In Terrence Malicks nieuwste film Song to Song volgen we een liefdesdriehoek tussen Faye (Rooney Mara), BV (Ryan Gosling) en Cook (Michael Fassbender) tegen de achtergrond van het Texaanse muziekfestival SXSW. Tussen echte muzikanten (Patti Smith, Lykke Li, Flea, Iggy Pop) dolen de personages, radeloos wat te doen met hun leven en (muzikale) talent. Er zijn gastrollen voor Natalie Portman, Cate Blanchett en Val Kilmer, de film is schitterend geschoten door Emmanuel Lubezki (vaste cameraman van Malick en Oscarwinnaar voor Gravity, Birdman, The Revenant) en bevat een meer dan hippe soundtrack van moderne en klassieke muziek:

Song to Song is zonder script geschoten, en het is de derde film waarbij Malick dit doet. (Ik schreef een paar maanden terug een artikel over de carrière van Malick tot nu toe, dus als ik af en toe wat shortcuts neem, kun je in dat artikel meer nalezen). Of de film wel of niet geslaagd is, is eigenlijk niet per se interessant (al betoogt Elise van Dam hier dat het een film om te zien is) – het is de vraag in hoeverre je bereid bent je te laten meevoeren in een maalstroom waar iedereen zoekt, doolt, dwaalt, en niemand een antwoord vindt op de vragen, omdat ze de vragen niet weten.

Evenals schilders is het werk van auteurs in periodes op te delen, of fases, zo je wilt. Zoals liefhebbers van Pablo Picasso zijn blauwe periode als ander werk zien dan zijn Afrikaanse periode en we Vincent van Goghs werk uit Arles in een ander licht moeten zien dan zijn werk uit Saint-Rémy-de-Provence, zo moeten we Malicks werk ook bekijken: in drie fases.

Fase 1: Runaways
De eerste fase van Malick is zijn plotfase te noemen, waar hij weliswaar grote vrijheid neemt om de natuur rond de  karakters in beeld te brengen, maar zich toch focust op verliefde criminelen op de vlucht (Badlands, 1973) en een liefdesdriehoek in Texas anno 1900 (Days of Heaven, 1978 – lees het artikel over deze film van Elise van Dam). De films kenmerken zich doordat ze beide gaan over mensen die op de vlucht zijn, zich uit de samenleving willen weggummen. Gedesillusioneerd door Hollywood en het filmbestaan trekt Malick zich vervolgens zelf terug uit de filmwereld, om 20 jaar later weer op te duiken.

Fase 2: Historische periode
Het zijn de jaren ’90 en Malick komt met een oorlogsfilm (The Thin Red Line, 1998 – lees dit fantastische artikel van George Vermij), na zeven jaar gevolgd door zijn Pocahontasvertelling (The New World, 2005) en zijn magnum opus over zijn jeugd en God (The Tree of Life, 2011). De verdeling tussen natuur en karakters is 50-50 geworden, en door de jaren heen lijkt de filmmaker het narratieve element steeds meer ondergeschikt te stellen aan zijn fascinatie voor de natuur, God, het universum en de connectie tussen deze drie.

Fase 3: De moderne (of: vrije) periode
Zonder scenario en met acteurs die ondergeschikt zijn aan hun omgevingen focust Malick zich op Texas (To the Wonder, 2012), Hollywood (Knight of Cups, 2015) en de muziekindustrie (Song to Song, 2017). Het zijn collages, in nauwe samenwerking gemaakt met cinematograaf Emmanuel Lubezki, waarin veelvuldig wordt gemonteerd en elk shot een symbolische waarde heeft. Tegelijk zijn het de films die door critici en publiek het minst begrepen worden, vooral omdat ze naast zijn eerdere werk worden gelegd, langs dezelfde maatstaven.

Na Song to Song verlaat Malick zijn moderne periode en filmt nu Radegund, een film over een deserteur in de Tweede Wereldoorlog, volgens alle geruchten met een script. Waar dit in uitmondt, welke periode de eigenzinnige auteur nu zal starten, we kunnen er alleen maar naar gissen of reikhalzend naar uitkijken.

Ik schrijf dit artikel omdat ik merk dat veel kijkers of journalisten het moderne werk van Malick (fase 3) tegen de verkeerde meetlat houden, en er wordt gepraat over waarden, vervreemding en elementen die niet in het werk zitten. De films uit zijn moderne periode zijn zonder scenario gemaakt en focussen zich op sfeer. Is zeggen dat er te weinig verhaal zit in deze films dan niet hetzelfde als zeggen dat er te weinig humor zit in Schindler’s List, te weinig gevechten in Citizen Kane? Kun je werken uit zijn verschillende fases naast elkaar leggen en een waardeoordeel vellen, en zo ja, doe je dat dan ook met Picasso? Is zijn schilderij van een oude gitarist beter dan zijn weergave van Guernica, simpelweg omdat er meer blauw in zit? Zijn van Goghs aardappeleters beter dan zijn zonnebloemen, omdat er meer schaduwen in zitten?

Natuurlijk zijn werken van auteurs (lees: elke kunstenaar) niet op die manier met elkaar te vergelijken. Dat het toch gebeurt, ligt aan de gemakzucht van hij/zij die beoordeelt. Woody Allens films over New York zijn totaal anders dan zijn Europese periode, Jean-Luc Godards nouvelle vague-werk is anders dan zijn navajo-English-films, etc. Wie een vergelijking maakt tussen de periodes van een auteur op basis van de kenmerken van één van die periodes, zal altijd zijn/haar gelijk halen, maar is (te) gemakzuchtig en denkt niet dieper na, kijkt niet verder.

Niet zo ver, zou je kunnen zeggen, als de auteurs willen dat je kijkt, naar een horizon voorbij die van jou, naar een universum waar je iemands levenswerk niet tot één zin terug kan brengen, tot één meetlat.

Kijk Song to Song en stel je open voor de niet-narratieve cinema, laat je gedachten over waar een film van Malick aan moet voldoen los en wentel je in een muzikale wereld, beeldpoëzie van dwalende zielen.

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren