Nu aan het lezen:

Fire Walk with Me en de verbeelding van trauma

Fire Walk with Me en de verbeelding van trauma

….
Is it about the bunny?
….
No. It’s not about the bunny.’

Er zijn veel interpretaties mogelijk van dit moment in het derde seizoen van David Lynch’ legendarische serie Twin Peaks, waarin hulpsheriff Hawk twijfelt aan het belang van een missend chocoladekonijntje, maar een van de verklaringen die ik ergens tegenkwam was dat Lynch hiermee commentaar zou geven op de veel te lieflijke manier waarop we geneigd zijn de eerste twee seizoenen te herinneren. Eigenlijk was Fire Walk with Me uit 1992 al het moment waarop Lynch leek te zeggen: dit is waar Twin Peaks werkelijk over gaat. Maar misschien kwam die film te snel. Ik herinner me zelf dat ik hem voor het eerst zag, vrijwel direct na de eerste twee Twin Peaks-seizoenen, en dat ik er totaal geen connectie mee kon maken. Ik bekeek de film door een filter van dampende koffie, willekeurig passerende lama’s en de onweerstaanbare charme van Dale Cooper. Maar die versie van Twin Peaks was in Fire Walk with Me slechts in de marges terug te vinden.

Ter voorbereiding van seizoen drie (The Return) keek ik alles opnieuw en dus ook de film en viel het kwartje wel. En hoe. Plotseling zag ik een verpletterende verbeelding van trauma. Fire Walk with Me opent met een televisie die kapot geslagen wordt, gevolgd door een gil. Daarna zien we een Twin Peaks-achtig landschap, dat een façade blijkt in het kantoor van FBI-agent Gordon Cole. Met die eerste paar noten zet Lynch de toon. Nadat hij in seizoen twee de artistieke controle over de serie deels was verloren, nam hij met Fire Walk with Me het heft terug in handen en bracht de focus weer naar de kern. En die kern was altijd al gitzwart. It’s not about the bunny. It never was.

Wat die kern ook is, is ondoordringbaar. Want in het hart van Fire Walk with me, zoals in veel werk van Lynch, zit een trauma. De film is een prequel op de serie (dus er volgen in dit artikel onvermijdelijk spoilers voor de eerste twee seizoenen van Twin Peaks) en toont de laatste dagen in het leven van Laura Palmer, die aan het begin van de serie dood gevonden werd aan het strand, gewikkeld in plastic. Hoewel die serie ons leerde dat Laura drugs gebruikte en zich prostitueerde bleef ze toch vooral die voor eeuwig zwijgende foto van de glimlachende homecoming queen in een gouden lijstje. Met Fire Walk with Me geeft Lynch het verhaal terug aan Laura, duikt hij echt in haar pijn en de last die ze meedraagt.

Maar het misschien wel belangrijkste dat Fire Walk with Me rechtzet is de rol van Leland Palmer. In seizoen twee van Twin Peaks ontdekken we dat hij de dader is, maar waar de serie voor mij echt de fout inging was dat hij min of meer werd geabsolveerd. De weliswaar door Ray Wise geweldig gespeelde sterfscène, heeft iets exorcistisch, waardoor te veel het idee ontstaat dat hij handelde bezeten door een kracht van buitenaf: de entiteit die we zijn gaan kennen als BOB (Frank Silva). Fire Walk with Me compliceert de verantwoordelijkheid van Leland, brengt de dualiteit erin terug.

BOB fungeert als een element van dissociatie voor zowel Laura als Leland. Hij mag dan angstaanjagend zijn, de werkelijkheid is nog veel ondraaglijker. Voor allebei. Niet voor niets is de hartverscheurendste scène in de film het moment dat Laura BOB in haar slaapkamer aantreft, het huis uit rent en even later haar vader naar buiten ziet komen. ‘No, it’s not him,’ huilt ze wanhopig. ‘It’s not him.’ En Leland op zijn beurt kan niet accepteren dat hij hiertoe in staat is. Beide worden gekweld door wat zich afspeelt en Lynch durft hen in dat trauma te verbinden, prachtig verbeeld in een moment dat de twee afzonderlijk van elkaar in hun slaapkamers zitten te huilen.

Tegelijk staat BOB ook voor de ‘overdraagbaarheid’ van dit soort trauma’s. In de sterfscène van Leland in seizoen twee vertelt hij aan Cooper dat hij BOB zag bij het huis aan het meer waar hij als kind kwam. ‘I invited him and he came inside me.’ Die dubbelzinnige woorden impliceren dat hij ook slachtoffer is geweest en bovendien dat hij zichzelf daarvoor (deels) verantwoordelijk voelt. Het is helaas vaak het beginpunt van een cyclus waarbij het slachtoffer dader wordt in een soort wanhopige en uiteraard onmogelijke poging de last van het slachtofferschap, van een schuldgevoel dat niet samenvalt met een daadwerkelijke schuld, over te dragen. Met als resultaat dat het trauma zich vermenigvuldigt.

Lynch creëert nachtmerries die, hoe surrealistisch ze ook worden, altijd geworteld zijn in iets reëels. Of beter gezegd, van daaruit vertrekken. Want wat een trauma doet is de realiteit ontwrichten, en dat is wat Lynch verbeeldt. Kijk ook naar een film als Mulholland Drive, in mijn ogen een weergaloze verbeelding van hoe een trauma de realiteit opensplijt en tot in het onkenbare herschikt. En ook in Fire Walk with Me gebeurt dat. Trauma fragmenteert de werkelijkheid en ook iemands identiteit. Wat Sheryl Lee zo fenomenaal neerzet is hoe Laura de grip op haar identiteit verliest, en op de wereld rond haar die door dat trauma uit elkaar wordt getrokken.

Want die gefragmenteerde werkelijkheid gaat een eigen leven leiden en neemt ongecontroleerd bezit van alles en iedereen. Al het kenbare wordt vervormd of verdrongen. Dat is te zien in de manier waarop Laura steeds verder verwijderd raakt van de mensen om haar heen, zoals haar beste vriendin Donna en haar geliefde, James. Ook de surrealistische aspecten zijn te beschouwen als een uiting van hoe de realiteit verwrongen raakt door het trauma. In mijn ogen zien we in het werk van Lynch dan ook geen droomwerkelijkheden of iets in die trant. Wat we zien is door trauma overwoekerde realiteit. En dat maakt ook dat veel van Lynch’ werk een ongrijpbare kern heeft en waarom het onmogelijk is de puzzelstukjes passend te krijgen. Er is geen weg terug naar heelheid. Je kunt de scherven van een stukgeslagen spiegel weer op hun plek leggen, maar het spiegelbeeld zal altijd gebarsten blijven.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken