Nu aan het lezen:

Het onverfilmbare verfilmd

Het onverfilmbare verfilmd

Mijn vader schrok een beetje toen ik hem vertelde dat er een verfilming aan zat te komen van Willem Frederik Hermans’ Nooit meer slapen. Het literaire meesterwerk, over de ambitieuze geoloog Alfred Issendorf die naar het onherbergzame Finnmark trekt in de hoop daar meteorietkraters aan te treffen, werd door hem (en velen met hem) als onverfilmbaar geacht. Zijn scepsis is begrijpelijk. De hoeveelheid boekverfilmingen zou je het tegendeel kunnen doen geloven, maar film en literatuur spreken niet in dezelfde taal en dat wordt helaas niet altijd onderkend.

Absolute regels bestaan er natuurlijk niet en uitzonderingen zijn er altijd, maar in het algemeen kun je stellen dat waar literatuur zich er goed voor leent om in de breedte te werken, film vraagt om een nauwere focus om zo eenzelfde diepte aan te kunnen boren. En dat is precies wat Boudewijn Koole doet in zijn verfilming Beyond Sleep. Hij durft flink te snijden in zijn bronmateriaal. De meer wetenschappelijke verhandelingen van Hermans (zelf afgestudeerd in de fysische geografie) sneuvelden, Alfreds in het boek uitgebreid beschreven omzwervingen in Oslo en Trondheim en zijn ontmoeting met professor Nummedal komen in de film slechts terug als een echo. In plaats van een (gedoemde) poging te wagen alle facetten van het boek in één film te persen, kiest Koole zorgvuldig zijn essentie en benadert die op een audiovisuele manier.

In een cruciale scène hebben Alfreds Noorse expeditiegenoten een discussie over de verschillende termen voor verliefd worden. In het Engels spreekt men van falling in love, maar Qvigstad geeft de voorkeur aan de Franse term tomber amoureux. Omdat de verliefdheid zelf daarin de staat van vallen is. Ook om te slapen moet je vallen. Iets wat Alfred maar niet lukt. Hij kan zich niet losmaken van zijn bewustzijn, datzelfde bewustzijn dat maakt dat hij struikelt over zijn voeten en woorden. Dat hem verhindert zich te ontworstelen aan zijn vader. Dat is het verhaal wat Beyond Sleep vertelt. Via beelden, via geluid. En via het ijzersterke spel van Reinout Scholten van Aschat (let vooral op de  perfecte timing en intonatie van zijn “ja’s”).

Desoriëntatie is daarbij een kernbegrip. Al vanaf de eerste scène wordt de montage en het geluid ingezet om een gevoel van fragmentatie en onthechting te creëren. Door middel van jump cuts, het doordringend gezoem van muggen. Waar een boek een personage van binnenuit kan beschrijven, zoals Hermans meesterlijk doet, daar moet een film van buitenaf een ingang vinden en het landschap is daarbij cruciaal in Beyond Sleep. Zo zelfzeker als zijn expeditiegenoten zich daar doorheen bewegen, zo moeizaam gaat dat voor Alfred. Hij struikelt en zakt weg, onderwijl verwoede pogingen doend zijn gedachten af te leiden met sommetjes en het tellen van zijn voetstappen. Hij voelt zich al snel geïsoleerd, vooral van Qvigstadt en Mikkelsen, die onderling honderduit praten in het Noors, maar richting Alfred stug en zwijgzaam zijn. Alfreds pogingen contact met hen te maken voeden enkel zijn gevoelens van minderwaardigheid en wantrouwen.

Niet het landschap wordt menselijk gemaakt, maar de mens verwordt tot landschap (in één droomscène zelfs letterlijk), waarvan wij als toeschouwers de geologen zijn. De camera van Melle van Essen kruipt dicht op de huid van de personages om zich soms ineens terug te trekken met een weids shot waarin zij slechts onbeduidende silhouetten zijn die nauwelijks een voetafdruk achterlaten. Wanneer Alfred ’s nachts weer eens in gevecht is met muggen, merkt Arne op dat dat misschien de enige reden voor het bestaan van de mens is; om als voedsel te dienen voor de muggen.

Maar tegelijk weerkaatst in dat landschap altijd het bewustzijn van Alfred. We zitten immers in zijn hoofd en aan dat bewustzijn valt niet te ontsnappen. In een prachtig shot legt Alfred zich neer in het gras, waarbij we alleen zijn hoofd zien dat lijkt te vallen als een van die stenen die hij verzamelt en later zo achteloos weer op de grond zal gooien wanneer hij van alles en iedereen is losgeraakt behalve van zichzelf. Eerder in de film geeft Qvigstad af op het bestaan van God. “I think this whole creation is some fucking big sadistic conspiracy!” roept hij uit, waarbij de bergen zijn woorden terugkaatsen als een hoongelach. Of het nu religie, wetenschap of filosofie is, de tragiek van de mens is dat zijn waarneming nooit verder reikt dan de echo’s van zichzelf.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken