Nu aan het lezen:

Cine Flashback: Tyrannosaur

Cine Flashback: Tyrannosaur

 


Voor de nieuwe rubriek Cine Flashback kiest een redacteur een oudere film uit, gewoon omdat deze wat aandacht verdient. Met de release van Journeyman in het vizier zag 
Tim Bouwhuis Tyrannosaur. Een ingrijpend Brits drama over de gevangenissen van ons eigen bestaan.

In 2007 maakte de voordien al als acteur bekende Paddy Considine zijn eerste kortfilm. De premisse van het zwaarmoedig effectieve Dog Altogether (te zien op YouTube) zou het uitgangspunt worden van Tyrannosaur (2011). In een interview naar aanleiding van Dog Altogether stelde Considine dat hij zich voornamelijk liet inspireren door Ken Loach, meester van in verval geraakte filmlevens. Met één belangrijk verschil: Tyrannosaur heeft een apolitiek voorkomen, waarin alleen impliciet de nodige maatschappijkritiek doorschijnt. Niet de Britse bureaucratie, maar de mens zelf lijkt de tragische boosdoener. Antiheld Joseph (Peter Mullan) heeft zich tot zijn eigen misère veroordeeld, het grauw-realistisch gefilmde noorden van Engeland doet de rest. Dit is het soort leefomgeving waarin je brokstukken niet meer opruimt. Ze passen perfect in het decor.

In Josephs hoofd begint de leefbare wereld waar de zijne ophoudt. Als hij in de buurtwinkel van de schijnbaar rechtschapen Hannah (kruisje om de nek, christusschilderij aan de muur) hoort in welk deel van de stad zij woont, uit alle frustratie van het moment zich in een temperamentvolle tirade. Wat weet iemand uit Manors Estate van leed? Is Manors Estate niet die buurt van mooi getrimde gazonnen? Van vijf slaapkamers, twee garages? Het hek is van de dam. Niets zorgt nu voor meer woede  dan een schijnvoorstelling van liefde en vergeving.

Maar toch, de verhoudingen zijn duidelijk. Joseph zegt zichzelf wel te kunnen genezen, maar kan dat duidelijk niet. Hij kwam al eerder naar Hannahs winkel, om daar als een klein kind onder een kledingrek te schuilen. Nu is hij er weer, eenzaam en reddeloos. Josephs woorden zijn fel en eigengereid, maar zijn handelen verraadt anders. Dit is een man die hunkert naar een arm om zijn schouder, maar zich daar nauwelijks meer voor open durft te stellen. Later blijkt dat de keuze voor Hannahs winkel ook geen toeval was: al eerder keek hij door de ramen van de etalage, gewoon, om haar te zien. Misschien deed Hannah hem toen al denken aan zijn overleden vrouw, die – zo leren we later- ook niets anders kon dan vergeven. Joseph veracht diegenen die in een verrotte wereld van liefde spreken, maar kan ook niet zonder ze.

Tyranossaur verwordt zo al snel tot een film van paradoxen en dramatische omkeringen. Joseph ziet Hannah de eerste keer aan voor een rijkeluisdochter, een onwetende ziel in een zee van privileges. Als die illusie hardhandig om zeep wordt geholpen laat de schuld zich van Josephs gezicht aflezen. We volgen Hannah op haar beurt in haar transformatie van zorgdrager tot slachtoffer: aan het begin van de film ontfermt ze zich over een man van de straat, later moeten dames van de straat zich over haar ontfermen. Considines aanpak is uitgesproken dramatisch. Mullan en Olivia Colman, beiden ijzersterk acterend, worden geconfronteerd met alle facetten van hun menselijkheid. Dit is dan ook zo’n film waarin mogelijke intertekstuele parallellen het drama tekort zouden doen: op basis van de namen van de personages reiken de Bijbelse narratieven van Jozef (man die door iedereen c.q. de maatschappij wordt uitgekotst) en Hannah (een vrome vrouw die geen kinderen kan krijgen, net als in Tyrannosaur) zich aan, maar een eventuele allegorie is hier te kort door de bocht. De karakterontwikkeling die Considine zijn personages toedient is gelaagder, al is de tweede helft van de film hier en daar te direct. De songtekst van een prominent hoorbaar nummer vertoont al te directe parallellen met het script, en ook de voice-over aan het eind maakt een wat plichtmatige indruk.

De kern van de film, en daarmee tot nu toe ook van Considines werk, zit hem in de mensonterende verhalen die mensen van vlees en bloed voor zichzelf schrijven. Josephs zelfhaat is zo groot dat hij zichzelf ook al lang niet meer in de spiegel durft te kijken. Bij zijn kennismaking met Hannah doet hij zich voor als Robert de Niro, maar in zijn opzet slaagt hij niet: Hannah heeft Raging Bull duidelijk nooit gezien, want als ze met ‘oké Robert’ reageert heeft ze nog geen moment met haar wenkbrauwen geknipperd. Josephs zelfverkozen mythologie is daarmee in één keer onschadelijk gemaakt. Een performance heeft geen enkele zin als je tegenspeler hem niet eens herkent, en ondertussen dwars door je echte persoonlijkheid heen prikt.

Toch blijft Mullan in de loop van Tyrannosaur manoeuvreren met de dynamiek van een bokser. Zelfdefensie kan in de boksring van het leven zomaar omslaan in agressie. Zou Considine ten tijde van Tyrannosaur al geweten hebben dat hij Journeyman wilde maken? De tweede film van de Brit betreft in ieder geval een upgrade naar een échte boksring. Journeyman, die op 6 september de Nederlandse zalen bereikt, begint in een échte boksring. Het lijkt er echter op dat het sportpodium, net zoals in Raging Bull, lang niet zoveel aandacht op zal eisen als het psychologische slagveld.  De premisse van de film belooft twee gevechten. In het eerste gevecht strijdt Paddy Considine zelf als Matty Burton tegen een andere bokser. In het tweede en ‘echte’ gevecht strijdt hij tegen zichzelf.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken