Nu aan het lezen:

CinemAsia 2019: Little People. Big World

CinemAsia 2019: Little People. Big World

Vorige week vond de twaalfde editie van CinemAsia plaats, waar je van veertien Aziatische culturen kon proeven. Het overkoepelende thema Little People. Big World legt de focus op individuen uit verschillende milieus die op hun eigen manier hun draai proberen te vinden in een complexe en globaliserende wereld. Hierbinnen valt ook het subthema LGBTQ: Azië blijkt nog steeds het enige continent in de wereld te zijn waar geen enkel land het huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht accepteert.

Door in Little People. Big World de spotlight op de gemarginaliseerde bevolkingsgroepen te richten wordt duidelijk dat hun ‘verschillen’ invloed hebben op hun positie binnen de maatschappij. In de films krijg je de mogelijkheid kleine stukjes van uiteenlopende intieme relaties te ervaren. Zoals de band tussen een autistische man en zijn jongere broer in Guang uit Maleisië. Of de stille wanhoop van een veertienjarig uitgehuwelijkt meisje in The Third Wife uit Vietnam. De liefde tussen twee oudere mannen en het effect ervan op hun familie staat centraal in Rainbow’s Sunset uit de Filipijnen. En mannen die al het vertrouwen in hun medemens of zelfs volledig het besef van realiteit verliezen, zie je respectievelijk terug in Cities of Last Things uit Taiwan en The Looming Storm uit China.

Mijn micro-trip door (Cinem)Asia begint met Guang (Quek Shio-chuan, Maleisië). Je stapt in de wereld van de zwaar autistische Wen-guang (Kyo Chen) en zijn jongere broer Didi (Ernest Chong) die voor hem zorgt. Didi spoort zijn broer aan om een baan te vinden en zo zijn bijdrage te leveren aan het huishouden. Dat blijkt niet al te makkelijk met Wen-guangs sociale uitdaging. Tegelijkertijd begint Wen-guang in het geheim (en niet altijd op een legale manier) met het verzamelen van glazen met een bepaalde muzikale frequentie. De spanningen lopen op door de fouten die de onwetende Wen-guang maakt, wat op momenten leidt tot komische situaties en soms juist de zwaarte en de frustraties van zijn situatie versterkt. Het is een simpel, maar effectief verhaal, dat zich ook goed leent voor het achterliggende doel van de film: autisme wordt in Azië nog vaak niet erkend en regisseur Quek hiervoor wil met deze film, geïnspireerd door het autisme van zijn eigen broer, aandacht genereren.

Voor een groot gedeelte van de tijd kijk je met een grijns op je gezicht door de aandoenlijke maniertjes van Wen-guang. Hij heeft bijvoorbeeld een kast vol blauwe bloezen gesorteerd op tint en vijf wekkers van groot naar klein, die elkaar precies afwisselen op het moment dat ze afgaan. De euforie die Wen-guang uitstraalt wanneer hij het laatste glas van zijn verzameling vindt, is fantastisch. Het voelt als de hoogst haalbare overwinning. Als vervolgens zijn doos vol glazen door zijn broer tijdens een flinke ruzie het raam uit worden gegooid breekt ons hart mee. Hoewel de insteek van Didi rationeel begrijpelijk is, volgen we emotioneel Wen-guangs reactie. De subjectiviteit van Wen-guang wordt versterkt door mooie beeld- en geluidseffecten waarin het geluid dat hij hoort en zijn reactie worden uitgelicht. Dit gebeurt vaak in combinatie met een herinnering die door een associatie wordt opgeroepen, of wanneer hij op een onverwacht moment de frequentie van een van zijn benodigde glazen opvangt. Als kersje op de taart zien we tijdens de aftiteling nog een aantal opnames van achter de schermen waarin de ‘echte’ Wen-guang, de broer van de regisseur, uitlegt aan acteur Kyo Chen hoe en waarom hij bepaalde dingen doet. Het zorgt voor een verbinding tussen de moraal van de film en de realiteit en is daarmee een stap in de richting van algemeen besef.

The Looming Storm (China), winnaar van de competitie-awards ‘Best Performance’ (Duan Yihong) en ‘Best Directing’ (Dong Yue), heeft een veel duisterder sfeer. De film speelt zich af in een arbeidersstad in 1996, wanneer er in China grote veranderingen gaande zijn. Yu Guowei (Duan Yihong) is beveiliger bij een van de fabrieken. Hij wil graag een detective zijn en probeert een lokale moordzaak op te lossen. Yu droomt van grootsheid en verliest zichzelf beetje bij beetje in zijn zelfgecreëerde illusie.

Het is een grauwe film, met een oneindig-lijkende regenbui, passend bij het geheel. Het verhaal verloopt traag en de ontwikkelingen zijn beheerst. Dit zorgt voor een consistente, wat afstandelijke beleving. Pas wanneer Yu denkt eindelijk de dader te hebben gevangen breekt de storm open en zien we voor het eerst licht aan de horizon, maar de weersomstandigheden blijken steeds meer een subjectieve beleving te zijn.

The Looming Storm gaat over ambitie en de wens om vooruit te willen komen, maar dat niet kunnen. Yu’s vriendin, Yanzi (Jiang Yiyan), spreekt regelmatig over haar wens om naar Hongkong te vertrekken, wanneer dit gebied eindelijk toegankelijk zal zijn. Maar de wens blijft slechts een wens. Zelfs op het moment dat Yu jaren later besluit de openbare bus te pakken en te vertrekken, start deze ineens niet meer. Het is duidelijk: we zijn machteloos en kunnen niets anders dan stilstaan. In zijn geheel heeft The Looming Storm een solide verhaal, dat stevig staat, maar door zijn afstandelijkheid raakt de film makkelijk vergeten.

Een echte tegenvaller was Rainbow’s Sunset (Joel Lamangan, Filipijnen). Als deel van het LGBTQ-programma vertelt hij het verhaal van ex-senator Ramon (Eddie Garcia) en zijn besluit om te gaan zorgen voor zijn ongeneeslijk zieke vriend Fredo (Tony Mabesa) tijdens zijn laatste dagen. Hun families hebben ieder een eigen reden om wel of niet achter dit besluit te staan, zeker wanneer al snel blijkt dat de mannen meer voor elkaar zijn dan gewoon vrienden.

De insteek van de film spreekt aan, want wat is er mooier dan onvoorwaardelijke liefde die tot bloei komt ongeacht de weerstand? Jammer dat dit concept compleet om zeep geholpen wordt door de overdreven soap-personages en een bombardement aan dialoog, in afwisselend Filipijns en Engels. Ieder persoon heeft wel een melodramatische twist, zoals bijvoorbeeld buitenechtelijke seksuele relaties met een secretaresse, fraude, een oudere-vrouw-jongere-man-relatie, problemen met het testament van de stervende man et cetera. Het verhaal betrekt je niet in de liefde van Ramon en Fredo, maar blijft hangen in een irritatie van bijzaken.

In Cities of Last Things (Ho Wi-ding) worden we meegenomen naar de duistere kant van een futuristisch Taiwan. De laatste keuze die Zhang Dong-ling (Jack Kao) maakt in zijn zoektocht naar wraak leidt tot zijn dood, waarna we stap voor stap terug in de tijd gaan en zien waar zijn diepgewortelde teleurstelling in de maatschappij vandaan komt. Eens was hij een eervolle politieagent, met een vrouw en kind. Wanneer hij een van zijn collega’s betrapt met zijn vrouw komt hij er hardhandig achter hoe diepgeworteld de corruptie in de politie is en verliest hij in een klap twee belangrijke steunpilaren in zijn leven: zijn werk en zijn gezin. Maar hier voorafgaand blijkt het leven hem al weinig te hebben gegeven. Opgegroeid in armoede en verlaten door zijn moeder wordt hij opgepakt voor diefstal om vervolgens voor zijn ogen de moord op een dierbare plaats te zien vinden.

De toon wordt meteen gezet met het brute openingsshot van iemand die van een gebouw springt en vol in beeld neervalt, terwijl er tegelijkertijd in een publiekelijke omroep herhaaldelijk zelfmoord wordt ontmoedigd. De kille, afstandelijke thematiek komt mooi naar voren in dit eerste deel van de film. Bussen zonder bestuurders, injecties tegen ouderdom, politieagenten die pooiers zijn. Een lamento voor de mensheid.

Het voelt in eerste instantie wat vreemd om met het einde te beginnen, maar die keuze geeft de film zijn kracht. Je ervaart hem als het ware twee keer, de eerste keer voel je de donkere sfeer en Zhangs leed, maar wanneer hij is afgelopen en je het verhaal chronologisch achter elkaar terugpuzzelt, komt met een vertraging pas het besef van de ware tragiek van dit verhaal. Met de laatste flashback naar zijn vroege herinnering als peuter vraag je je af of dat wellicht het enige moment is geweest dat hij gelukkig was.

Met The Third Wife (Ash Mayfair, Vietnam) eindigt mijn kleine reis door Azië in eigen land. In deze film volgen we de veertienjarige May (Nguyen Phuong Tra My) die als derde vrouw terechtkomt in het polygame huwelijk van de rijke Hung (Le Vu Hong). We volgen de wanhoop en de onmacht vanuit verschillende perspectieven in deze complexe sociale constructie. Van de vrouwen van Hung wordt vooral verwacht dat zij kinderen baren. Dochters worden uitgehuwelijkt , zonen mogen hun eigen grote gezinnen stichten. May wil geen dochter op de wereld zetten, omdat dit meisje dan hetzelfde troosteloze pad als zijzelf zal moeten bewandelen.

Via de vrouwen om haar heen ziet May wat de consequenties zijn als zij buiten hun genderrol treden: het bestraffen van verboden liefde, pijnlijke miskramen en het verlies van bestaansrecht wanneer je niet wordt geaccepteerd door het hoofd van de familie. Geen vrouw is gelukkig met de functie die zij geacht wordt in te nemen, maar er is geen uitweg.

De vertelwijze is helder, effectief en wordt op poëtische wijze ondersteund door trage shots en een sferische soundtrack. Door tussen de personages en de natuur te snijden suggereert Mayfair regelmatig de uitkomst of het gevoel bij een bepaalde ontwikkeling in het verhaal. Ieder personage vervult een eigen functie door een andere kant van de vrouwelijke onmacht te laten zien.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken