Nu aan het lezen:

Girl: in context

Girl: in context

Transgender personages zijn steeds vaker te zien op het grote (en het kleine) scherm. Dat het nog niet voor iedereen gesneden koek is bewees de Fipresci-jury eerder dit jaar in Cannes, toen ze Girl van Lukas Dhont – over een transgender meisje – in eerste instantie aanprezen vanwege de mooie ‘vader-zoon’ relatie. Een chronologie: hoe transgender personages door de tijd werden afgebeeld, en wat er nog beter kan.

Transgender mensen zijn er altijd al geweest, door tijden en culturen heen. Op het witte scherm duurde het echter lang voordat transgender personages verschenen. Travestie was er wel, maar dan toch vooral voor komisch effect, met aan het einde zoveel mogelijk een cisgender, heteroseksuele terugkeer naar de status quo. Victor und Victoria (Reinhold Schünzel, 1933, later opnieuw gemaakt als Victor/Victoria met Julie Andrews), Sylvia Scarlett (George Cukor, 1935), I Was a Male War Bride (Howard Hawks, 1949), natuurlijk Some Like it Hot (Billy Wilder, 1959)… Deze traditie vloeide natuurlijk ook soepel voort uit die van het theater: er waren ook aanpassingen van Twelfth Night en As You Like It van Shakespeare.

In Queen Christina (Robert Mamoulian, 1933) kan je meer lezen – het personage van Greta Garbo wordt regelmatig ‘King Christina’ genoemd en verklaart volmondig ‘I shall die a bachelor!’ Maar over het algemeen wordt aangenomen dat de makers dit bedoelden als gecodeerde homoseksualiteit. Dat ze wilden impliceren dat Christina trans was valt te betwijfelen, als je de vooroordelen en aannames van de tijd en plaats meeweegt. Kort na de release van Queen Christina liep het zogenaamd pre-code-tijdperk af, en werden de mogelijkheden in Hollywood voor het tonen van alles wat ook maar enigszins afweek van de norm nog beperkter.

Greta Garbo in Queen Christina

Het is eigenlijk een beetje sneu dat de vroegste vermelding op de wikipedia-pagina met transgender personages in televisie en film Glen or Glenda is. De film van Ed Wood uit 1953 werd geïnspireerd door een trans vrouw: Christine Jorgensen, een pionier en activiste waarvan het verhaal rond die tijd veel (op vaak sensatiebeluste wijze) in het nieuws was. Dat verhaal verdiende het om verteld te worden door iemand die niet bekend staat als misschien wel de slechtste filmmaker aller tijden (in 1970 kwam er een weinig memorabele officiële biopic, The Christine Jorgenson Story). Ed Wood, zelf travestiet, maakt er eigenlijk ook meer een film over travestie van. Glen or Glenda is als pleidooi voor tolerantie in zijn onnozelheid ergens wel ontroerend, maar als startpunt voor trans-representatie is het niet bepaald hoopgevend.

Aan de andere kant: het kan erger. Er volgde een tijd dat vrijwel alles dat buiten de gender-hokjes viel aangemerkt werd als eng, pervers, gevaarlijk. Norman Bates is niet transgender in Psycho (Hitchcock, 1960), maar zijn perversie uit zich wel erin dat hij zijn moeder ‘wordt’. Brian dePalma zette zijn moordenaar in Dressed to Kill (1980) neer als iemand die door conflict tussen zijn ‘mannelijke kant’ en zijn ‘vrouwelijke kant’ aan het moorden slaat. The Silence of the Lambs (Jonathan Demme, 1991) werd (en wordt) ronduit als transfoob gezien omdat het lijkt te suggereren dat Buffalo Bill moordt vanwege genderdysforie. Laten we over de Sleepaway Camp-reeks maar niet eens beginnen.

Zelfs in minder moorddadige context werden trans personages toch vooral neergezet als de ‘ander’. In The Crying Game wordt het feit dat een personage transgender is gepresenteerd als twist – en die twist is het enige dat veel mensen van de film weten. Transfobie bleef lang (en is nog steeds soms) bron van humor, zoals in Ace Ventura: Pet Detective (Tom Shadyak, 1994) waarin Jim Carrey een humoristisch bedoelde paniekaanval krijgt als hij beseft dat hij met een trans vrouw (gespeeld door Sean Young) gezoend heeft.

Jaye Davidson in The Crying Game

Her en der zijn lichtpuntjes te vinden, al is het vaak met de toevoeging ‘voor die tijd, dan’. Dog Day Afternoon (Sidney Lumet, 1975) bijvoorbeeld: het personage van Chris Sarandon, een trans vrouw, is een curiositeit, maar een onder velen: ze wordt niet afgebeeld als vreemder of opvallender dan de personages van Pacino en Cazale. John Lithgow speelt in The World According to Garp (George Roy Hill, 1982) een sympathiek afgebeelde trans vrouw. De manier waarop transgender personages worden getoond in deze films is gedateerd, maar indertijd waren het belangrijke stappen voorwaarts – in ieder geval als het gaat om positieve representatie voor mainstream publiek.

Buiten de mainstream ging het er anders aan toe, al leidde dat niet altijd direct tot positieve representatie – épater la bourgeoisie is tenslotte ook een vorm van sensatiezucht. John Waters toonde in Desperate Living (1977) bijvoorbeeld een personage dat zich eerst een penis laat aanmeten, om hem vervolgens weer te lozen als de love interest hem niks vindt. In de films van Pedro Almodóvar (o.a. Todo sobre mi madre, La mala educación en La piel que habito) is gender voornamelijk een manier om drama nog net wat dramatischer te maken.

Maar er zijn ook films waar trans personages met verve en plezier de hoofdrol mogen spelen. The Adventures of Priscilla, Queen of the Desert (Stephan Elliot, 1994) mag hier niet ontbreken: de personages van Hugo Weaving en Guy Pearce zijn drag queens, maar Bernadette (Terrence Stamp) is expliciet een trans vrouw. En een persoonlijke favoriet (en niet alleen omdat ondergetekende weinig naamgenoten heeft): Hedwig and the Angry Inch (John Cameron Mitchell, 2001) is een heerlijke, epische, aangrijpende musical over een vrouw op zoek naar liefde. In dat rijtje mag ook zeker de recente film Tangerine (Sean Baker, 2015) toegevoegd: een dynamische, grappige film – opgenomen op een iPhone – over twee transgender sekswerkers.

John Cameron Mitchell in Hedwig and the Angry Inch

Tangerine is om meer redenen opmerkelijk: van alle hierboven genoemde films is het de enige waarin trans personages worden gespeeld door trans acteurs. Trans vrouwen worden vaak gespeeld door mannen (Sarandon, Lithgow, Stamp, Davidson). Vrouwelijke actrices – zoals Sean Young in Ace Ventura – worden meestal ingezet om in eerste instantie te verbergen dat een personage trans is, al zijn er wel uitzonderingen (Felicity Huffman in Transamerica, Kathleen Turner in haar gastrol als Chandler’s moeder in Friends).

Zelfs voor films met een trans personage in de hoofdrol worden meestal cisgender acteurs aangenomen. En zij nemen die rollen graag aan, want je kan zomaar in de prijzen vallen. Voor het spelen van Brandon Teena in Boys Don’t Cry (Kimberly Pierce) won Hilary Swank een Oscar. Cillian Murphy werd voor zijn rol als trans vrouw in Breakfast on Pluto (Neil Jordan, 2005) genomineerd voor een Golden Globe. Felicity Huffman werd voor haar rol als trans vrouw in Transamerica (Duncan Tucker, 2005) genomineerd voor een Oscar; later kregen zowel Glenn Close and Janet McTeer nominaties voor hun rollen als trans mannen in Albert Nobbs (Rodrigo García, 2011). Jared Leto won die prijs in 2014 voor zijn rol als trans vrouw in Dallas Buyers Club (Jean-Marc Vallée, 2013). Eddie Redmayne greep er in 2016 net naast voor zijn rol als Lily Elbe in The Danish Girl (Tom Hooper, 2015) – misschien vooral omdat hij de prijs een jaar eerder al won. Jeffrey Tambor won ondertussen een Emmy en een Golden Globe voor zijn rol als Maura in Transparent.

Al deze projecten zijn in principe bedoeld als positieve representatie van trans mensen. Maar de kritiek op de casting klinkt elke keer luider: er zijn al zo weinig rollen voor transgender acteurs, mogen ze dan alsjeblieft de transgender rollen tenminste spelen? En die kritiek lijkt eindelijk meer effect te hebben: Rub and Tug, een film waarin Scarlett Johansson een trans man zou spelen, werd afgeblazen.

Felicity Huffman in Transamerica

Een aantal van deze casting-beslissingen kan wellicht nog verdedigd worden omdat we de personages zien zowel vóór als nadat ze gaan leven volgens hun daadwerkelijke gender. Redmayne speelt Elbe ook in scènes waarin ze nog leefde als Einar Wegener; we zien Maura aan het begin van de serie  nog als ‘Mort’. Veel transgender acteurs kunnen nu eenmaal niet meer overtuigend het geslacht spelen dat oorspronkelijk aan ze toegewezen werd. In Orange is the New Black werd dit probleem opgelost door Sophia Burset in flashbacks te laten spelen door de tweelingbroer van actrice Laverne Cox, maar niet elke transgender acteur heeft zo’n handig familielid.

Maar veel van de films en series hebben zelfs dat excuus niet. En dit casting ‘probleem’ kan ook op een andere manier worden opgelost: door te beseffen dat het transitieverhaal niet het enige verhaal is dat je kan vertellen met transgender personages – net als dat er veel meer verhalen over homoseksuele personages te vertellen zijn dan alleen het welbekende ‘coming-out’-verhaal.

Daniela Vega in A Fantastic Woman

Gelukkig zijn er steeds meer positieve voorbeelden te noemen. Een van de acht personages in Sense8 van de gezusters Wachowski is trans, en wordt gespeeld door een trans actrice, Jamie Clayton: dat ze trans is speelt een rol, maar haar personage heeft wel meer aan haar hoofd. A Fantastic Woman (2017) werd geregisseerd door Sebastián Lelio, een cisgender man, maar duidelijk in samenwerking met zijn ster Daniela Vega: dat haar personage trans is wordt niet onmiddellijk duidelijk, maar wordt nergens gepresenteerd als twist of onthulling. De serie Pose heeft zelfs teveel trans personages om te tellen.

Misschien nog wel een hoopvoller signaal: af en toe worden acteurs die openlijk trans zijn gecast in cisgender (bij)rollen. Rebecca Root en Jake Graf spelen in de aankomende biopic Colette, en Root is nu ook te zien in The Sisters Brothers als Mayfield – een personage dat opvallend genoeg in het boek een man was, maar in de film een vrouw.

Gezien die ontwikkelingen voelt Girl eigenlijk een beetje ouderwets: een transitieverhaal met een cisgender jongen in de hoofdrol (die daarvoor beloond werd met de Un Certain Regard-prijs). De reacties op Cannes waren alom lovend, maar nu de film door een breder (en minder cisgender) publiek gezien kan worden klinken er ook andere geluiden. Bovenal is het weer een film óver een trans personage, in plaats van een film met trans perspectief. Dat is niet per se slecht. Maar vooruitstrevend kan dat toch echt niet meer genoemd worden.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken