Nu aan het lezen:

Green Book

Green Book

 

Het digitale platform van het tijdschrift LINDA. plaatste vorige week een filmpje waarin bekende en minder bekende Nederlanders bij de première van Green Book werden geïnterviewd. De actrice Hanna Verboom omschreef hem als ‘een film waar je een ontzettend warm gevoel van krijgt’. Een soort Schindler’s List, maar in plaats van de Holocaust wordt racisme onder de loep genomen aan de hand van het waargebeurde verhaal van een mannelijke interraciale vriendschap in het Amerika van de jaren zestig. Tony ‘Lip’ Vallelonga (Viggo Mortensen) is een onbehouwen Amerikaans-Italiaanse New Yorker met een hart van goud en een stalen linkse hoek. Bij het sluiten van het etablissement waar hij als manusje van alles met spierballen de kost verdient, krijgt hij een baan aangeboden als chauffeur en lijfwacht van de zwarte pianist Don Shirley (Mahershala Ali) die met zijn trio een tournee door het racistische Diepe Zuiden van Amerika zal ondernemen. Vlak voor vertrek krijgt Tony The Negro Motorist Green Book in handen gedrukt, een gids die in de twintigste eeuw veilige routes, compleet met eet- en slaapplekken, voor zwarte reizigers in Amerika uitstippelde. Het verklaart de (verkorte) titel van de film die overigens weinig tot niets van doen heeft met de gids.

De regisseur Peter Farrelly, bekend van onder andere Dumb and Dumber die hij met zijn broer Bobby maakte, zet geestdriftig zijn tanden in zwaardere kost en filmt het geheel in kleuren die Green Book van een nostalgische waas voorzien. Dertig jaar na het tenenkrommende Driving Miss Daisy lijkt de film hard op weg om bij de Oscars net zo gelauwerd te worden en commercieel succes te boeken. Hoe kan het ook anders met een film die zo fanatiek op zoek is naar raakvlakken met het (witte) publiek.

Met behulp van universele humor en twee fenomenale en geliefde acteurs wordt alles op alles gezet om de term feelgood kracht bij te zetten. Een beproefd recept en een film die maar al te graag wil aantonen van hoe ver we komen en hoeveel beter we inmiddels wel weten. Farrelly zet grof in met de scène aan het begin waarin Tony thuis de glazen waar twee zwarte elektriciens uit hebben gedronken met walging tussen duim en wijsvinger beetpakt en in de vuilnisbak laat vallen. Hij weet niet beter, hoor je Farrelly al blèren. Nu is het nog moeilijk van hem te houden maar straks zal hij zich tot onze grote opluchting herpakken. En hoe! Nadat Tony uit financieel oogpunt gedwongen wordt de baan aan te nemen en in een auto uit te zitten, blijkt Don helemaal niet zo erg als gedacht. Er vormt zich zelfs een ware kameraadschap die hen dwars door de hypocrisie van de witte bovenklasse loodst die Don wel op het podium maar niet aan de eettafel gedoogd.

Tony is in het begin echter niet alleen racistisch, hij heeft ook verdacht veel weg van een balorige kleuter gevangen in het lichaam van een vlezige volwassene. In een ongemakkelijke scène loopt hij langs een onbemand stalletje met edelstenen, en steekt terloops een turkoois die op de grond is gevallen in zijn broekzak. De verfijnde Don wordt er door een van zijn musici op geattendeerd en dwingt Tony de steen terug te leggen, die dit met veel tegenzin doet. In een luttele tien minuten heeft Don een sterk staaltje opvoedkunde vertoond waar Jo Frost van de televisieshow Supernanny nog een puntje aan kan zuigen. Maar die opvoeding werkt beide kanten op. In een spel met vooroordelen waarvan het verlichte publiek inmiddels weet dat het racistisch is, blijkt Don Shirley een Afro-Amerikaan te zijn die gespeend is van raciale gemeenplaatsen zoals een genetische voorkeur voor gefrituurde kip. Tony, die nog nooit iets is tegengekomen wat hij niet in zijn mond heeft gestopt, is stomverbaasd en leert Don de geneugten kennen van vettige vingers en het achteloos uit het raam gooien van de afgekloven botjes.

Het is tot op het bot problematisch, omdat de keuze om Tony zo kinderlijk te portretteren verband houdt met zijn racisme. Zijn opvoeding als mens loopt immers parallel aan zijn groeiend onbegrip en afkeer van het racisme van anderen. Green Book onderstreept zo de schadelijke mythe dat racisme in stand wordt gehouden door onwetendheid, de vleesgeworden variant op onbekend maakt onbemind. En dat als zwart en wit met elkaar in aanraking zou komen, we vrienden door dik en dun zouden kunnen zijn. Dat weinig mensen dat ook echt zijn en de reden waarom wordt hier voor ons vermaak buiten beschouwing gelaten. Sterker nog, Tony fungeert als geleider voor het gedeelte waar Don vrede sluit met het feit dat hij zwart is en de (kennelijk) bijbehorende simpele maar o zo gezellige cultuur. Don als de verpersoonlijking van het onzinnige begrip ‘bounty’ (zwart van buiten, wit van binnen), puur door zijn pianospel en geraffineerde manieren. Dat Don dit in een emotionele dialoog in de stromende regen verwoordt en de bom van deze vooroordelen niet laat uitbarsten maar onklaar maakt, betekent niet dat Green Book niet zwaar op deze rotte steunbalken leunt om het publiek gerust te stellen.

En toch, en toch. Ali en Mortensen hebben duidelijk plezier in het spel. Af en toe moest ik lachen, en het is dat ik niet huil in donkere zalen, anders had ik zeker een traantje weg moeten pinken. Moet een film waarin de boodschap en onderliggende dynamiek zo doordrenkt is van racistische clichés worden weggezet als slechte film? Want dat is Green Book zeer zeker niet. Toch verliet ik hoofdschuddend de zaal. Alles om Hanna Verboom in deze donkere wintermaanden met een warm hart naar buiten te laten lopen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken