Nu aan het lezen:

De kijk van Koolhoven

De kijk van Koolhoven

 

In het eerste filmprogramma op de NPO in tijden doet een van ’s Neerlands bekendste regisseurs, Martin Koolhoven, een boekje open over zijn favoriete films. Hoewel het initiatief van een serieus filmprogramma te loven valt, heeft De kijk van Koolhoven een groot struikelblok: de presentator zelf.

Het is onvermijdelijk dat als een programma gepresenteerd wordt vanuit de blik van één presentator er enigszins valt te spreken van een beperkte visie, want je hebt te maken met het referentiekader van één persoon. En hoewel ik zeer te spreken ben over veel van Koolhovens films, ben ik dat niet over zijn presentatiekwaliteiten, waarbij hij als een soort Nederlandse Tarantino zichzelf neerzet als kenner, inclusief de onvermijdelijke tunnelvisie. Koolhoven heeft net als Tarantino een geëxalteerde, hyperactieve manier van spreken en een voorliefde voor genrewerk waar het testosteron van afdruipt. En zoals je vaak ziet bij filmminnende regisseurs die zichzelf opstellen als kenner is er altijd sprake van een extreme focus op eigen voorkeuren, gelardeerd met open deuren, sporadische feitelijke onjuistheden en een grote liefde voor eigen werk.

Om met de open deuren te beginnen: veel van de fragmenten in de zes afleveringen, elk opgehangen aan een thema, zijn afkomstig uit gedoodverfde klassiekers wier posters menig studentenkamer sieren. Echt interessant wordt het wanneer Koolhoven zijn visie richt op minder bekende films als bijvoorbeeld The Quiet Earth en vergeten spaghettiwesterns. Vaker echter bestaan zijn verhalen uit de zoveelste riedel over Sergio Leone, Das Boot en Dr. Strangelove. Erger is het als hij welbekende analyses brengt als eigen inzichten. Misschien wel de meest ontleedde scène uit de filmgeschiedenis, één die veel collega-filmjournalisten en filmmakers langs hebben zien komen in hun eerste lessen media-analyse op de UVA, UU en Filmacademie (ik heb rondgevraagd), is de strandscène in Jaws waarin het jongetje wordt gegrepen. Een vermelding dat deze scène reeds doodgeanalyseerd is zou op zijn plaats zijn. Op Twitter regende het echter loftuitingen van kijkers die onder de indruk waren van de fantastische inzichten van Koolhoven. Ik kreeg er jeuk van.

Ander voorbeeld: als je, onder druk, twee filmanalyses moet maken over recente post-apocalyptische films kom je hoe dan ook uit op Children of Men, met name de scène van de auto-crash, en de eerste vechtscène tussen Max en Furiosa in Mad Max: Fury Road. Tientallen, misschien wel honderden video-essays en artikelen zijn geschreven over deze twee films en scènes. Koolhoven voegt de zoveelste, overbodige versie toe.

Erger is dat hij in zijn enthousiasme veel fouten maakt. Sommige van zijn verhalen beginnen met een gedachte, of analyse, die hij niet netjes afrondt. Zo legt hij het Kuleshov-effect uit om iets te zeggen over het non-realisme in Das Cabinet des Dr. Caligari. Hij legt echter geen verband tussen realisme en non-realisme en het Kuleshov-effect, waarmee hij uiteindelijk geen enkele reden geeft om Kuleshov aan te halen. Het is een los eindje. Een gemiddelde student zou daar niet mee wegkomen en het is onbegrijpelijk dat het hele stuk over Kuleshov niet gesneuveld is in de montage.

Bizarre fouten: de stelling dat The Searchers een duidelijke zwart-wit-tegenstelling tussen goed en slecht neerzet in contrast met het meer ambigue wereldbeeld van de spaghettiwestern. Je had bijna elke klassieke Amerikaanse western kunnen noemen, maar wat The Searchers juist zo uniek maakt is het feit dat de protagonist een archetypische antiheld is, die zich in een moreel zeer grijs gebied begeeft. Of neem het moment waarop Koolhoven de mythe over massahysterie rondom Orson Welles’ radiohoorspel War of the Worlds nog eens aanhaalt, terwijl een kleine zoektocht op internet (bijvoorbeeld snopes.com) dat broodjeaapverhaal ontkracht. Ook tekenend: het moment waar hij schizofrenie verwart met een gespleten persoonlijkheid, als hij het heeft over Lost Highway. Jammerlijke onzorgvuldigheden.

Tevens is er dus sprake van een tunnelvisie: in de aflevering Eurohorror, waar hij landen en genres langsgaat, noemt hij als enige voorbeeld van Spaanse horror Pan’s Labyrinth, een Mexicaans-Spaanse coproductie met een Mexicaanse regisseur. Waar zijn de films van Alex de La Iglesia, Jesus Franco, Paul Naschy, of bijvoorbeeld Tombs of the Blind Dead, Who Can Kill A Child?, [REC], Tesis, In A Glass Cage, The Cannibal Man, The Blood Spattered Bride en Anguish? Het is het meest extreme voorbeeld van tunnelvisie in de serie en Koolhoven verbloemt het met een opzichtig lulpraatje, waar hij zich half verontschuldigt voor het tonen van een Mexicaans-Spaanse coproductie zonder te melden dat hij een rijke horrortraditie verder onbesproken laat.

Of neem de aflevering rond Erotica, die volgepropt wordt met alleen maar heteroseks tussen blanke mensen. De aflevering is duidelijk ook geënt op Koolhovens eigen seksuele voorkeuren: witte blonde vrouwen, grote tieten. Als ik als filmjournalist een aflevering over Erotica zou maken zou er raar opgekeken worden als ik enkel aandacht besteedde aan mijn eigen voorkeuren (hint: al die willen te kaap’ren varen moeten mannen met baarden zijn), maar Koolhoven, die als ‘Auteur’ ten tonele verschijnt, komt ermee weg. Misschien ben ik de enige hoor, maar ik had niet perse hoeven weten dat de tienjarige Martin Koolhoven naar eigen zeggen bloedgeil werd van een seksscène in Amarcord.

 

In diezelfde aflevering toont hij zich overigens een reactionair, naar mannetje. Nadat hij een aflevering vult met bruut seksueel geweld, vol mishandeling, moord en verkrachting, moet hij toch de olifant in de porseleinkast benoemen: dat veel films seksistisch en seksueel gewelddadig zijn. In plaats daarvan gebruikt hij Elle als aanleiding om de uitspraak te doen dat de film dapper was door de hoofdpersoon stoïcijns te laten reageren op een verkrachting, in deze politiek correcte tijden, want, ik citeer: ‘Slachtoffer zijn, dat wil iedereen.’ Ik zal wel weer een links-extremistische policor SJW zijn als ik benoem dat dat alleen iets is wat je kunt zeggen als je nooit een slachtoffer bent geweest. Je ziet hem denken, ‘kan ik dit wel zeggen?’, terwijl hij aarzelend naar woorden zoekt. Ik durf het woord privilege niet te noemen, maar weet je? Ik doe het toch.

Als je een aflevering kijkt vol met seksueel geweld, dan hoop je dat de presentator daar zorgvuldig mee omspringt. Dat is iets wat ik van mijn medejournalisten over het algemeen verwacht. Maar Koolhoven gooit lekker de knuppel in het hoenderhok, want als BN-er hoeft hij zich niet te veel zorgen te maken over nuance. Case in point: tijdens zijn analyse van het strandfragment in Jaws, wanneer er een vrouw met overgewicht in beeld komt, zegt de beste man: ‘Dan hoeft de haai een week geen slachtoffers meer te maken’. Kom op, Koolhoven, doe eens normaal.

Het programma lijkt voornamelijk bedoeld om het ego van Koolhoven te strelen: hij mag opduiken in zijn favoriete filmfragmenten, zelfs voor een lollig toneelstukje waar hij een nutteloos telefoongesprekje voert in Monument Valley. Hij haalt te pas en te onpas door hem zelf geregisseerde films aan. Elke aflevering begint met een fragment uit een klassieker, waarin Koolhoven zelf opduikt. In de aflevering over de spaghettiwestern is dat Brimstone, want dat is natuurlijk een film van het kaliber Sergio Leone. Ook was ik niet verbaasd dat Koolhoven in de film noir-aflevering uitgebreid aandacht besteedt aan de beroemde film noir Brimstone, dat hij in de aflevering Erotica uitgebreid aan het woord komt over de erotische klassieker Amnesia en hij in de Eurohorror-aflevering het mag hebben over de gigantische horrorknaller Suzy Q. Ik hoop eigenlijk dat het laatste shot in de aflevering Water/Boten, waarin Koolhoven op messiaanse wijze over het water loopt, ironisch bedoeld is, maar na zoveel zelfverheerlijking weet ik dat eerlijk gezegd niet.

‘Maar dit is bedoeld voor de leek,’ kun je nu zeggen, maar als De kijk van Koolhoven gemaakt is voor beginnende cinefielen — wat gezien het aantal open deuren het geval lijkt — waarom dan zoveel spoilers? Zo bestaat de aflevering over film noir eigenlijk enkel uit plot twists en eindscènes, en vertoont hij ook veel slotscènes in de Eurohorror-aflevering. Met name de keuze voor de voorlaatste scène van Let the Right One In is vreemd, omdat de film na deze uitzending op televisie vertoond werd. Daarnaast hoor je Koolhoven twijfelen over het tonen van de ontknoping van Blood and Black Lace, maar hij doet het toch. Soms heeft het totaal geen functie: de bommensequentie uit Dr. Strangelove heeft, zonder de context van de film, amper impact. Dat je kiest voor een paar iconische plottwists is misschien onvermijdelijk bij een serie die draait om klassieke filmmomenten, maar Koolhoven maakt het wel erg bont.

Hoewel Koolhoven me als presentator op de zenuwen werkt, is het niet dat ik specifiek iets tegen hem heb. Hij is een goede regisseur. Maar als verteller over film laat hij het afweten. Het is typisch voor de mediawereld dat naam verkozen wordt boven expertise. Zie de tafelheren en -dames bij De Wereld Draait Door en Matthijs van Nieuwkerk zelf, die een programma vol feitelijke fouten en open deuren aan elkaar mag lullen. Neem een streaming platform als Cinetree, waarin elke week een bekende Nederlander mag optreden als curator, zodat je elke keer dezelfde eenheidsworst voorgeschoteld krijgt. Als je het aan BN-ers over laat krijg je elke maand Intouchables te zien. Of neem het De Jeugd van Tegenwoordig Filmfestival, waar moderne klassiekers als Akira en Eternal Sunshine of the Spotless Mind, films die de gemiddelde liefhebber kan dromen, nog eens langskomen in de bios, omdat er toevallig een hipster-naampje aan verbonden is.

Dat zou helemaal niet erg zijn als De kijk van Koolhoven een van de vele filmprogramma’s was op de NPO, maar dit is het eerste serieuze filmprogramma in bijna drie jaar. Als we een verscheidenheid van visies hebben dan is het niet erg dat de blik van Koolhoven een tunnelvisie is, gericht op eigen navel. Maar in een tijdperk waarin ik en veel van mijn collega-filmjournalisten amper betaald werk kunnen vinden en ons een slag in de rondte moeten werken, is het pijnlijk te zien dat een ‘man met naam’ er halfslachtig broddelwerk van maakt. Ik ben absoluut voor een tweede seizoen van De kijk van Koolhoven, want elk filmprogramma op de Nederlandse buis is een zegen, maar dan het liefst vergezeld van nog een reeks extra filmprogramma’s, gepresenteerd door filmjournalisten of academici. Ik kijk uit naar De Lens van Linssen, In de Zaal met Emmerzael, De Blik van Busch, Praten met Verstraten, Mr. Horror Presents, en Bomen over Film met Hassler-Forest.

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken