Nu aan het lezen:

De 10 leukste comedy films die je nog nooit hebt gezien

De 10 leukste comedy films die je nog nooit hebt gezien

 

In de vorige themamaand tipte Cine je al 10 coming-of-age films die onder de radar vliegen, maar daarom niet minder goed zijn. In de maand waarin de comedy centraal staat doen we dat dunnetjes over. Lees hieronder de lijst met de 10 leukste comedy films die om wat voor reden dan ook niet aan de oppervlakte liggen, maar daarom niet minder leuk zijn.

Le Soupirant (Pierre Étaix, 1962)

Het werk van de Franse komiek Pierre Étaix was door een rechtenkwestie tot 2010 nauwelijks te zien. Inmiddels zijn de films gerestaureerd en door Criterion op dvd uitgebracht. Étaix maakte zijn beste films in de jaren zestig en benutte optimaal zowel de visuele als auditieve kant van cinema. Zijn films zijn een ontmoeting tussen de fysieke komedie van Buster Keaton en de visuele finesse van Jacques Tati. Le Soupirant, over een jongeman (Étaix zelf) die van zijn ouders moet trouwen en obsessief verliefd raakt op een onbereikbare zangeres, was zijn eerste lange speelfilm. Puntgaaf geschreven en charmant gebracht. En één van vele bewijzen dat Étaix nog veel meer lof verdient dan hij krijgt.

 

State and Main (David Mamet, 2000)

David Mamet is vooral befaamd als scenarioschrijver van onder meer het Pulitzerprijs-winnende toneelstuk Glengarry Glenn Ross. Daarnaast regisseerde hij ook een aantal films, waaronder de komedie State and Main, waarin een filmcrew neerstrijkt in een pittoresk Amerikaans stadje in Vermont. Dat verloopt uiteraard niet zonder problemen. State and Main is – niet verrassend – fantastisch geschreven en kan leunen op sterke acteerprestaties van onder meer William H. Macy, Sarah Jessica Parker en Philip Seymour Hoffman. Die laatste vormt samen met Rebecca Pidgeon het verrassend warme hart van deze film die zich nog het beste laat beschrijven als fijn. Heel fijn.

 

De Grønne Slagtere (Anders Thomas Jensen, 2003)

Wanneer Svend per ongeluk een mecanicien opsluit in de vriescel van zijn nieuwe slagerij, heeft hij een probleem. Wanneer mede-eigenaar Bjarne de volgende ochtend filets snijdt van de bevroren meneer en die verkoopt lijkt het probleem nog groter. Maar wat blijkt? Het vlees wordt een hit onder de onwetende inwoners van het Deense dorpje. Anders Thomas Jensen heeft maar een handjevol films op zijn naam staan, maar zijn bizarre en toch ook menselijke humor hebben hem een lieveling gemaakt onder filmliefhebbers. En voor die liefhebbers is er goed nieuws: na een regiepauze van tien jaar verscheen onlangs zijn nieuwe, Mænd & Høns. De film wordt maart volgend jaar in Nederland uitgebracht.

 

Brewster McCloud (Robert Altman, 1970)

Robert Altman is verantwoordelijk voor een van de beste oorlogskomedie ooit, M*A*S*H, en het was het grote succes van die film dat hem de vrije hand gaf bij zijn volgende project. Dat leidde tot een ongewone komedie over een jongen (Bud Cort uit Harold and Maude) die heimelijk vleugels bouwt in de kelder van een stadion om mee weg te kunnen vliegen, waarbij hij bescherming krijgt van een mysterieuze vrouw wier schouderbladen de littekens dragen van een vorig bestaan. Brewster McCloud is zeker geen komedie om veel en hardop om te lachen, maar wel een unieke film met humor die afwijkend is en nooit zonder schurende ondertoon.

 

Putney Swope (Robert Downey sr., 1969)

Onder meer Louis CK en Paul Thomas Anderson hebben het werk van Robert Downey sr. als belangrijke inspiratiebron genoemd. Zijn humor is grof, gedurfd en compromisloos. Zijn bekendste film Putney Swope is een middelvinger naar de reclamewereld, met al zijn stereotypen, racisme en seksisme. Wanneer de directeur van een reclamebureau tijdens een vergadering dood neervalt, krijgt de enige zwarte man in het bedrijf, Putney Swope, door een misverstand de leiding. Zijn motto: ‘Rocking the boat is a drag, what you do is sink the boat!’ Eind vorig jaar vertelde Downey sr. aan Vice bezig te zijn met een nieuwe film. Op de vraag hoe hij de financiering hoopt rond te krijgen antwoordde hij: ‘I play the Lotto religiously.’

 

Kin-Dza-Dza! (Georgiy Daneliya, 1986)

Kin-Dza-Dza! is een Russische sciencefiction-komedie over twee mannen die per abuis op een andere planeet terecht komen. Daar heerst een strikte klassenscheiding die zich uit in de kleur van iemands broek en het aantal keer dat je moet hurken voor iemand. Om terug naar aarde te komen moeten de mannen de planeet doorkruisen, waarbij ze onder meer moeten optreden in een kooi en hulp krijgen van twee figuren die vooral geïnteresseerd zijn in lucifers. De werkelijke attractie van Kin-Dza-Dza! is de fantastische – en typisch Russische – vormgeving. De desolate zandlandschappen, industriële vervoersmiddelen en surrealistische omgangsvormen zijn niet enkel bron van hilariteit, maar tevens van maatschappijkritiek en melancholie.

 

The Bed-Sitting Room (Richard Lester, 1969)

Richard Lester is vooral bekend van de Beatles-films A Hard Day’s Night en Help!, maar in hetzelfde decennium maakte hij ook nog The Bed-Sitting Room, waarin de wereld is verwoest door een twee minuten durende nucleaire oorlog. Door de radioactieve neerslag dreigen mutaties. Een man transformeert langzaam tot vogel, een ander vreest dat hij verandert in een zit-slaapkamer. Hij vraagt een vriend wat hij moet doen als het zover komt. ‘Verhuren’, antwoordt die. De humor in The Bed- Sitting Room is typisch Brits: absurdistisch, chaotisch en even flauw als intelligent. Daarnaast weet Lester ook nog visueel te imponeren met fraaie vuilnisbelt-achtige landschappen.

 

Finisterrae (Sergio Caballero, 2010)

Bij het werk van de Spaanse regisseur Sergio Caballero kan het twee kanten op: je vindt het hilarisch of je wordt er mesjogge van. Caballero filmt vrijwel zonder vooropgezet plan en voegt pas bij de montage structuur en dialogen toe. Finisterrae is een sterk door Philip Garrel’s atmosferische La Cicatrice Intèrieure geïnspireerde roadmovie over twee spoken (denk: wit laken met gaten als ogen) die onderweg zijn naar Santiago de Compostella. Onderweg verdwalen ze, ontmoeten een hippie en vissen in een rolstoel. De film is zeer traag en de humor kurkdroog. Maar wie daar in mee kan gaan ondergaat een unieke ervaring voorzien van wonderschoon camerawerk en een surreële soundscape.

 

Schizopolis (Steven Soderbergh, 1996)

‘In the event that you find certain sequences or ideas confusing, please bear in mind that this is your fault, not ours’, spreekt Soderbergh ons toe voordat zijn film begint. En ja, Schizopolis is verwarrend en onnavolgbaar. Maar ook ontzettend grappig. Gemaakt met een miniem budget en zonder vooraf vaststaand script is het een experimentele en scherpe deconstructie van menselijke communicatie. Er zijn nauwelijks gewone dialogen. Mensen praten in willekeurige woorden, of in beschrijvingen van wat ze zeggen. Schizopolis ademt de aanstekelijke energie van een jonge regisseur die boordevol –nog enigszins– ongepolijst talent zit. Overigens leerde Soderbergh het vak niet van een vreemde. Zijn mentor (en naamgever van een van de personages in Schizopolis) was Richard Lester.

 

Panique au Village (Stéphane Aubier, Vincent Patar, 2009)

Deze stop-motion-animatiefilm gaat over Cowboy en Indiaan die voor de verjaardag van Paard vijftig bakstenen bestellen om een barbecue mee te bouwen. Door een foutje bestellen ze per ongeluk een veelvoud daarvan en wanneer hun huis bedolven raakt onder de stenen vallen ze letterlijk van de ene absurde situatie in de andere. Panique au Village is een compleet geflipte komedie, propvol woord- en beeldgrapjes. Een robotpinguïn, een schol pissige barracuda’s en parachute-springende koeien zijn nog maar een greep uit de ingrediënten. En niet te vergeten koffie. Heel veel koffie.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken