We schrijven 9 februari 1968. Onder druk van het Ministerie van Cultuur wordt Henri Langlois verwijderd als directeur van de Cinémathèque Française en vervangen door de onervaren Pierre Barbin. Een schande, daar zijn alle Parijse cinefielen het over eens. Onder Langlois was de Cinémathèque uitgegroeid tot een tempel gewijd aan de cinema. De generatie die Cahiers du Cinéma vol zou schrijven en later aan de wieg zou staan van de Nouvelle Vague was groot geworden in de zalen van het illustere filminstituut.

Reden genoeg om in opstand te komen tegen de nieuwe benoeming. En zo trokken François Truffaut, Claude Chabrol en Jean-Luc Godard ten strijde. Ze werden gesteund door een grote groep van jonge maar ook oude regisseurs, waaronder Abel Gance en Joris Ivens. Cahiers du Cinéma verzamelde handtekeningen en culturele zwaargewichten als Susan Sontag, Samuel Beckett en Roland Barthes ondertekenden de petitie. Tegelijkertijd raakte de Franse politie slaags met demonstranten.

Het was een bijna mythische confrontatie die in 2003 op geromantiseerde wijze werd vereeuwigd in Bernardo Bertolucci’s The Dreamers. Verdwaalde Amerikaanse student Michael Pitt raakt in de Cinémathèque in de ban van Sam Fullers Shock Corridor. Eva Green ketent zich vast aan de deuren van het instituut als teken van protest. En Jean-Pierre Léaud, die zichzelf speelt, draagt opnieuw de speech voor die hij in 1968 voorlas in verdediging van de geliefde directeur.

De werkelijkheid achter Langlois’ ontslag is natuurlijk complexer. Louis Menand schreef een mooi stuk over de hele affaire voor The New Yorker naar aanleiding van de release van The Dreamers. Wat vaststaat is dat de sfeer was gezet. Toen Langlois op 2 mei triomfantelijk de Cinémathèque weer opende was heel Parijs in rep en roer. Het leek allemaal de voorbode te zijn geweest van iets groters dat zich geleidelijk over de wereld aan het verspreiden was.

Les événements van 1968 laten zien dat film en revolutie goed samengaan. Cine richt zich daarom in maart op rebellie als thema. Een passend onderwerp in deze woelige tijden waar om de dag wel een protestmars plaatsvindt in de VS. Ondertussen bereiden wij ons in Nederland voor op de meest gepolariseerde verkiezingsstrijd sinds het interbellum. Deze gebeurtenissen roepen de vraag op wat het tegenwoordig nog betekent om rebels te zijn.

In de VS hebben de alt-right en de Tea Party-beweging zich altijd geprofileerd als vrijheidsstrijders, net zoals de rebellen die in opstand kwamen tegen de Britten in 1775. In Europa rebelleren populisten zich tegen de schijnbare dominantie van de linkse elite. Het lijkt een omgekeerde wereld en de progressieve geest van ’68 is ver te zoeken. Natuurlijk was de revolutionaire passie van de jaren ’60 al snel opgebrand. Iets dat mooi is verbeeld in Franse films uit de jaren 70 zoals Jacques Rivette’s geheimzinnige Out 1: Spectre, Jean Eustache’s pijnlijk cynische la Maman et la Putain en Bernard Queysanne’s poëtische en lethargische Un homme qui dort.

Het zijn portretten van voormalige revolutionairen en verdwaalde studenten  die zich steeds meer naar binnen keren, omdat de buitenwereld niet meer te veranderen is. Veel later in Extension du Domaine de la Lutte (Phillippe Harels verfilming van Michel Houllebecqs gelijknamige roman) somt een depressieve veertiger de desillusie scherp op in een interne monoloog als hij dwaalt door een verlaten stad in de nacht: In ’68 was de machine even tot stilstand gekomen en was alles mogelijk. Maar al snel werd het tempo hervat en ging alles weer onverbiddelijk verder in een meedogenloze routine waar men niet uit kan ontsnappen.

Het is een herkenbaar gevoel van onmacht tegenover een realiteit die niet te beïnvloeden lijkt. Wat kunnen wij nog doen om de sleur te doorbreken? Ik zocht zelf een antwoord op die vraag door het boek Escape Attempts te lezen van de sociologen Stanley Cohen en Laurie Taylor. Het boek heeft de ondertitel the Theory and Practice of Resistance to Everyday life en onderzoekt de verschillende manieren waarop de moderne mens zich tegen de realiteit probeert te verzetten. De sociologen schetsen in een inleidend hoofdstuk geen rooskleurig beeld over wat rebelleren in onze huidige postmoderne tijd betekent:

(…) nearly all those attempts to go right over the wall (…) have now been represented in conventional mass cultural forms. (…) And even those limits that our most ‘deviant’ of escapers seemed to transcend, have been rendered into commodity culture: sado-masochism, serial murder, cannibalism are all on ‘general release’. If we wanted to write today about the ‘extreme’, we would hardly look for exemplars in such obscure figures from the elite (…): we would simply drop into the local video shop.

Cohen en Taylor halen er niet voor niets de bioscoop en de videotheek bij. Film heeft altijd een tegenstrijdige band gehad met rebellen. Op het witte doek is de stoere buitenstaander of de gedoemde outlaw maar al te vaak verheerlijkt. Van de macho biker gespeeld door Marlon Brando in The Wild One tot aan de gevaarlijke Tyler Durden (Brad Pitt) in Fight Club.

Het probleem is dat film rebellie al snel tot een product maakt. Neem het rode leren jasje van James Dean in Nicholas Ray’s Rebel without a Cause. Het symbool van de rusteloze babyboomers die geen raad weten met de moderne wereld. Van existentiële angst is het een kleine stap naar een cool rekwisiet dat voor iedereen beschikbaar is. In La La Land draagt Emma Stone, nadat zij Ray’s film heeft gezien, een rood leren jasje als een soort talisman als zij auditie mag doen.

Als wij rebellie als thema in film serieus willen nemen is het belangrijk om in te zien dat elke vorm al snel gestandaardiseerd wordt naar een verkoopbaar product. In hoeverre zijn films over rebellen daadwerkelijk subversief of revolutionair? Bij Cine gaan wij daarom deze maand op zoek naar de rebelse geest in de cinema zonder de complexiteiten van de uitbeelding van verzet en opstand te vergeten.

Bouke van Eck neemt Costa-Gavras politieke thriller Z onder de loep. Elise van Dam heeft een lijst samengesteld van rebellerende kinderen in film. Luuk Imhann laat zijn licht schijnen op de eigentijdse provocateur Shia Leboeuf en zijn opmerkelijke strategieën om in verzet te komen. En ik zal in twee lijstjes een selectie maken van essentiële en obscure speelfilms en documentaires over revoluties en verzet. Als voorproefje van mijn lijst sluiten wij af met de trailer van The Stuart Hall Project over de gelijknamige denker Stuart Hall en zijn revolutionaire en invloedrijke visie op cultuur.

 

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren