Nu aan het lezen:

Dumbo

Dumbo


Eerst het goede nieuws: Tim Burtons Dumbo is geen inspiratieloze hervertelling. Inspiratieloos is de film wel, oh, zeker, maar geen hervertelling, zoals Bill Condons Beauty and the Beast, de slechtste van Disneys live action-remakes. Die film vertelde exact hetzelfde verhaal als de animatieversie, aangevuld met onwelkome uitleg en uitweiding. Dan liever Burtons aanpak. Zijn Dumbo is in de eerste akte een alternatieve versie van het bekende verhaal, en wordt daarna een soort sequel.

Burton vindt zich blijkbaar te oud voor pratende dieren, want de muis Timothy, in het origineel de vriend en mentor van het titelolifantje, krijgt hier slechts een cameo als het huisdier van de mensen die zijn rol overnemen: Holt Farrier (Colin Farrell) en zijn kinderen Milly (Nico Parker) en Joe (Finley Hobbins). Zij werken bij het circus van Max Medici (Danny DeVito), waar een baby-olifantje geboren wordt. In het origineel kwam de ooievaar dat beestje gewoon brengen in een doek. Hier zien we die ooievaar even landen op het dak van de olifantenwagen, maar daarna moet mevrouw Jumbo haar zoon toch echt zelf baren. Tekenend voor een film waarin Burton de sprookjesmagie wel aanstipt, maar er nooit ver genoeg mee gaat.

Maar goed, die kleine olifant heeft enorme oren, en daar schrikt iedereen van. Dat kan natuurlijk niet, in een circus! Mensen komen naar het circus om normale olifanten te zien! Stel je voor dat iemand erachter komt dat we hier een recordbrekend beest hebben! De familie Farrier ontfermt zich over de arme Dumbo. De kinderen komen er al snel achter dat hij kan vliegen, waardoor hij zijn roem toch nog vroeg in de film vergaart. Tot zover het bekende verhaal.

Dan verschijnt de rijke entertainmentkoning V.A. Vandevere (Michael Keaton), die Dumbo wil kopen voor zijn attractiepark. Natuurlijk is hij van plan onze held uit te buiten en moeten de kinderen daar een stokje voor steken. Wie weleens een familiefilm over een bijzonder beest gezien heeft, weet hoe het gaat. Vandeveres praktijken moeten een parodie zijn op de hunkering van de Walt Disney Company om al het amusement ter wereld tot eigendom te maken en oneindig te exploiteren, maar aangezien deze film daar zelf een voorbeeld van is, kan de satire niet echt bijten.

Het grootste probleem van Dumbo is de hoofdrolspeler, of liever gezegd het gebrek daaraan. De titelfiguur is een CGI-creatie, een stuk gedetailleerder dan zijn handgetekende voorganger, en vele malen minder expressief. Maar hij heeft niet echt de hoofdrol – hij is eerder een object waar de omringende personages om strijden. De hoofdrol is misschien eerder voor Holt, die een nauwelijks uitgewerkt achtergrondverhaal krijgt: ooit reed hij paard in het circus, in de Eerste Wereldoorlog verloor hij zijn arm. Wie denkt dat het uiteindelijk relevantie krijgt, komt van een koude kermis thuis. Holts kinderen Joe en Milly dan? Zij zijn nog minder interessant. Milly houdt van wetenschap, want ze is een meisje in een familiefilm uit 2019. Je zou misschien verwachten dat haar voortdurend benadrukte wetenschappelijke kennis uiteindelijk van pas komt bij het redden van Dumbo. Maar nee. En Joe? Joe is haar broertje. Ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom hij in de film zit.

Die kinderen, twee debutanten, spelen ook ontzettend saai. Daarvan geef ik Burton maar de schuld, want ook Farrell en Keaton staan op de automatische piloot. De enige acteurs die wat leven in de brouwerij brengen, zijn de twee die zich ook zonder goede regisseur altijd wel weten te redden: Danny DeVito als enthousiaste circusdirecteur en Eva Green als charmante acrobate. DeVito en Green hebben wel zin in Dumbo. DeVito en Green hebben altijd overal wel zin in.

Burton niet. Zijn hand is nauwelijks herkenbaar, op een paar shots in het kantoor van Vandevere na. De kleuren zijn fletser dan in Charlie and the Chocolate Factory en Alice in Wonderland, waardoor Dumbo zowel minder lelijk als minder mooi is dan die films. Liever de stilistische agressie van zo’n suikerstokkenlandschap dan deze levenloze look. Oké, de roze olifanten zijn lekker roze. Maar hun obligate scène is wel een dieptepunt: Burton verandert het klassieke nummer Pink Elephants on Parade van een dronken hallucinatie in een slappe circusact die de film even geheel tot een halt brengt.

De laatste samenwerking van Tim Burton met Michael Keaton en Danny DeVito was Batman Returns (1992): een bizarre, duistere auteursfilm in een enorm succesvolle mainstreamfranchise. Maar die Burton bestaat al lang niet meer. De Burton van nu levert desgevraagd gewoon een generieke, risicoloze Disneyfilm af.

Tot slot: Burton kreeg eerder de kritiek weinig mensen van kleur in zijn films te casten. Onzin natuurlijk. Aan het canon van kleurrijke Burtonpersonages, tot nu toe bestaande uit Oompa Loompa’s en Samuel L. Jackson als nazi, voegt Dumbo toe: een zwarte Sterke Man in luipaardhesje, en een mysterieuze Indiase slangenbezweerder. Hoera, representatie!

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken