Van de eerste twintig films in de IMDb top 250 zijn er maar acht oorspronkelijk opgezet als film. Tien van de andere twaalf films zijn gebaseerd op boeken en de andere twee op een novelle en comics. Als we deze filmlijst als (imperfecte) graadmeter van de smaak van het brede publiek nemen, dan kunnen we stellen dat boekverfilmingen populair zijn. De peiling van de smaak van filmmakers en -critici die het filmblad Sight and Sound eens in de tien jaar uitvoert, levert een heel ander beeld op. Er is ten eerste weinig overlap tussen de eerste twintig films van deze lijst en die van de IMDb. Alleen The Godfather en Shichinin no samurai komen op beide lijsten voor. Maar wat vooral opvalt is dat de critici en filmmakers slechts vijf films kozen die op een literair werk gebaseerd zijn.

*Dikgedrukte titels zijn boek- of comicverfilmingen

Boekverfilmingen zijn altijd omstreden geweest. De eerste filmmakers waren, zonder geluid en filmtechnieken als continuïteitsmontage, simpelweg niet in staat om de complexe verhalen uit boeken in een filmische vorm te gieten. Een van de eerste serieuze pogingen daartoe werd begin jaren twintig ondernomen door Erich von Stroheim. Hij probeerde het boek McTeague in zijn geheel te verfilmen, wat resulteerde in een film van bijna acht uur lang. Dat ging de studio waarvoor hij filmde veel te ver, en de film werd tegen Von Stroheims zin teruggebracht tot een voor de studiobazen acceptabele lengte. Het origineel is verloren gegaan en zo letterlijk een boek proberen te verfilmen als Von Stroheim probeerde, is daarna zelden meer gedaan.

Al snel na de eerste boekverfilmingen ontstond een tegengeluid dat opriep tot het creëren van een eigen filmkunst die los kon staan van oudere kunstvormen als literatuur. Zo ontstond een gespannen relatie tussen film en literatuur die het best opgesomd wordt door een citaat van de altijd uitgesproken filmcriticus Pauline Kael:

“If some people would rather see the movie than read the book, this may be a fact of life that we must allow for, but let’s not pretend that people get the same things out of both, or that nothing is lost”

Wat minder denigrerend kun je stellen dat het onmogelijk is om de inhoud van een boek intact en zonder aanpassingen over te brengen naar een film. Filmmakers laten op zijn minst grote stukken uit het boek achterwege, maar er zijn ook gevallen waarbij de film sterk afwijkt van het boek. Neem Apocalypse Now. Het verhaal is hier verplaatst van de imperialistische periode in de late negentiende eeuw naar de Vietnamoorlog, maar de thema’s zijn hetzelfde gebleven.

Overigens bestaan filmverboekingen ook, meestal als extra merchandise bij een populaire film. Er is nog een derde variant te herkennen in 2001: A Space Odyssey. Het idee van deze film werd namelijk tegelijkertijd – en deels in samenwerking – uitgewerkt tot een boek door Arthur C. Clarke en tot een film door Stanley Kubrick. Uiteindelijk zijn de film en het boek heel anders uitgepakt doordat Kubrick de film heel mysterieus maakte, terwijl Clarke er voor koos om zo veel mogelijk van het idee uit te leggen in het boek. Zo kunnen film en boek bij een heel andere insteek gebaat zijn en gezien de relatieve bekendheid van beide varianten lijkt me dat de film in dit geval beter gelukt is.

De band tussen literatuur en cinema blijkt nauw en blijkt volgens mij nog meer uit hoe vaak filmmakers zich hebben laten inspireren door literatuur. Jean Renoir liet zich door de rijke literaire traditie van zijn land inspireren voor zijn meesterwerk La règle du jeu en Robert Bresson vond zijn inspiratie voor Au hasard Balthazar in een enkele passage uit Dostojevski’s De Idioot.

Het verzet tegen de invloed van literatuur klinkt teruglezend een beetje als dat tegen de invloed van een oudere, succesvolle broer. Natuurlijk wil de jongere broer zijn eigen levenspad bewandelen, maar het zou ook zonde zijn om alle ervaringen van de oudere broer te negeren. De verteltraditie heeft zich in de literatuur tot enorme hoogten ontwikkeld, dus het is geen wonder dat die verhalen die de transitie naar het witte doek goed gemaakt hebben bijzonder populair zijn gebleken. Het is ook niet vreemd dat filmmakers en -critici meer gecharmeerd zijn van die films die de verteltraditie in film van nieuwe impulsen hebben voorzien. Dat de jongere broer zijn eigen pad heeft bewandeld, en dat zal blijven doen, mag duidelijk zijn. Dit zal ons ook in de toekomst eigen, unieke verhalen brengen die op een eigen, unieke manier verteld zijn.

Deze maand zullen we boekverfilmingen uitgebreid onder de loep nemen. Zo schrijft Elise over de vele verfilmingen die gemaakt zijn van boeken van Raymond Chandler en schrijft ze over het lichtende voorbeeld voor goede, Nederlandse boekverfilmingen (tussen de vele matige): Beyond Sleep. Luuk van Huët en Luuk Imhann geven op 8 april een lezing over Fantastische boekverfilmingen voor Imagine en de Dag van het Fantastische Boek in het Compagnietheater. Dus als jullie ze een keer live elkaar in de haren willen zien vliegen, wees erbij. Luuk van Huët zal ook The Girl with All the Gifts, dat op Imagine te zien zal zijn, voor jullie uitpakken. Verwacht sowieso meer verslaggeving over dit festival. George zal verder weer een lijstje samenstellen, dit keer van documentaires over schrijvers.

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren