In februari organiseert KINO samen met Cine.nl een klein retrospectief van Terrence Malick. De komende weken laten onze redacteuren hun licht schijnen op deze illustere filmmaker.

Zoals het merendeel van onze lezers heb ik gelukkig nooit een oorlog van dichtbij meegemaakt. Wel heb ik als fervent cinefiel een fascinatie ontwikkeld voor films over krijgsgeweld en bloedige historische conflicten. Na het zien van al die filmische pogingen om oorlogsvoering te vangen, rijst wel de vraag hoe je voor oningewijden recht doet aan dat complexe en ongrijpbare fenomeen. Hoe breng je het in beeld voor mensen die de vuurdoop niet hebben doorstaan? Is het een kwestie van realisme en historische nauwkeurigheid? Van gewelddadig spektakel? Van heroïek en opofferingsgezindheid? Of juist verslagenheid en uitzichtloosheid?

Als ik een antwoord probeer te vinden op die vraag moet ik altijd denken aan de woorden van de Britse schrijver Lawrence Durrell. In de indrukwekkende documentairereeks The World at War uit 1974 komt hij met een korte, maar cruciale observatie:

(…) a fifth was in action all the rest was waiting. And a battlefield is like that. It is extraordinary how inanimate the whole thing seems. There’s a little bit of action going on in the right hand corner of some sort. For the rest there are people lying about, smoking and waiting… and sleeping and waiting… and waiting. It is one of the very singular things that films and books don’t bring out. I think perhaps Tolstoy is the exception. Of a battlefield were nothing seems to be happening. The action is always over a hedge. Somewhere in another corner. It is the decisive thing and then they ask you if you where there.

Durrell heeft een punt. Het merendeel van de oorlogsfilms gaat over de strijd: over een al dan niet succesvolle aanval, een spectaculaire operatie of een ongelofelijke heldendaad. Het zijn de grote en tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen. Maar hoe zit het met de weg daarnaartoe? Het ongeduldige wachten? En wat vindt er verder plaats op al die onderbelichte hoeken van zo’n immens slagveld?

Durrell zou ongetwijfeld onder de indruk zijn geweest van Terrence Malick en zijn monumentale The Thin Red Line. Op het eiland Guadalcanal klimmen vermoeide en dorstige Amerikaanse soldaten een heuvel op. Ze kijken uit over een groene zee van lange grassprieten waar het zonlicht sereen op neerstrijkt. Op die schijnbaar vredige heuvel zit ook de vijand verscholen in bunkers en schuttersputjes. Het is de stilte voor de storm terwijl de mannen wachten op een bevel. Gedachten spoken door hun hoofd. Wat doen we hier? En waarom doen mensen dit elkaar aan op deze onwerkelijke en paradijselijke plek?

Iets later doet Malick iets vreemds. De heuvel moet koste wat het kost worden ingenomen van norse officier Tall (Nick Nolte in topvorm). Hij ziet het als zijn moment om geschiedenis te schrijven: de doorslaggevende aanval die het tij kan keren. Uitgeputte kapitein James Staros (de ondergewaardeerde Elias Koteas in een van zijn meest memorabele rollen) mag de aanval leiden. Alles loopt echter uit de hand. Soldaten vallen bij bosjes als ze worden geraakt door mitrailleurvuur en mortiergranaten. Midden in al dat zinloze krijgsgeweld kiest Malick voor een onverwacht shot. Iemand zoekt dekking en aanschouwt plotseling een kleine kwetsbare vogel die uit een ei kruipt en een wereld betreedt van eeuwige strijd.

Het zijn die prikkelende en poëtische tegenstellingen die Malicks film sieren en boven het genre van de oorlogsfilm tillen. De Tweede Wereldoorlog was misschien wel het grootste en bloedigste conflict ooit, maar het is slechts een rimpeling in de tijd. Zo interpreteer ik de beelden die Malick toont van het prachtige eiland, de tijdloze Stille Oceaan of dieren die de schuchtere getuigen zijn van de mens en zijn gevaarlijke zotheid. Wij kunnen ons vol moordzuchtige overgave in het zoveelste conflict storten, de natuur gaat onverschillig door op haar eigen ondoorgrondelijke tempo.

In de vele interne monologen proberen de soldaten in de film dat onzekere lot op een of andere manier te aanvaarden. Ze hebben het zwaar. De slag om Guadalcanal was dat ook. Van augustus 1942 tot september 1943 waren de Amerikanen verwikkeld in een fel gevecht tegen koppige Japanse verdedigers. Het was een bloedige en moeizame campagne middenin onherbergzame jungles waar ziekte en uitputting heersten. Guadalcanal zou de voorbode zijn van helse veldslagen in de Pacific zoals die op Saipan, Iwo Jima en Okinawa die in hun heftigheid moeilijk zijn te romantiseren. Het Europese strijdtoneel bood ten minste nog steden en mensen die je kon bevrijden. Op het Pacifische eiland is de beschaving echter ver te zoeken afgezien van een verdwaalde inboorling die leeft in harmonie met de natuur.

Guadalcanal was de vuurdoop van schrijver James Jones die daar tijdens de oorlog gestationeerd was. Zijn ervaringen vormden de basis voor het gelijknamige boek dat Malick in 1998 zou verfilmen. Jones’ romans zijn uit de mode geraakt, maar waren ooit populair in Hollywood. From Here to Eternity (1953) was een grote hit en gaat ook over mannen in oorlog. Some Came Running, over veteranen die terug naar huis keren en niet kunnen aarden, kreeg eveneens een royale filmbehandeling in 1958 met Frank Sinatra en Dean Martin in de cast. Het zijn portretten van mannen in een morele en existentiële crisis. De eenvoudige burgersoldaten van the greatest generation die voor altijd door de oorlog zijn getekend.

Die gebroken mannelijkheid zit ook in The Thin Red Line. Het is niet de sfeer van camaraderie en goedbedoeld patriotisme die overheerst zoals in zo veel Amerikaanse films over WO2. Ook de mannen belichamen dieperliggende tegenstellingen die Malick fascineren. Zo is de mysterieuze private Witt (Jim Caviezel) een pure ziel onder de manschappen die zich altruïstisch opoffert voor het grotere goed. Jones had voor het boek het personage Robert E. Lee Prewitt uit From Here to Eternity als model genomen. Een vrije geest die worstelt met de strikte regels van het leger en zijn eigen weg probeert te vinden in een wrede wereld.

Daartegenover staat de realistische sergeant Welsh die perfect wordt neergezet door Sean Penn. Een man die kijkt naar de harde werkelijkheid en zich daarbij neerlegt. Twee verschillende polen verbonden in de strijd. Het is een dynamiek die ook speelt bij commandant Tall en kapitein Staros. De grote visie van de op glorie beluste bevelhebber en de chaos ter plekke die de kapitein machteloos waarneemt. De film springt tussen al die ervaringen en visies van soldaten die een betekenis willen geven aan hun tijd op het eiland, maar daar vooral in falen.

Malick biedt de kijker uiteindelijk geen vertroostend of simplistisch hoger doel dat al het bloedvergieten rechtvaardigt. Vergelijk het met die andere in 1998 verschenen iconische oorlogsfilm: Steven Spielbergs Saving Private Ryan. Een film die de lat legde voor het in beeld brengen van de nare vleselijkheid van krijgsgeweld en daarmee bijna alle oorlogsfilms daarna heeft beïnvloedt. De invloedrijke cameratechnieken werden overgenomen in films zoals The Flags of our Fathers, Fury en het recente Hacksaw Ridge. Het is natuurlijk een kant van de medaille. Oorlog als een ‘realistisch’ ogende slachting al dan niet voorzien van een heroïsche conclusie. Aan de andere kant zijn er de eerlijke woorden van Durrell en de onvergetelijke beelden van Malick die pogen om een andere, diepere waarheid over oorlog te onthullen. Een waarheid die besloten ligt in verstilde momenten tussen al die grote historische gebeurtenissen.

Terrence Malick: A Vision of America in KINO
12 februari: Badlands (1973)
19 februari: Days of Heaven (1978)
26 februari: The Thin Red Line (1998)
Klik hier voor meer informatie en tickets

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren