Nu aan het lezen:

Cine Sounds: Alexandre Desplat, Popol Vuh en Gil Mellé

Cine Sounds: Alexandre Desplat, Popol Vuh en Gil Mellé

In de eerste editie van Cine Sounds hebben we het over Isle of Dogs, de bedwelmende filmmuziek van de krautrockband Popol Vuh en de ijzingwekkende elektronische soundscapes van een sciencefictionklassieker.


Alexandre Desplat — Isle of Dogs

Alexandre Desplat heeft voor zijn bijzondere muziek van Isle of Dogs (Wes Anderson, 2018) het afgelopen jaar nominaties voor ‘Best Original Score’ ontvangen van onder andere de Oscars, Golden Globes en BAFTA Awards. Maar wat maakt de soundtrack zo uniek? Ik dook in de muzikale wereld van Isle of Dogs.

Door een opkomende epidemie van snuitkoorts zijn alle honden uit Japan verbannen naar Trash Island. De pleegzoon van de burgemeester, Atari, gaat op zoek naar zijn huisdier en probeert samen met een vijftal honden de hondenpopulatie te redden.

Bij de eerste kennismaking heeft de muziek meteen al een excentrieke klankkleur. De taiko drums leggen de basis en geven het geheel een Japanse smaak. Het geeft ook spanning, we zijn immers op Trash Island en de honden staan op het punt van uitroeiing. Daarop bouwt Desplat een karakteristiek muzikaal landschap waarin hij op een statische manier gebruik maakt van het lage register van onder meer koperblazers, vocalen en een contrabas. In het openingsnummer, Shinto Shrine, wordt een laag en traag monnikenkoor ingezet. De blazers volgen ofwel de lange noten van de zang, of ze spelen staccato. Hierin vormen de tonen een zeer eenvoudig ritme wat voornamelijk uitsluitend bestaat uit kwart- en achtste noten, zoals bijvoorbeeld in Pagoda Slide. Het resultaat is een adynamisch effect, wat de platte visuele vertelstijl waarin veel gebruik gemaakt wordt van frontale, symmetrische shots en strakke camerabewegingen ondersteunt.

Melodisch houdt Desplat het bij korte motiefjes van slechts enkele noten. Er zijn verrassend weinig harmonieën of tweede stemmen te horen. Dit houdt niet in dat het een simpele soundtrack is. Het hoofdthema, wat de communicatie en de relatie tussen mens en hond symboliseert, wordt op verschillende manieren toegepast. In Six Months Later wordt deze voor het eerst herkenbaar als motief geïntroduceerd in een vraag-en-antwoord patroon tussen de fluit en de xylofoon. Dit stijlfiguur komt ook terug in First Bath Of A Stray Dog waarin er een blazer links wordt gepositioneerd en een blazer rechts in een octaaf lager, te horen wanneer Chief, Atari eindelijk accepteert als baasje en hij zijn eerste bad krijgt. De significantie van dit hoofdthema wordt duidelijk op het moment dat Atari zijn kenmerkende motiefje fluit en hij eindelijk wordt beantwoord door Chief in de vorm van een tegenmelodie.

Tot slot wordt het thema ook gebruikt in de begeleidende instrumentatie. Zo geven de contrabas (Six Months Later, 00:12), de xylofoon (Shinto Shrine, 01:40) en zelfs de taiko (Shinto Shrine, 01:14) een variatie op dit motief in de vorm van gebroken akkoorden. In combinatie met een handvol andere korte patronen wordt er een strakke, goed samenhangende compositie opgebouwd. Door een eigenaardige mix van instrumenten en melodieuze beperkingen verwerpt Desplat de conventionele filmmuziektraditie en wordt de emotionele beleving een stuk minder gestuurd. Het neemt de wat absurdistische toon van Andersons stijlkenmerk aan, wat de film extra bijzonder en interessant maakt.
Maury van Loon


Popol Vuh — Aguirre, Zorn des Gottes & Nosferatu: Brüder des Schattens – Söhne des Lichts

Popol Vuh drong door tot het mysterie des levens op diep persoonlijke wijze. De nederige transcendentie die uit de muzikale meditaties oprijst maant nog steeds tot kalme reflectie op de waan van de dag. Het brein van Popol Vuh was Florian Fricke, een goede vriend van regisseur Werner Herzog. In de jaren zeventig begon Fricke soundtracks te componeren voor Herzogs films. Deze samenwerking luidde een nieuwe fase in zijn rijke muzikale oeuvre in. Tegelijkertijd startte Herzog een andere iconische samenwerking met de notoire lastpak Klaus Kinski, voor welke films het gros van de soundtracks bedoeld was. Van de manische overpeinzingen van Aguirre, Zorn des Gottes tot de megalomane exploitatie van Fitzcarraldo, Fricke wist met zijn muziek spannend tegenwicht te bieden tegen het obsessieve gekkenwerk van regisseur en acteur.

Ook wel bekend onder de benaming Krautrock bloeide eind jaren zestig en begin jaren zeventig de Duitse muziekscene op. Pioniers als Klaus Schulze (Irrlicht) ontwikkelden hierbinnen de elektronische muziek onder de noemer ‘Kosmische Musik’. In deze context debuteerde Popol Vuh in 1970 met het weinig verheffende Affenstunde. Dankzij de overstap naar akoestische instrumentatie werd Popol Vuh echter al snel een atypische virtuoos binnen deze scene en maakte met Hosianna Mantra (1972) een van de muzikale meesterwerken van de twintigste eeuw.

Popol Vuh smeedde diverse tradities van Tibet tot inheemse culturen uit Zuid-Amerika tot een eclectisch geheel. Deze Teutoonse smeltkroes greep de transcendentale kern van religie en maakte deze invoelbaar zonder beestjes bij de naam te noemen. Het is dan ook geen verrassing dat Fricke zich had bekeerd tot zowel het Hindoeïsme als het christendom.

Ook in zijn werk voor Werner Herzog wist Fricke het majestueuze enigma van Hosianna Mantra bij tijd en wijle te benaderen. Waar de jams van Herz aus Glas (1977) vooral mondain overkwamen en Cobra Verde (1985) een voorproefje bleek voor Fricke’s afdaling naar new age clichés, spreken de albums Music From the Film Aguirre (1976) en Nosferatu: Brüder des Schattens – Söhne des Lichts (1978) nog immer tot de verbeelding.

Vreedzaam kabbelt de piano voort op Höre, der du wagst van het laatstgenoemde album. De kalmte woekert ijzingwekkend door en transformeert de gotische atmosfeer tot een religieuze ervaring. Waar Kosmische Musik de blik op de hemel richt met grandioze ambiance, vindt Popol Vuh het universele juist terug in de nederige afdaling naar de aarde. Toch blijft er iets ongrijpbaars, zoals in het engelachtige koor op beide versies van Aguirre. Deze statigheid is groots in zijn kleinschaligheid. Alsof de jungle uit Aguirre, Zorn des Gottes meer te vertellen heeft dan de bomen en het water verraden.

Het staat in contrast tot de oude hergebruikte compositie van Vergegenwärtigung, die met de kille elektronica de essentiële lieflijkheid teniet doet die akoestische Popol Vuh tot zo’n transcendentale ervaring maakt. De voortdurende mystiek in de gotische jam van ‘Brüder des Schattens – Söhne des Lichts’ toont hoe prikkelend voor de fantasie deze muziek kan zijn. Het noopt tot volledige onderdompeling in metafysische waarheden waar men de woorden niet voor kent. Het geluid resoneert bescheiden tot niets dan het sublieme overblijft en de Verlossing wederkeert op een overwerkte aarde.
Sjoerd van Wijk


Gil Mellé — The Andromeda Strain

The Andromeda Strain (1971) is voor mijn geld een betere film dan het pretentieuze Annihilation en deelt naast de premisse van een mysterieus buitenaards virus ook de keuze voor een atypische soundtrack die de makkelijke muzikale paden vermijdt en juist het elektronische experiment opzoekt. Daar moet wel bij gezegd worden dat componist Gil Mellé een echte pionier was met zijn score en je vermoedt dat Geoff Barrow (bekend van Portishead) de soundtrack wel in zijn achterhoofd heeft gehad toen hij bezig was met Annihilation.

The Andromeda Strain is gebaseerd op een boek van Micheal Crichton. De invloedrijke schrijver achter Jurrasic Park die zelf in de regiestoel ging zitten en bekend zou worden met Westworld en Coma. Opmerkelijk genoeg werd de filmversie geregisseerd door Robert Wise die zijn roem dankte aan West Side Story en The Sound of Music. Titels waarin muziek in feite de film moest dragen en waarvan je de deuntjes ongetwijfeld nog steeds kan meeneuriën.

Wise was echter meer dan alleen een regisseur van grote publieksfilms en hij was actief in allerlei verschillende genres. Neem bijvoorbeeld zijn meesterlijke spookhuisfilm The Haunting. The Andromeda Strain is ook meesterlijk als sciencefictionthriller die voortdrijft op de mogelijkheid dat een gevaarlijk buitenaards virus de wereld kan overnemen. Toch kiest Wise niet voor een sensationele aanpak, maar focust hij op ‘saaie’ wetenschappers die in een gigantisch onderzoekslaboratorium het virus onderzoeken terwijl de klok tikt. Het lab is een strakke ruimte die doet denken aan de ontwerpen in 2001: A Space Odyssey en special-effectsgrootheid Douglas Trumbull werkte ook mee aan de film.

Voor de soundtrack koos Wise de veelzijdige jazzmuzikant Gil Mellé die aan het experimenteren was met elektronica en zelf ook nieuwe instrumenten in elkaar knutselde. Hij maakte een van de meest vreemde en op het eerste gehoor ontoegankelijke soundtracks die je maar kunt voorstellen. Dat neemt niet weg dat de muziek perfect past bij de stijl en het thema van de film. Dat merk je in onderstaande montage gemaakt door een fan die de indrukwekkende sets laat zien op de klanken van Mellé’s onheilspellende muziek.

Openingsnummer Wildfire is ook onvergetelijk en beklemmend. Een nerveus woud van mechanisch gepiep en geborrel dat steeds harder wordt. En dan een primitieve drumcomputer die snel en omineus trommelt en dan plotseling ophoudt. Het is een desoriënterende en ongemakkelijke luisterervaring die onvergelijkbaar is met soundtracks die daarvoor of daarna zijn verschenen.

Mellé’s sound die werd aangedreven door zelfgemaakte apparaten zoals de percussitron, zou je als een voorloper kunnen zien van de elektronische muziek zoals we die vandaag de dag kennen. Als je naar The Andromeda Strain luistert is het alsof je flarden herkent van artiesten zoals Aphex Twin of Boards of Canada. Muzikanten die in de jaren negentig werden gezien als pioniers van elektronische muziek, terwijl Mellé in 1971 al kwam met vergelijkbare hypnotiserende en mysterieuze soundscapes zoals het minimale Hex en het dromerige OP. 

Maar het is vooral een ongemakkelijk gevoel van dreiging die de soundtrack domineert. De muziek is bijna buitenaards en onmenselijk in zijn kille en vreemde logica. Het is een afspiegeling van het virus dat ongecontroleerd groeit en zich niet bekommert om de aarde en haar bewoners. Mellé laat met zijn keuze om niet terug te vallen op de geijkte weg van aanzwellende blazers en strijkers, zien dat je een klankwereld kan maken die al het vertrouwde doet wankelen en op indringende wijze verontrust.

Het is misschien niet zo verwonderlijk dat de soundtrack een cultreputatie heeft. Recentelijk maakte de serie Homecoming ook gebruik van Mellé’s muziek om de paranoïde sfeer van het mysterieuze instituut te benadrukken. Bedenker Sam Esmail (Mr. Robot) maakt in zijn series wel vaker gebruik van oude soundtracks die iets van die sfeer meebrengen naar verhalen die zich afspelen in het heden.

Geïnteresseerden in The Andromeda Strain wacht overigens nog een verrassing. Wie een platenspeler heeft kan gaan voor een eerste persing van de soundtrack die is uitgegeven in een bijzondere ontwerp waarbij de plaat de vorm heeft van een zeshoek. Een zeer begerenswaardig object voor vinylverzamelaars en een uniek design dat ook de originaliteit van de muziek weerspiegelt.
George Vermij

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken