Nu aan het lezen:

9 keer A Christmas Carol

9 keer A Christmas Carol


Elk jaar kijk ik minstens één Christmas Carol. De eenvoudige structuur en de diversiteit aan emotionele knoppen die elke versie indrukt – je moet erg je best doen om het sentimentele einde te verpesten – maken het verhaal verslavend.

Ik ben altijd benieuwd hoe een verfilming bepaalde momenten aanpakt: welk gezelschapsspel wordt gespeeld op het feest van Fred? Welke vorm krijgt de Ghost of Christmas Past? En vooral: zijn mijn favoriete personages, Ignorance & Want, aanwezig? Een overzicht van de negen meest relevante verfilmingen.

Scrooge (1935, Henry Edwards)

De oudste bewaarde geluidsversie valt op door de subtiele aanpak van de geesten. Scrooge wordt eerst bezocht door de geest van Jacob Marley, maar de kijker krijgt hem niet te zien: we horen slechts zijn stem, terwijl Seymour Hicks als Scrooge overtuigend maakt dat Marley daar voor hem staat. De Ghost of Christmas Past is slechts een licht, de Ghost of Christmas Yet To Come — meestal verbeeld als Magere Hein — is een wijzende vinger. Creepy shit: deze versie begrijpt, zoals de beste versies, dat A Christmas Carol een spookverhaal is.

Ignorance & Want: afwezig

A Christmas Carol (1938, Edwin L. Marin)

De mierzoete versie met Reginald Owens was lang bepalend voor het Amerikaanse beeld van Dickens’ klassieker. Victoriaans Londen is een vrolijke plek waar mensen sleetje rijden en dingen roepen als ‘right-o, guv’nor!’ Armoede is er wel, maar niemand lijkt er echt onder te lijden. Hierdoor verliest het verhaal een groot deel van z’n kracht. In plaats van Ignorance & Want krijgen we heel veel tijd in het gezelschap van de irritante Cratchit-kinderen. Tiny Tim wordt gespeeld door Terry Kilburn, een jongen van twaalf die overkomt als een vrouw van dertig die een jongen van twaalf speelt.

Ignorance & Want: afwezig

Scrooge (1951, Brian Desmond Hurst)

Na de versie met Owens werd deze gezien als definitieve versie, en gelukkig maar: deze Engelse favoriet is donkerder en somberder, en verdient daardoor het zoetsappige einde. Alastair Sim is een geweldige Scrooge, nog steeds de beste. Uit zijn mond klinkt Dickens’ bloemrijke taal alsof mensen werkelijk zo praten. En waar veel adaptaties gebukt gaan onder de plichtmatige herhaling van alle klassieke zinnen uit het boek, houdt Sim gewoon zijn mond als non-verbale communicatie voldoende is. Ook een mooie afwijking van de bron: het deel de Ghost of Christmas Past. Die flashback staat bekend als het saaiste deel van het boek, en veel adaptaties korten hem dan ook flink in. Deze versie maakt hem juist langer, maar geeft ons daarmee een gedetailleerder beeld van de jonge Scrooge, en hoe hij gecorrumpeerd werd door het economische systeem. Waar Dickens ons alleen vertelde dat Scrooge ‘lost his noble aspirations’ laat deze film zien hoe dat gebeurde.

Ignorance & Want: aanwezig

Scrooge (1970, Roland Neame)

Een kleurrijke musical vol liedjes die je kunt gebruiken om tijdens naar de wc te gaan. Victoriaans Londen is weer een vrolijke, romantische plek. Hier geen verhongerende kinderen op straat. De toen 34-jarige Albert Finney speelt een karikaturale Scrooge en de zingende Tiny Tim is onuitstaanbaar. De film komt wel tot leven met het pakkende, ironische nummer Thank You Very Much, en de daarop volgende scène waarin Scrooge afdaalt naar de hel om zijn eventuele toekomst te zien. Nogal belachelijk, maar ten minste iets anders.

Ignorance & Want: afwezig

A Christmas Carol (1971, Richard Williams)

Deze prachtige animatiefilm is de beste adaptatie, en lekker kort. ‘Animated for kiddie consumption’, staat op Rotten Tomatoes onder info, maar de schrijver heeft de film niet gezien: deze versie is een van de meest duistere, en kleine kinderen kunnen zich kapot schrikken van de grommende, monsterlijke Ignorance & Want. Of de geest van Marley, wiens kaak tot op zijn borst valt. Of zelfs van Tiny Tim, die er hier uitziet alsof hij inderdaad snel zal overlijden. Of de Ghost of Christmas Past, een surrealistische verschijning met een spookachtige, emotieloze stem. De film raast op (te) hoog tempo in 25 minuten door het hele boek, maar de virtuoze animatie is waar je voor kijkt. De tekenstijl is geïnspireerd op negentiende-eeuwse gravures en de film zit vol zwierende camerabewegingen en creatieve overgangen. Dat Alastair Sim en Michael Hordern hun rollen als Scrooge en Marley uit 1951 opnieuw spelen is de piek op de boom.

Ignorance & Want: aanwezig

A Christmas Carol (1984, Clive Donner)

Alaister Sim blijft de beste Scrooge, maar George C. Scott komt in de buurt. De meeste Scrooges zijn chagrijnig en somber, maar die van Scott geniet van zijn misantropie en brengt zijn sarcastische dialogen met een brede grijns. Later poogt hij moedig zijn waardigheid te bewaren wanneer hij oog in oog staat met de harde waarheid over zichzelf. Edward Woodward is ook een uitstekende Ghost of Christmas Present, die er zichtbaar van geniet Scrooge een lesje te leren.

Ignorance & Want: aanwezig

Scrooged (1988, Richard Donner)

Bill Murray is natuurlijk een perfecte 20e-eeuwse versie van Scrooge, en het is ook altijd leuk de excentrieke Carol Kane te zien. De humor werkt en de horror verrassend genoeg ook. De meest opvallende afwijking, buiten de modernisering, is de transformatie: waar Scrooge overtuigd raakt van het belang vriendelijk en gul te zijn, wordt Murrays Frank Cross net zo lang door de mangel gehaald tot hij doordraait. Aan het einde zien we niet zozeer een sympathieke Scrooge, als wel een euforische maniak. Wel leuk: een van de minst irritante Tiny Tims, in de vorm van Calvin, een jongetje dat niet kan praten — tot hij aan het einde de beroemdste woorden uit A Christmas Carol mag uitspreken, die daardoor een veel emotioneler lading krijgen.

Ignorance & Want: afwezig

A Muppet Christmas Carol (1992)

Niet zozeer een Muppetsfilm als een film waar toevallig Muppets in zitten. Het anarchisme van het beste Muppetswerk maakt plaats voor respect voor het bronmateriaal – jammer, want zo’n moralistische literaire klassieker is bij uitstek geschikt voor de de typische Muppetsaanpak. A Muppet Christmas Carol is wat dat betreft een gemiste kans, maar wel gewoon een goede Christmas Carol, met een uitstekende Scrooge (Michael Caine). Hoogtepunt: Statler en Waldorf als Marley en Marley. Zij mogen een paar speldenprikjes aan Dickens uitdelen (‘What a terrible pun!’ –  gelijk hebben ze) en zingen het beste nummer uit de film.

Ignorance & Want: afwezig

A Christmas Carol (2009, Robert Zemeckis)

Een hevig gedateerd relikwie uit de tijd dat Robert Zemeckis dacht dat mo-cap-films de toekomst zouden zijn. Zemeckis blijft meestal slaafs trouw aan de bron, en waar veel adaptaties de duisternis afzwakken, zet hij deze juist aan.  Hij maakt zelfs Dickens’ zelfcensuur ongedaan, door Scrooge tegen zijn neef Fred te laten zeggen: ‘I’ll see you in Hell’, waar Dickens deze blasfemie enkel suggereerde. Maar meer dan alles wil Zemeckis ons de visuele pracht van zijn mo-cap-wereld tonen — en dat is jammer, want de film is spuuglelijk. Dieptepunt is een belachelijke actiescène die Zemeckis het verhaal in propt om het toen nog nieuwe 3D-effect volop te kunnen gebruiken. Zemeckis wilde misschien de definitieve versie voor de nieuwe generatie maken, maar het lijkt erop dat die titel toch naar de Muppets gaat.

Ignorance & Want: aanwezig

En nu genieten.

Fijne dagen allemaal,

Julius Koetsier

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken