Nu aan het lezen:

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Een van de beste optredens die ik ooit heb meegemaakt was die van Grace Jones tijdens Primavera Sound in Barcelona. Het was 2017 en deze onnavolgbare 69-jarige diva ging weer op tournee. Zij had het grootste podium van het festival tot haar beschikking en het leek wel alsof de hele stad op haar was afgekomen.

De show had een bijzondere vaart waarbij Jones vliegensvlug van kostuums wisselde (iets dat haar ongetwijfeld als fotomodel werd ingestampt) en haar bekende repertoire afging: Het opzwepende Pull up to the bumper baby met zijn ondeugende dubbelzinnigheid verpakt in discofunk. My Jamaican Guy dat ze zong terwijl ze gespierd en zelfverzekerd rondliep als een man. En dan als hoogtepunt Slave to the Rythm dat zij al hoelahoopend zong zonder een moment te stoppen.

Het meest verrassende aan dit spektakel was dat er ook een complexiteit verscholen lag achter al die hedonistische energie. Jones speelt graag met identiteiten en rollen. Geslacht wordt ontleed, net als ras, en in haar show vermengt zij verschillende muzikale genres tot een pakkend geheel. En zo zong ze na al die pophits opeens het kerklied Amazing Grace. De bekende hymne die, zo gaat het verhaal, was geschreven door een voormalige slavenhandelaar in de 18e eeuw. Hij zag opeens het licht en werd een pastoor.

Dat liedje zingt Jones ook in de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami. Het is natuurlijk toepasselijk voor een vrouw die met recht wonderbaarlijk te noemen is. Maar het lied gaat ook tot de kern van Jones’ zijn en dat wordt bevestigd als regisseuse Sophie Fiennes haar intiem volgt op Jamaica. In een scène zien wij haar naar de kerk rijden met haar familie. Het is stressvol en in een busje klokt ze wat witte wijn naar binnen, direct uit de fles. Het is een van de grappigste en eerlijkste momenten uit de film. Jones bekent dat het naar de kerk gaan op zondag net zo stressvol is als optreden. Iets later zien wij haar oude moeder een lied voor de congregatie zingen met een gebroken stem. Haar zangtalenten die door de tand des tijds zijn aangetast, gecompenseerd door een overtuiging die iedereen in de zaal kan voelen.

Dit zijn Jones’ roots. Een streng christelijk Jamaicaanse gemeenschap waar zij in 1948 ter wereld kwam. Op haar dertiende verhuisde zij met haar familie naar de Verenigde Staten. Daar werd zij van iconisch model een discodiva, waarna zij in de jaren 80 opeens zichzelf heruitvond. Alsof dat al niet genoeg was, ging zij ook nog eens in films spelen en had zij spierbundel  Dolph Lundgren als scharrel en bodyguard.

Fiennes’ film geeft dit soort informatie niet, wat het gevaar met zich meebrengt dat de film voor oningewijden richtingloos aanvoelt. Dit is geen standaard chronologische afvinklijst van levensgebeurtenissen waar de pieken en dalen van iemands carrière worden getraceerd. Een aanpak die zich goed leent voor tragische popdiva’s (denk aan Whitney Houston en Amy Winehouse) die met hun korte levens een soort cliché lijken te bevestigen over roem. Vaak nog eens aangedikt door talking heads die het allemaal al zagen aankomen. Jones is natuurlijk te springlevend voor zo’n behandeling. In vergelijking met die kwetsbare zangeressen lijkt zij onverwoestbaar, maar dat betekent niet dat alles van een leien dakje gaat.

Fiennes’ camera schuwt de gênante momenten niet. In Frankrijk moet Jones een tv-optreden doen in een lelijke studio. Live voor een publiek zingt ze haar versie van evergreen La Vie en Rose. De opnameleider heeft als aankleding Jones omringd met sexy danseressen in verouderde lingerie en kitscherige nachtjaponnen. Jones moet er niets van hebben. ‘Ben ik een hoerenmadam?’ zegt ze verontwaardigd en in vloeiend Frans tegen iemand van de crew.

Het zijn momenten die laten zien dat het creatieve proces slopend is. Je kunt jezelf helemaal geven, maar je bent net zo goed afhankelijk van anderen. En zo belt Jones in een hotelkamer met een slordige venue die maar niet wil betalen. Op een ander moment probeert zij moeizaam contact te zoeken met de producenten die zij voor haar album Hurricane wil hebben. De oude diva moet hen overhalen en zichzelf weer bewijzen.

Wie Jones kent weet dat zij een natuurkracht is die zich niet snel gewonnen geeft. Van het pandemonium dat haar overspoelt, probeert zij altijd iets te maken. Over de verwachtingen van het publiek zegt zij scherp dat ze daar nooit van wakker ligt. Het gaat immers om haar verwachtingen en die zijn torenhoog. Een artiest moet nu eenmaal risico’s nemen, maar het blijft een eenzame positie.

De film schippert tussen de internationale en kosmopoliete wereld van Jones de artiest en delen die een bijna onherkenbare Jones volgen in Jamaica. Familie en vrienden praten daar over haar strenge peetgrootvader Mas P. (master Peart). Een soort boeman die zo streng was dat hij haar ooit eens strafte toen ze als klein meisje een jongen had gezoend. Ondanks die harde opvoeding heeft zij hem als een soort model gebruikt voor haar krachtige persona op het podium.

Fiennes’ film is een fascinerend portret maar geeft je in zijn losse structuur soms weinig houvast. Je krijgt de beelden en daar moet je het mee doen. Soms werkt dat goed als Jones een oude familievriend opzoekt en prijsgeeft dat zij haar loopje zo indrukwekkend vond dat ze die overnam op de catwalk. Op andere momenten, zoals een gesprek met Jones’ gelovige broer die ook pastoor is, zou je willen dat er iets meer werd doorgevraagd in plaats van vastgelegd.

Een hoogtepunt is wel een bezoek dat Jones in Parijs brengt aan haar voormalige partner, fotograaf Jean-Paul Goude die van grote invloed zou zijn op haar look. Jones vertelt hem dat zij zich nog steeds kan herinneren hoe bang ze was toen ze de trap opliep om naar zijn studio te gaan. Een opmerkelijke openbaring van een vrouw die zo krachtig lijkt. Die angst probeerde ze te maskeren door zich veel sterker voor te doen dan ze was. Ook zegt ze tegen hem dat zij vindt dat elke man zou moeten weten hoe het voelt om gepenetreerd te worden als een vrouw. Dat zijn nog eens pittige woorden van een ex!

Ondanks de summiere achtergrondinfo en de losse sfeer krijg je door Grace Jones: Bloodlight and Bami wel respect voor een uniek artiest en haar drang om zich te uiten. De prachtige concertregistraties die door de film opduiken tonen een zangeres die nog steeds aan de top van haar kunnen zit en nog lang niet wil stoppen. In deze tijden waarin er zoveel wordt gesproken over identiteiten die gesloten of afgebakend zouden moeten zijn en het mislukken van het multiculturele als idee, is Jones een fenomeen waar je niet omheen kan. Een individu die speelt met al die identiteiten (seksueel, etnisch, raciaal en religieus) en daar een feestje van bouwt. Een bezielde vrouw die helemaal zichzelf wil zijn, bevrijd van haar verleden en de beperkingen die labels en hokjes opleggen. Geen wonder dat zij zichzelf ziet als een zigeuner die rondzwerft en nergens echt thuis is. Zij is evengoed de Hurricane van haar gelijknamige liedje. Constant in beweging en hopelijk nog lang niet te stoppen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken