Nu aan het lezen:

Fahrenheit 11/9

Fahrenheit 11/9

Ik denk nog vaak aan de ochtend van 9 november 2016. In de nacht die daaraan voorafging werd de uitslag bekendgemaakt van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar in tegenstelling tot de voorgaande twee keren had ik besloten daar ditmaal niet live naar te kijken. Ik voelde immers geen behoefte mijn bioritme weer te verstoren voor een lange nacht saaie televisie waarvan ik de uitslag toch al meende te weten. Dus net toen de NOS begon met zijn nachtelijke uitzending, gingen mijn toenmalige vriendin en ik naar bed, vertrouwend op een goede afloop. Omdat mijn vriendin de volgende dag moest werken, ging al vroeg haar wekker. Terwijl ik mij omdraaide om verder te slapen, wierp zij een blik op haar telefoon en informeerde me dat Donald Trump waarschijnlijk zou gaan winnen. Ik was nog lang niet uitgeslapen, maar direct klaarakker.

Het is dat ruwe wakker worden in een veranderde wereld dat me bezighoudt. Ik benijdde mijn vriendin dat ze die dag afleiding had in de vorm van haar werk. Ik had geen verplichtingen en zat aldus urenlang in verbijstering naar mijn televisie te staren tot Trumps overwinning definitief was. Ik dacht aan hoe mijn vriendin me enkele maanden eerder had gevraagd of ik dacht dat Trump een kans maakte president te worden. Ik had geantwoord dat dat ondenkbaar was. Enkele jaren eerder had ik een halfjaar door de Verenigde Staten gereisd en honderden vriendelijke, gastvrije en intelligente Amerikanen ontmoet. Dit was niet een volk dat het hoogste ambt zou toevertrouwen aan een leeghoofdige demagoog zonder enige bestuurlijke ervaring. Maar toch gebeurde dat. Terwijl ik zat te balen dat mijn vriendin me niet ongeïnformeerd in bed had laten liggen, vroeg ik mezelf af: had ik al die tijd geslapen?

Michael Moores nieuwe documentaire Fahrenheit 11/9 begint met een segment dat perfect dat gevoel vangt van ruw ontwaken uit een aangename sluimer. Op de avond van de uitslagen was ik klaarblijkelijk niet de enige die blind vertrouwde op een mooie overwinning voor Hillary Clinton en een roemloze afgang voor Donald Trump. Moores beeldmontage laat zien dat zelfs deze twee kandidaten daar zichtbaar op rekenden. Maar gedurende de avond keert het tij en blijkt het ondenkbare zich te voltrekken. Echter, in plaats van te baden in een enorme vreugde vanwege de onverwachte overwinning, is het Trump-kamp zichtbaar van zijn stuk gebracht door de uitslag. Trump zelf misschien nog wel het meest van allemaal. Zijn blufpoker heeft hem tot de machtigste man ter wereld gemaakt en hij lijkt zich nu pas echt te realiseren in wat voor land hij eigenlijk leeft.

De vraag was niet óf Michael Moore een documentaire zou maken over het presidentschap van Donald Trump, maar wanneer. Al vrij snel, zo blijkt: het is immers nog geen twee jaar sinds Trumps overwinning. Hoewel er sindsdien genoeg is gebeurd om een urenlange documentaire mee te vullen, wordt vooral gekeken naar de periode die hieraan voorafging. Waar zijn vorige Fahrenheit-film een rechtstreekse aanval was op de toenmalige Bush-regering, richt Moore zijn pijlen ditmaal niet zozeer op Trump en zijn trawanten (ook al krijgen die er enkele keren flink van langs), maar meer op het verziekte systeem dat hen aan de macht heeft geholpen. Moore werkt daarbij vanuit de simpele kernvraag die hij aan het begin hardop stelt: ‘How the fuck did this happen?’

In zijn afdaling naar de onderbuik van de Verenigde Staten, stelt Moore al gauw dat Trump niet zozeer de ziekte is die de Amerikaanse politiek teistert, maar eerder het symptoom. Er is volgens hem decennia toegewerkt naar het Trump-tijdperk, met name door de massamedia. Niet alleen het oerconservatieve Fox News, maar ook gematigde zenders die meenden lekker te kunnen meeliften op de hype die Trump rondom zichzelf wist te creëren, zich niet realiserend dat zij hém juist gratis ritten gaven. Op politiek gebied worden opvallend genoeg de Republikeinen redelijk ontzien en legt Moore de schuld vooral in de Democratische hoek. Waar velen bepleiten dat links en rechts tot elkaar moeten komen, is het volgens Moore juist misgegaan toen de Democraten onder Bill Clinton en Barack Obama een ruk naar rechts maakten en recentelijk hun achterban van zich vervreemden door de gewonnen districten van de ongepolijste presidentskandidaat Bernie Sanders te begraven.

Moore is op zijn best als hij dicht bij zichzelf blijft en dat blijkt maar weer eens wanneer hij uitgebreid ingaat op de watercrisis in zijn geboorteplaats Flint, Michigan. Het doet vermoeden dat hij hierover sowieso een documentaire zou hebben gemaakt, ook als Trump niet tot president was verkozen. Aldus zou dit segment makkelijk verworpen kunnen worden als een subplot dat geen connectie heeft met het Trump-tijdperk (deze kwestie speelde immers al ruim voor de presidentsverkiezingen), maar Moore weet hierin een paar thematische lijnen opvallend sterk samen te binden. Zo blijkt de watercrisis het directe gevolg van een politieke situatie die kan worden omschreven als een soort miniatuurversie van het Trump-presidentschap: een politiek onervaren zakenman die een bestuurlijke functie bekleed om zichzelf en zijn welvarende vrienden te verrijken ten koste van de bevolking. Als dit in Flint al zulke grote gevolgen had, wat kan men landelijk dan wel niet verwachten?

Iets minder goed in het plaatje past een segment waarin Moore de aandacht vestigt op de recente schoolschietpartij in Parkland, Florida. Het is feitelijk een mini-vervolg op Bowling for Columbine, maar de activistische jongerenbeweging die uit deze tragedie is ontstaan laat zich maar moeilijk koppelen aan het Trump-tijdperk. Onder Bush en Obama werden immers ook volop scholieren doodgeschoten en het lijkt aannemelijk dat deze beweging ook zou zijn ontstaan als Hillary Clinton de verkiezingen had gewonnen. Moore schaart deze beweging onder de groeiende politieke betrokkenheid onder jongeren, maar had zich hiervoor prima kunnen beperken tot zijn interviews met opkomende Democratische talenten als Alexandria Ocasio-Cortez, Michael Hepburn en Rashida Tlaib.

Het is goed dat Moore deze mensen aan het woord laat, want het is regelmatig flink zoeken naar ontwikkelingen waaruit hoop kan worden geput. Fahrenheit 11/9 is dan ook Moore op zijn alarmerendst. In zijn slotstuk verwerpt hij sussende woorden en het idee van bruggenbouwen. Zijn nieuwste documentaire is daarmee niet de gebruikelijke kritische benadering die eindigt met een hoopvol ‘we komen er samen wel uit,’ maar een op de kerkdeur gespijkerd pamflet dat oproept tot harde actie. Voor het completeren van zijn pleidooi gaat hij tegen het einde zelfs ‘full Godwin’. Gedurfd, want het trekken van parallellen met nazi-Duitsland zet altijd de deur wagenwijd open voor scepsis, maar is het jarenlang oogluikend toestaan van extremistische uitingen niet exact hoe de Verenigde Staten in deze puinhoop terecht zijn gekomen? Als dit niet de tijd is om lessen te trekken uit het verleden, wanneer dan wel?

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken