen het zandpad in een stofwolk.

Die kar is een tweespan.
Was er ooit een tweede paard?
En wat is er dan met dat paard gebeurd?
Is het gestorven?

Vroeger woonde ik aan de rand van een dorp, vlakbij boerderijen. Soms lagen er omgekeerde badkuipen aan de weg. Daar lagen dode dieren onder. Varkens. Schapen. Een keer lag er een paard. Dat paste natuurlijk niet onder een badkuip, dus het lag onder een zeil. Maar ook het zeil was niet groot genoeg. De benen staken eronder vandaan. Ik weet niet of het daardoor komt, maar ik moet altijd huilen als ik een dood paard zie, in een film, op een foto.
Overigens ook als ik een paard zie vallen.

Misschien omdat, zoals Rudy Kousbroek schreef, het paard de wanhoop vertegenwoordigt. Waar we de ezel associëren met humor en weerbaarheid, daar herinnert het paard ons in al zijn gratie en noblesse aan het noodlot.
Maar dit paard is niet mooi. En het loopt ook niet elegant. Het ploegt. Het mag taalkundig dan niet correct zijn, dit paard heeft een kop en het heeft poten.
Traag beweegt de camera langs het lichaam van het paard. Het zweet. De haren plakken tegen zijn flank. Bij elke stap beweegt het zijn kop verwoed op en neer.
De camera beweegt verder weg en het paard wordt een schim in de mist. Of is het de stofwolk? Kale takken met knokige vertakkinkjes grijpen in het niks. Als spookachtige handen uit een sprookje van de gebroeders Grimm.
In de achtergrond zien we de zon een poging doen door het wolkendek te breken. Zonder veel succes.
De sombere muziek van Mihály Víg vult de ruimte tussen ons en het beeld. De zware cello’s, het orgel dat langzaam naar het oppervlak klimt. De motiefjes die zich constant herhalen, een elliptisch universum scheppend waaraan niet te ontsnappen valt.

En dan begint langzaam het geluid van de wereld die we zien door te sijpelen. De stappen van het paard, het rammelen van het bit in zijn mond, het kraken en piepen van het houten span.
De camera beweegt naar voren, brengt ons tot onder de kop van het paard, dat nog altijd woest knikt bij elke stap.
Het beeld vervaagt.

De komende zeven dagen zal de aarde zich in zichzelf terugtrekken. Als een omgekeerde Genesis. De man van de kar en zijn dochter zullen vasthouden aan hun routine. Water halen uit de put. Aardappelen koken, die met blote handen worden ontveld. Een scheut sterke drank. Eén voor haar, twee voor hem.
Buiten zal de wind onophoudelijk gieren. Alsof de wereld alle leven van zich afblaast.
De houtwormen in de muren van het huis zijn dan al stil geworden en het paard is gestopt met eten. Werken wil het ook niet meer. Het staat stil in zijn stal, alsof het wacht op het einde. Net als de houtwormen.
Misschien dat de dieren allang hebben begrepen wat de mens met al zijn bewustzijn niet ziet. Of je nu naar Darwin luistert of naar God, de dieren waren er eerder dan wij. En misschien is het dus waar wat Toon Tellegen al schreef.
Misschien wisten zij alles.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken