Nu aan het lezen:

Hell or High Water

Hell or High Water

“What don’t you want?”, vraagt een markante serveerster in een steakhouse aan de Texaanse rangers Marcus (Jeff Bridges) en Alberto (Gil Birmingham). Het is een hilarisch droogkomische scène, maar die vraag is wel degelijk relevant voor het verhaal dat regisseur David Mackenzie en scenarist Taylor Sheridan te vertellen hebben met Hell or High Water. In het Amerika van deze moderne western wordt niet langer gedroomd, niet meer geloofd in opportunities. Het hoogst haalbare is vermijden wat je niet wilt.

Amerika is lang het land van de middenklasse geweest, maar die middenklasse is de laatste jaren consequent aan het krimpen. Sommigen zijn omhoog geklommen, de meesten zijn er aan de onderkant afgevallen. En met het verdwijnen van die brug tussen arm en rijk, wordt het steeds moeilijker – zo niet onmogelijk – de armoede te ontworstelen en groeit de inkomensongelijkheid alleen maar verder.

De broers Toby (Chris Pine) en Tanner (Ben Foster) behoren tot de groep gevallenen. De opvliegende Tanner belandde al snel in de criminaliteit, maar het is Toby – rechtschapen vader – die met het plan komt om banken te overvallen om diezelfde banken af te kunnen betalen. Die sloten namelijk een hypotheek af op de familieranch en nu de moeder van de broers is overleden wordt de lening teruggeëist. Maar die ranch is het enige dat Toby zijn kinderen kan nalaten, de enige manier waarop hij in zijn ogen kan voorkomen dat zij het nog slechter krijgen dan hij.

Het zal niet toevallig zijn dat de banken die ze overvallen filialen zijn van de (fictieve) Texas Midland Bank. Midland behoort tot de rijkste steden van Amerika, maar ook tot de top van steden met de grootste inkomensverschillen. Met het groeien van de welvaart, stijgen de kosten en wie niet profiteert van de olieopbrengsten ziet zich genoodzaakt steeds langere werkweken of grotere schulden te maken, om hetzelfde huis en hetzelfde voedsel nog te kunnen betalen. Om, kortom, niet te verliezen wat men heeft.

8E9A2360.CR2

Wie Hell or High Water kijkt heeft het gevoel constant een tijdmachine in en uit te stappen. Iets wat ik ook ervaarde toen ik vorig jaar zelf in West-Texas was. Zo is er een moment in de film waar een man in cowboykleding zijn paard wat water geeft bij een tankstation als een knalgroene sportwagen het beeld inrijdt. Hell or High Water gaat over hedendaagse problemen die mensen terug de tijd induwen. Met het afnemen van de welvaart, is ook het vertrouwen in instituten (de rechtstaat, de overheid) geïmplodeerd en de drempel naar wetteloosheid verlaagd.

In de visie van de Schotse Mackenzie en door de lens van de Britse cinematograaf Giles Nuttgens worden clichébeelden niet uit de weg gegaan, eerder opgezocht. Het door geel- en bruintinten gedomineerde landschap, slechts onderbroken door eindeloze innerstates. De jaknikkers en stalen windmolens. Maar juist door die zo overbekende beelden te benadrukken, toont de film de verstikkende spagaat van dit Texas, tussen een oude en nieuwe manier van leven.

Er heerst een melancholisch besef dat de oude omgangsvormen en gebruiken niet lang meer kunnen standhouden, een gevoel van machteloosheid over het eigen lot binnen die ontwikkeling. Dat wordt het best vertegenwoordigd in Marcus, die met zijn cowboyhoed en constante stroom aan grappen over de etniciteit van partner Alberto in het Wilde Westen lijkt te zijn blijven hangen. Maar de romantiek is eruit verdwenen. Marcus is zich bewust van zijn eigen irrelevantie en van de realiteit dat voor hem zelfs vermijden wat hij niet wil niet langer haalbaar is.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken