Nu aan het lezen:

Gräns

Gräns

 

‘Lelijke trut,’ mompelt een jongen nadat hij door toedoen van Tina (Eva Melander) zijn flessen drank heeft moeten afstaan. Aan Tina’s reactie is af te lezen dat dit soort verwensingen haar niet vreemd is. Als gevolg van een chromosoomfout, zoals haar vader haar heeft verteld, heeft ze de botstructuur van een Neanderthaler. En er is nog iets vreemds: ze kan emoties ruiken. ‘Schaamte, schuld, woede.’ Dat maakt haar zeer geschikt als douanebeambte in de haven. Feilloos haalt ze de mensen uit de stroom die onoorbare substanties of zaken via de haven proberen te smokkelen.

Wanneer ze thuiskomt bij haar vriend Roland, met wie ze een relatie heeft die ergens in platonische sferen zweeft, trekt ze haar schoenen uit om blootsvoets een rondje te wandelen in de omliggende bossen waar de dieren haar zonder schrik of oordeel tegemoet treden. Het is misschien geen groots en meeslepend leven, maar het lijkt of Tina zich erbij neergelegd heeft. Zoals ze haar samenwonen met Roland uitlegt aan haar vader: ‘Ik vind het fijn om iemand in mijn huis te hebben. En hij is best aardig.’

De Zweedse film Gräns van de in Iran geboren Ali Abbasi is gebaseerd op een kort verhaal van John Ajvide Lindqvist, die ook het boek schreef waarop Let the Right One In van Tomas Alfredson gebaseerd was. Beide verhalen gebruiken elementen uit fantasy, of misschien wel beter gezegd uit mythologie, om daar vervolgens een verrassende richting mee op te gaan. En vooral treffen beide verhalen de zoektocht naar een identiteit van hen die overal buiten staan.

We leren onszelf kennen door ons te spiegelen aan anderen. En voor Tina, die in die anderen vrijwel alleen verschillen ziet ten opzichte van zichzelf, is dat een zeer vereenzamende ervaring. Ze weet vooral wat ze niet is. Maar wat ze wel is, wie ze wel is, is voor haar een raadsel. Maar dan komt er plotseling iemand langs de douanepoort waarin ze wel iets van zichzelf herkent. Iemand met hetzelfde korte voorhoofd, dezelfde brede neus en uitstekende wenkbrauwen. En al ruikt ze bij deze Vore (Eero Milonoff) iets wat ze niet kan thuisbrengen, is het haar nieuwsgierigheid die wint.

Ze nodigt Vore, die op doorreis zegt te zijn, uit om in haar gastenverblijf te overnachten. En hoe meer hij van zichzelf laat zien, en hoe meer zij naar hem kijkt, hoe meer ze van zichzelf terugvindt. Zijn aanwezigheid doet haar kanten van haar identiteit ontdekken die ze vergeten was of nooit heeft gekend. Waar zij haar anders-zijn zoveel mogelijk maskeert om zo min mogelijk op te vallen tussen de mensen, daar gebruikt Vore het om ze op afstand te houden, om zich te onderscheiden. Want ze zijn anders, beaamt Vore, en in die hoedanigheid perfect.

Gräns is een sprookje en je kunt er een allegorie in zien over onze angst voor de vreemdeling. Voor wie er anders uitziet. De wijze waarop Tina (en misschien wel vooral haar nut) wordt geaccepteerd door de maatschappij, zonder haar echt deelgenoot te maken van die samenleving, echoot de ervaring van migranten die vaak zelfs na decennia nog als ander worden beschouwd. Zoals ik het blijkbaar ook nodig achtte te benoemen dat regisseur Abassi in Iran werd geboren.

Toch is de film (gelukkig) allesbehalve eenduidig. De relatie tussen Tina en Vore laat enerzijds juist zien dat we de gelijkenis zoeken en misschien wel nodig hebben om zo onszelf te kunnen definiëren, maar toont ook dat de herkenning verraderlijk kan zijn. Hoewel Tina’s ontmoeting met Vore haar meer doet begrijpen over zichzelf, toont Gräns tegelijk dat identiteit complexer is dan weten waar je vandaan komt en hoe je littekens ontstaan zijn. Dat identiteit ook, en misschien wel vooral, de weg is die je kiest in te slaan.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken