Nu aan het lezen:

Cine Flashback: The Offence

Cine Flashback: The Offence

 

In Cine Flashback schrijft een redacteur over een oudere film, gewoon omdat deze wat aandacht verdient. Deze keer koos Hans Dewijngaert voor The offence (1973), waarin Sean Connery op meesterlijke manier zijn James Bond-imago achter zich laat.

Twee keer speelde acteur Joop Doderer de rol van Alfred P. Doolittle in de musical My fair lady. Van 1960 tot 1962 in een productie met Wim Sonneveld als Henry Higgins en een keer in het seizoen 1972-1973 met John van Dreelen naast hem. In een lang interview met NRC op 14 december 2001 vertelde Doderer over die tweede periode:

‘De première was in Enschede. Ik kwam op, de schouwburg kwam overeind en scandeerde minutenlang: “Swiebertje! Swiebertje! Swiebertje!” Ik ben weer afgegaan en de producent heeft voor het doek de zaal bedankt en gevraagd of ze mij ook in deze rol een kans wilden geven. Alle keren dat ik daarna opkwam, barstte er weer een applaus los.’

Hoewel Doderer ontkende dat hij er veel last van had, ging het fenomeen de geschiedenis in als het Swiebertje-effect: een acteur zo vergroeid met zijn rol dat andere rollen eronder gaan leiden. Dat fenomeen van typecasting overkomt veel acteurs: gevangen zitten in een rol, een genre, een personage. Hugh Grant is altijd een beetje William Thacker gebleven, Rowan Atkinson leeft voor velen voort als Mr. Bean – hoewel de laatste film, Mr. Bean’s holiday, alweer uit 2007 dateert en Atkinson tegenwoordig schittert als doodernstige en goedmoedige inspecteur Jules Maigret in de ITV-films.

Sean Connery was ook een van die acteurs die dreigde vergroeid te raken met een specifieke rol. In 1972 was hij precies tien jaar aan de slag als James Bond: van Dr. No (1962) tot Diamonds are forever (1972). Maar hij was de status van jonge, sexy oppergod meer dan beu en liet aan United Artists weten dat hij alleen verder wilde als hij ook andere rollen aangeboden kreeg. De studio ging meteen overstag en bood Connery een deal van twee lowbudgetfilms aan. Connery kreeg carte blanche: over het scenario, zijn eigen inbreng en de regisseur. Zolang hij ook maar Bond bleef spelen.

Connery’s oog viel op een toneelstuk van John Hopkins: The story of yours uit 1968 dat hij wilde verfilmen als Something like the truth. Die werktitel geeft meteen mooi het thema van de film aan: een gebeurtenis heeft meer dan één waarheid. Misschien bestaat dé waarheid dan ook niet, maar enkel iets als een waarheid, een interpretatie ervan. Dat gegeven was niet nieuw in films die experimenteerden met verschillende vertelstandpunten die een nieuw en ander licht werpen op een gebeurtenis.

Regisseur Sidney Lumet speelt in The offence ook met verschillende invalshoeken én met de chronologie van de gebeurtenissen. De film opent – in een mooi, langgerekt artistiekerig shot – eigenlijk in het midden van het verhaal. Je snapt als kijker nog niet goed wat er gebeurd is en ziet alleen een verward hoofdpersonage een ondervraagkamer uit wandelen. Als kijker ben je even gedesoriënteerd als het personage.

Wat er precies is misgelopen wordt de kijker geserveerd in een meticuleus opgebouwd drama dat van midden naar begin springt, doorgaat tot het einde en dan het midden weer laat zien in een ander daglicht. Het knappe is dat Lumet dit verhaaltechnisch hoogstandje uit de mouw schudt haast zonder dat je er als kijker erg in hebt. Het voelt nooit aan als gegoochel of manipulatie.

Dat The offence de film is van Sean Connery is wel meteen duidelijk. Op geen enkel moment voel je een associatie met James Bond. Connery zit in bijna elke scène. De transformatie van held naar antiheld is fenomenaal. Hij zwalpt even droevig door de film als een treurwilg het desolaat landschap beheerst. Zijn vale, kleurloze garderobe, door drank verteerde blik en overmaatse snor contrasteren met zijn status als vrouwenverslinder en gentleman. Hij is als detective sergeant Johnson rauw, ruw, grofgebekt en grillig.

Connery zet Johnson neer als een binnenvetter. In plaats van over zijn gevoelens en angsten te praten, stapelt hij ze op in zijn hoofd en probeert hij zijn demonen te vergeten, ondanks verwoede pogingen van collega’s en zijn vrouw om hem aan de praat te krijgen. Johnson slaagt er niet in om zichzelf als twee personen te zien: de politieman op het werk en de familieman thuis. Hij is het type smeris dat zijn werk mee naar huis neemt.

Aanvankelijk lijkt The offence een politiefilm te worden over de zoektocht naar een kinderverkrachter en -moordenaar, maar al snel wordt duidelijk dat de focus niet op de vermoedelijke dader ligt (Ian Bannen), maar op de manier waarop bij Johnson de stoppen doorslaan. De gedachte dat hij oog in oog staat met een monster, haalt bij Johnson het slechtste naar boven. Hij verliest zijn geduld en voor hij het beseft is de dader plotseling het slachtoffer.

In The offence laat regisseur Sidney Lumet zien dat de grens tussen zwart en wit meestal een groot grijs gebied is. Slecht is misschien niet alleen slecht en goed is zeker niet alleen goed. De hele film speelt op die vage grens. De hele tijd vraag je je af of de vermoedelijke dader ook de echte dader is. Wordt hij niet té hardhandig aangepakt door Johnson? In hoeverre is diens objectieve blik vertroebeld door alle smeerlapperij die hij de afgelopen twintig jaar in zijn hersenpan heeft opgeslagen? In een magistrale scène schieten de meest gruwelijke beelden van moord, verkrachting en doodslag hem door het hoofd.

Connery speelt een smeris die het gewicht van de wereld op zijn schouders torst en uiteindelijk door de knieën gaat. Het is een donkere, nihilistische, grauwe film waar weinig hoop aan de horizon gloort. Het meest verontrustende aan de film is dat Lumet laat zien dat alle daders de afgelopen twintig jaar onder de huid van Johnson zijn gekropen. Wanneer hij bij het laatste kinderslachtoffer neerknielt, vertelt hij haar niet dat hij van de politie is. Waarom niet? Waarom dekt hij haar zo liefdevol toe?

Het is in die cruciale scènes dat The offence laat zien dat de held zelf een beetje dader is geworden. De reden dat Johnson in de verhoorkamer over de rooie gaat, is niet zozeer de confrontatie met de ander, maar met zichzelf. Alsof hij in de spiegel kijkt. Alsof hij beseft dat het monster in hem de overhand heeft gekregen en dat een halt moet toegeroepen worden. The offence toont ons een Connery die even atypisch was als pakweg Bruce Willis in The sixth sense of Sylvester Stallone in Copland. De beste acteurs verwijzen het Swiebertje-effect naar het rijk der fabelen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken