Nu aan het lezen:

Echo of nieuw leven: Blade Runner 2049

Echo of nieuw leven: Blade Runner 2049

 

Na 35 jaar is het vervolg op Blade Runner in de bioscoop: Blade Runner 2049. Vanuit het maandthema op Cine – Nieuw leven – kijken we naar deze nieuwe blockbuster van Denis Villeneuve. Zit er nieuw leven in vervolgen op oude films?

Zodra de nieuwe film over mensen en replicanten uitkwam, vielen filmjournalisten over elkaar om Blade Runner 2049 als extreem geslaagd te verklaren: ‘nog mooier dan het origineel’, zo vond filmblad Empire, ‘mind-blowing’ vonden ze bij IndieWire en ‘visueel feest’ kopte Rolling Stone. In ons eigen land noemen ze de film een ‘genadeloze spiegel’ (Volkskrant) of ‘de film van het jaar’ (Algemeen Dagblad) en volgens Trouw ontketent de film ‘een kleine revolutie’.

We moeten deze film goed vinden, dat is de boodschap, maar interessant is deze boodschap niet; een enkele mening van een filmjournalist (of heel veel van deze meningen bij elkaar) zegt niet of jij deze film goed zal vinden. Er is door Denis Villeneuve aan journalisten gevraagd om niets te verklappen over zijn film, dus dat doen we hier ook niet – als filmjournalist moet je het kijkplezier vergroten, niet verpesten. Ik kan je aanraden als je deze film wil zien het zo blanco mogelijk te doen, al is het herkijken van het origineel uit 1982 de moeite waard voor bepaalde verwijzingen.

Belangrijker dan een oordeel over de film of een verklaring van plotwendingen is een enkel ingrediënt dat filmvervolgen plaagt en zegent: de echo van het verleden.

Geen sequel kan zonder de echo. Of het nou in het geluid verweven zit (het slimme gebruik van de originele muziek in Spider-Man: Homecoming) of in de beelden (de xenomorph in Prometheus); het maakt niet uit. Als er maar hints naar het origineel in zitten. Vaak is het hele plot een herhaling van zetten (Star Wars: The Force Awakens lijkt soms een nauwgezette kopie van A New Hope) of worden sequenties ingezet voor een fijn terugdenken aan vroeger (de auto-achtervolgingen in Mad Max: Fury Road).

Het ingrediënt van de echo staat al vast voordat de film bestaat: we pikken geen Star Trek-vervolg zonder de iconische groet van Spock, noch willen we naar Star Wars kijken zonder aimabele robot of de zin ‘I’ve got a bad feeling about this’ die rampspoed voorspelt. Voordat de eerste pen op papier kwam om de eerste ideeën van Blade Runner 2049 op te schrijven, stond de echo al vast: sinistere blikken in de regen, replicanten die zich afvroegen wanneer je iemand ‘mens’ mag noemen, zware synthesizers op de soundtrack en felle neonkleuren in een toekomstig Los Angeles.

Wat fijn is aan deze echo’s uit het verleden is dat het de films in meer opzichten aan elkaar bindt dan enkele karakters die – jaren later, maar niets wijzer – nieuwe avonturen beleven. Je wil, als filmmaker tenminste, je publiek een werk meegeven wat in gevoel hetzelfde is als het origineel, en je toch verrast. In deze paradox zit het artistiek slagen of mislukken van een film verborgen: ben je te vernieuwend, dan laat het grote publiek je links liggen, blijf je te trouw dan voelen de hardcore fans zich bekocht – hen was immers iets nieuws beloofd.

De vraag is dus hoeveel echo je toevoegt; de hardcore fans zorgen voor de reuring op social media – binnen enkele uren na de eerste trailer van Blade Runner 2049 maakten zij duidelijk dat je deze film niet mag missen – maar het grote publiek zorgt voor het broodnodige geld. De investering van honderden miljoenen moet worden terugverdiend, anders rollen er koppen.

Blade Runner 2049 doet het goed volgens de critici, maar presteert matig aan de kassa. Ook dat is een echo uit het verleden, want het origineel bleek een gigantische flop te zijn. Liefhebbers van Ridley Scotts film uit 1982 lijken blij met wat Denis Villeneuve er 35 jaar later van heeft gemaakt, maar het grote publiek laat deze 163-minuten durende scifi links liggen. Dat is niet erg, zo zeggen de liefhebbende fans van de eerste Blade Runner, want na verloop van tijd kan de film dezelfde iconische status krijgen die het origineel nu heeft in vele harten.

Hoe kwam die grote status van Blade Runner er ook alweer? Na een moeizame productie kwam Blade Runner uit in 1982. De film flopte aan de box office en werd neergesabeld door veel belangrijke critici. Toen kwamen er verhalen naar buiten, dat de versie die iedereen in de bioscoop te zien kreeg niet de versie was die eigenlijk was gemaakt. Maar deze ‘workprint’ werd verloren gewaand. Althans, tot iemand zeven jaar later door de kluizen van de filmstudio zocht en toevallig op deze workprint stuitte. Deze man was genoeg cinefiel om door te hebben dat hij mogelijk goud in handen had. Een nabijgelegen filmtheater hoorde van de ontdekking en onderhandelde succesvol met de studio. Voor een komend filmfestival zou het theater het origineel in het programmaboekje zetten, maar stiekem de workprint laten zien. De reacties waren unaniem lovend. Voor het eerst zag een bioscooppubliek een glimp van het meesterwerk wat Scott bedoeld had. Goede mond-op-mondreclame deed de rest. De studio zwichtte en maakte werkte samen met Scott aan nieuwe versies die door het publiek werden omarmd; de film had voortaan een iconische status als een van de beste (sciencefiction)films die ooit is gemaakt.

Deze iconische status is nu net wat moeilijk haalbaar blijkt voor Villeneuve en co, juist door die echo. In hoeverre kun je iemand waarderen om hetzelfde te doen – met enige aanpassingen – als je voorganger? De openingsscène van 2049 is een nooit gebruikte alternatieve opening voor het origineel. Als je getroffen wordt door deze scène, valt de eer dan aan Scott in 1982 of Villeneuve nu? Is het opnieuw gebruiken van een ongebruikte scène (ook veelvuldig toegepast in nieuwe Star Warsfilms) een teken van creatieve armoede of het fijne inzicht van een nieuwe meester, die in een grote hal vol pracht en praal de juiste kunststukjes bij elkaar grijpt en daar zijn eigen werk van maakt?

Beide vragen zijn alleen met zowel ‘ja’ als ‘nee’ te beantwoorden, de paradox leeft voorlopig voort. Wat interessanter is, is dat het een schaduw werpt op de lofuitingen die de makers van Blade Runner 2049 tot nog toe over zich heen hebben gekregen.

Denis Villeneuve is een van de grootste nieuwe regisseurs van dit tijdperk. Hij maakte achtereenvolgens Prisoners (2013), Enemy (2013), Sicario (2015) en Arrival (2016). Met Blade Runner 2049 borduurt hij voort op eerder werk van Ridley Scott (Alien, Blade Runner), dus valt een deel van de lof ook Scott te beurt. Hetzelfde geldt voor de acteerprestatie van Sylvia Hoeks als de replicant Luv als echo van Daryl Hannah’s rol als Pris in het origineel. Cinematograaf Roger Deakins wordt nu al als favoriet voor de Oscar genoemd, maar in hoeverre is zijn beeldtaal niet schatplichtig aan die van Joran Scott Cronenweth, die het origineel filmde? Zou een eventuele prijs niet aan beiden moeten worden uitgereikt?

Hetzelfde geldt voor alle departementen van Blade Runner 2049. Het design, de muziek, het scenario, de montage; elke lof die de makers krijgen; zouden ze die niet moeten delen met hun evenknieën die 35 jaar eerder geschiedenis schreven?

De vraag onder cinefielen rond de release van Blade Runner 2049 is niet zozeer of de film goed was (daar had men met het aantrekken van Villeneuve en de eerste beelden wel vertrouwen in), maar of de film iconisch zou zijn. En dan komt het problematische van de echo naar boven: kun je iemand prijzen die – met enige aanpassingen – hetzelfde doet als zijn/haar voorganger? Dat is, in zekere zin, prima mogelijk. Maar wanneer je diens prestatie tot legendarisch, tot filmgeschiedenis wil verheffen, valt dan niet alle lof het origineel ten boek?

Met andere woorden, liefhebbers van deze film – waar ik mezelf ook toe reken: wat in Blade Runner 2049 dat niet in Blade Runner zat, is nu eigenlijk legendarisch te noemen?

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken