Steeds vaker schrijven filmjournalisten hun gedachten over een film op in twee of drie zinnen en gooien dat op social media. Maar daarmee ondermijnen ze hun eigen vak en zijn ze respectloos tegenover de makers. Laat ze daar niet mee wegkomen, betoogt Luuk Imhann.

Social media hebben hun uitwerking op de wereld van filmjournalisme. Niet alleen kunnen lezers nu rechtstreeks reageren op de recensies en artikelen van de schrijvers – wat ik een goede ontwikkeling vind – deze schrijvers kunnen nu hun gedachten over een film in enkele woorden kwijt. En dat is een probleem van het moderne filmjournalisme, wat geïllustreerd is in onderstaande berichten over Thor: Ragnarok.

Onlangs stond er in de New Yorker een groot artikel over Rotten Tomatoes, een van de sites die samen met CinemaScore, MetaCritic en IMDB een afspiegeling poogt te geven van wat de filmjournalistiek over een werk denkt.

Uitgeschreven meningen worden zo samengevat in een gemiddelde van sterren of cijfers, en artikelen komen tot je in een a twee scherpe zinnen, vaak met een woordgrap of cynische opmerking over de maker. Dat dit problematisch is, mag duidelijk zijn: zijn de beste films niet de films die ons verdelen, die lange artikelen vol uitleg vragen in plaats van gevatte opmerkingen die je zelf tegen je vrienden maakt?

Martin Scorsese schreef dit stuk voor The Hollywood Reporter en legt de link naar de povere receptie van Darren Aronofsky’s film mother! die flink flopte. Sommige journalisten waren boos na afloop van de film, zoals sommigen boos zijn na Blade Runner 2049. Wat ze niet snappen is dat woede een goede uiting is van je emoties over een film, en dat je deze woede moet opschrijven, gelaagd, en de lezer meenemen in waarom voor jou de film niet werkte.

Dat bovenstaande sites zo artikelen van 600 woorden terugbrengen tot 20 is nog niet zo erg; je kan immers doorklikken en meer lezen als je een uitgebreidere, diepere lezing wil van de film die je opzoekt. Maar filmjournalisten zijn deze verzamelsites steeds vaker voor. In plaats van langere stukken te schrijven over een film, schrijven ze ook hun gedachten in twee a drie cynische regels op Facebook of Twitter. Dit heeft twee problemen.

Het eerste probleem is dat de schrijvers zo hun eigen vak ondermijnen. Het goed verwoorden van een dieper inzicht in een film, het vergroten van het kijkplezier van je lezers en het benoemen van gelaagdheden die je lezers anders doen nadenken over cinema in het algemeen; deze twitterjournalistiek doet geen van deze drie dingen die mij de grondpositie van elke filmjournalist lijkt.

Een tweede probleem is een gebrek aan respect voor de filmmakers, mannen en vrouwen die drie of vier jaar van hun leven bezig zijn om je zo goed mogelijk een verhaal te vertellen en daar honderden getalenteerde vaklui voor inschakelen; bloed, zweet, tranen en miljoenen euro’s voor op het spel zetten. Wanneer je deze mensen niet respecteert, waarom wil je er dan over schrijven?

Zie en luister hoe Roger Ebert, godfather van de filmjournalistiek, het uitlegt:

Waarom dit jou aangaat, beste lezer, is dat je je af moet vragen welke filmjournalistiek je tot je neemt. Je kunt kiezen voor de sites die verzamelen, zoals ik ze hierboven heb genoemd, of voor de losse artikelen en recensies van filmjournalisten gaan. Daar zit geen goed of fout in. Wat ik je wil zeggen, is dat wanneer je voor de losse artikelen en recensies gaat, eis dan kwaliteit. Evenals de makers lang hebben gedaan over hun film, moet je dat van de filmjournalist ook verwachten. In deze tijd waarin we rechtstreeks contact kunnen hebben met journalisten die via de social media kunst van jaren werk in twee zinnen tussendoor afkraken, vraag ze waarom. Eis als lezer van artikelen en recensies een professioneel geschreven werk of niets. Als ze broddelwerk leveren, kunnen ze evengoed hun baan opzeggen.

Het ontbreekt deze filmjournalisten aan respect; voor het vak, voor de makers waar ze met cynische opmerkingen boven willen staan. De waarheid is volgens mij dat een filmjournalist nooit boven een filmmaker staat, dat de slechtst gemaakte films meer waard zijn dan de best geschreven recensies, dat filmmakers wel zonder filmjournalisten kunnen, maar dat dit andersom niet geldt.

Ik raad je daarom aan, beste lezer, niet zomaar recensies te lezen, maar op zoek te gaan naar filmjournalisten die hun mening kundig verwoorden. Dat is niet makkelijk, dus help ik je op weg. Gawie Keyser (De Groene Amsterdammer) schrijft altijd persoonlijk over films die hem raken. Elise van Dam en Hugo Emmerzael zijn twee grote nieuwe talenten en Dana Linssen (Filmkrant, NRC) is al jarenlang de koningin van de Nederlandse filmjournalistiek.

Deze vier namen zijn een goed begin. Internationaal vallen mij vooral Mark Kermode en Brian Tallerico op, met Pauline Kael en Roger Ebert voor de oudere films.

Kijk vaker naar de naam onderaan een artikel of recensie, zoek bij nieuwe films op wat juist de filmjournalisten die jij vertrouwt vinden. Het zal je verdieping geven, nieuwe inzichten, nieuwe connecties met films die je nog niet kende en heel, heel veel meer kijkplezier. Het laatste woord is voor de godmother van filmjournalisme; Pauline Kael.

1 reactie

Geef een reactie

Annuleren

  1. Naar mijn mening is er niets mis met een eerste reactie op een film geven met behulp van een tweet. Een uitgebreidere recensie kan later nog geplaatst worden en de mensen die je volgen zullen daar de tijd ook voor nemen, maar die hebben dan al een idee of ze zo’n film ook zullen kunnen waarderen op basis van de persoon die zo’n tweet plaatst. Roger Ebert heeft samen met Siskel het “duimen” systeem geïntroduceerd, wat natuurlijk hetzelfde is als een Rotten Tomatoes score en dat destijds toch veel gebruikt werd voor marketing als het er twee omhoog waren. Er zijn een groot aantal filmkijkers die recensies nooit lezen, het blijft een niche en degenen die het wel doen zullen de moeite nemen om naast een korte tweet ook meer te lezen.