Nu aan het lezen:

Cine op het NFF 2018: Nederland Anno Nu

Cine op het NFF 2018: Nederland Anno Nu

 

Het Nederlands Film Festival is weer in volle gang. Zoals altijd is het de jaarlijkse beleving van de Nederlandse film. Zowel in het groot als in het klein. Aan de ene kant zijn er de overvolle zalen voor bekender werk en schreeuwt het openingsfilmpje voor elke vertoning je toe. De Nederlandse film represent. Maar aan de andere kant blinkt het festival vooral uit in de kleinschaliger screenings. Gemoedelijk op elkaar gepakt in een zaaltje kijken is een knusse ervaring, die alleen maar intiemer wordt door de vele Q&A’s na afloop. De makers staan op steenworp afstand. Volop ruimte voor vragen en de nieuwe inzichten die daarbij ontstaan over het vertoonde. En helaas is de klok altijd onverbiddelijk, want het gesprek is nog lang niet klaar als men naar buiten moet.

Zo wordt het Nederlands Film Festival vooral een ontdekking van de Nederlandse cinema. Want er blijkt meer gaande dan men op het eerste gezicht zou denken. Het is een ontdekkingstocht door het afgelopen jaar in de bioscoop, maar juist ook een frisse blik op de toekomst gericht. Door het ronddolen van de ene naar de andere locatie in Utrecht komt het gevoel op dat de Nederlandse film echt aanwezig is. En verborgen in de straatjes is er altijd wat nieuws te vinden. Zo is er niet alleen ruimte voor film, maar ook voor nieuwe aanverwante media.

Op de interactieve expo is verschillend multimediaal werk te vinden, waar het Nederlands Film Festival ook een prijs voor beste interactive voor uitreikt. Een van de hoogtepunten is de documentaire A Temporary Contact, die Amanda’s gevangenisbezoek aan haar broer via WhatsApp in real time deelt met de kijker. Een speelse manier om de kijker de uitputtende reis mee te laten beleven. Daarnaast doet de virtual reality film haar intrede, maar een werk als VR Watersnoodramp 1953 haalt weinig uit het medium door beelden te monteren en de kijker op een afstand te laten toekijken. VR is juist interactie door de onderdompeling, iets waar videogames meer mee lijken te kunnen doen.

Het beeld doemt op van Nederland anno nu, niet alleen op filmgebied, maar ook op sociaal gebied. Meerdere films in het programma dragen hier aan bij. Zo is er het heftige portret Onderkomen over Afghaanse vluchtelingen die in Maastricht door gepensioneerden worden geholpen houvast te vinden in de Nederlandse samenleving. Hun strubbelingen tijdens het uitzichtloze wachten op weer een nieuwe aanvraag zijn confronterend in hun directheid. De tekortkomingen van de stroperige bureaucratie en de machteloosheid van illegaliteit zijn schrijnend, maar wel al vaker behandeld. In hoeverre Onderkomen iets anders vertelt over deze problematiek is de vraag. De animaties om verhalen uit Afghanistan uit te beelden voelen te gefröbeld aan, terwijl de kracht vooral toch ligt in de interactie tussen de Afghaanse jongens onderling en de bijzondere relatie met de oudere Maastrichtenaren.

In plaats van een enkel issue te behandelen, wil Sprekend Nederland juist weer een totaalportret van Nederland bieden. Het uitgangspunt is te filmen tijdens toespraken en zo te zien waar het land nu voor staat. Deze nieuwe documentaire van regisseur John Appel verkwanselt deze premisse echter met een eenzijdig portret waar maar weinigen zich in zullen herkennen. Zijn overduidelijke agenda riekt naar prediken zonder enige nuance. De film draait om de triviale beschouwing dat het debat is gepolariseerd, maar doet daar zelf gewoon aan mee door een Nederland te tonen wat ofwel vrolijk multicultureel divers is, ofwel bekrompen racistisch. Ten einde dit doel te bereiken bejubelt Appel bijna exclusief alternatieve gemeenschappen en lijken er buiten deze gemeenschappen slechts onbehouwen hufters te bestaan. Wellicht zou hij zich als documentairemaker wat meer kunnen verdiepen in de medemens.

Zich verdiepen in elkaar is iets wat men onder de rivieren jaarlijks doet met de vasteloavend (carnaval). Nao ‘t Zuuje brengt deze alomvattende saamhorigheid van de vasteloavend ontroerend in beeld. De documentaire, geregisseerd door cameraman Rob Hodselmans, volgt een aantal Venlonaren, van de prins tot een stokoude zanger, tijdens het festijn. Ze vertellen in onvervalst Venlos accent wat de vasteloavend voor hen betekent, waarbij ze zich intiem opstellen. De almaar tussen de massa zwevende camera leidt tot een meeslepende ervaring van een feest die de hoop in de goedheid van de mens doet leven. Nu en dan met een lach om de malligheid van het gebeuren. Maar toch ook de traan. Want het is bloedserieus, zoals meerdere Venlonaren aangeven. Ondanks dat dit feest der herkenning soms net iets te veel wegzakt in sentimentele nostalgie, is de authenticiteit ontwapenend. Elke carnavalscepticus zou deze documentaire moeten zien.

Ontwapenend en intiem, dat is ook het Nederlands Film Festival op haar best. En het gaat niet alleen over de huidige stand van zaken in de Nederlandse film, maar ook over morgen. Daarover meer in het tweede verslag, met meer recensies.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken