Nu aan het lezen:

Doof Kind

Doof Kind


Een grote bobo in filmland die een documentaire maakt over zijn eigen gezin. Dat riekt naar een ijdel egodocument. Gelukkig geldt dat absoluut niet voor Doof Kind, de debuutfilm van Ketelhuis-directeur Alex de Ronde.

Alex de Ronde maakte een documentaire over zijn zoon Tobias, een dove 28-jarige die lesgeeft in Nederlandse Gebarentaal. Naast het hoofdonderwerp — hoe het is voor Tobias om doof te zijn — ontstaat er al gauw een tweede laag: hoe is het voor Tobias om doof te zijn in een horend gezin? En hoe is dat voor het gezin?

Tobias blijkt zich te moeten manoeuvreren in twee werelden: het contact met zijn eigen familie en zijn sociale wereld, die voor een zeer groot deel bestaat uit andere doven en slechthorenden. Als een begenadigd verteller maakt Tobias, in gebarentaal, de kijker wegwijs in zijn wereld. Dat er enige frictie ontstaat tussen de twee werelden soms is logisch, maar tegelijkertijd een eye-opener voor de horende kijker. Interessant bijvoorbeeld is de observatie van Tobias dat, doordat zijn gezin zo meeging in het oefenen van gebarentaal, hij ‘in een ander dialect spreekt’ dan doven die vanwege een minder meegaande omgeving meer afhankelijk waren van verbaal vocaliseren en liplezen. Het biedt inzicht in het effect van omgeving en opvoedingskeuze op de ontwikkeling van iemands identiteit. Tobias en zijn oudere, horende broer Joachim hebben daarin niet altijd dezelfde mening als hun ouders.

Het rapport tussen de twee broers, waarbij ze zonder blikken of blozen hun grieven met elkaar durven uit te spreken, voelt oprecht en eerlijk. Hier blijkt de kracht van de band die regisseur Alex de Ronde heeft met zijn hoofdpersonen. De bijna dertig jaar gedeelde geschiedenis is voelbaar in kleine momenten, en het gemak waarmee regisseur, hoofdpersoon en omstanders met elkaar praten. Waar een gemiddelde documentairemaker maximaal een jaar of drie heeft om diep in de psyche van hun onderwerp te duiken, is hier sprake van een letterlijke familiariteit, die Doof Kind erg intiem maakt.

Daardoor is de film meer dan slechts een docu over een doof kind. Of hoe het is om doof te zijn in een horende familie. Doof Kind is bovenal een inkijk in een familiedynamiek die herkenbaar voelt: de zoektocht naar een individuele identiteit binnen een groter geheel als een familie. Het helpt ook dat Tobias een immens innemende persoon is, uitermate charismatisch, met een spitsvondig gevoel voor humor. Niet elke grote bobo in filmland, of het nu een producent of bioscoopexploitant is, zal een goed regisseur kunnen zijn, maar deze mensen hebben vaak wel een neus voor pakkende verhalen. Alex de Ronde heeft gelijk: het verhaal van zijn familie is de moeite van het vertellen waard.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken