Nu aan het lezen:

Cine Flashback: Maniac

Cine Flashback: Maniac

 

In Cine Flashback kiest een redacteur een oudere film uit, die vanwege thematiek, vormgeving, regie of acteerwerk bijzondere aandacht verdient. Rob Comans koos speciaal voor Halloween een beruchte slasher uit die het genre stevig op de kaart zette: Maniac.

‘I warned you not to go out tonight’ Deze dreigende tagline boven de vet gekalkte titel van de film – Maniac – op de hoes van de videoband trok in de videotheek magnetisch mijn aandacht toen ik een jochie was. En natuurlijk ook de lugubere aanblik van een met bloed besmeurde man die een bloederige dolk en eveneens bloederige blonde haardos vasthield. Welke gruwelen zouden er in hemelsnaam in deze film te zien zijn? Het antwoord zou op zich laten wachten, en anders blijken te zijn dan ik verwacht had.

Want gezien mijn voorliefde voor video-nasties is het opmerkelijk dat ik de film pas jaren later, als dertiger, zag. Op de een of andere manier kwam ik er als puber nooit toe om de film te kijken, terwijl ik al wel films als The Texas Chain Saw Massacre (1974), The Driller Killer (1979) en de Faces of Death-films van mijn lijstje kon aftikken. Dat had deels te maken met het feit dat wij thuis geen videorecorder hadden, en ik voor het bekijken van videofilms afhankelijk was van vriendjes. Zij liepen niet bepaald warm voor de ouderlijke preek die hen zeker te wachten stond wanneer een bezorgde mams of paps de ranzige hoes van de film zouden zien. Ook mocht het door horrorveteraan William Lustig geregisseerde Maniac (1980) officieel niet worden verhuurd aan kinderen jonger dan 18 jaar, maar van dat verbod heeft onze lokale videoboer nooit wakker gelegen.

Hoe dan ook, ik zag de film pas veel later dan toen hij me voor het eerst opviel. Ik was mijn blood-and-guts-gorehound-horror-fase al enigszins ontgroeid, en gaf inmiddels de voorkeur aan films die me aanspraken met een gedegen verhaal en geloofwaardige personages. En juist op dat niveau merkte ik dat Maniac vreemd genoeg beklijfde. Ik zeg vreemd genoeg, want afgaande op de promo-art en de controversiële reputatie van de film vanwege het extreme geweld had ik verwacht na de eerste vijftien minuten van de film al tot aan mijn knieën door bloed en ingewanden te waden. Voor alle duidelijkheid: Maniac heeft zijn reputatie bepaald niet ten onrechte; de film bevat veel en zeer grafisch geweld. Voor de make-up-effecten tekende specialist Tom Savini, die tevens een klein rolletje in de film vertolkt, waarbij een gemaquilleerd hoofd met zijn gelijkenis met een jachtgeweer wordt weggeblazen (een stunt die hij zelf uitvoerde). Verder wordt al in de opening van de film een jong stel vermoord, in een scène die door Lustig bedoeld was als een hommage aan de openingsscène van Jaws (1975), en tevens een omkering hiervan (de moorden worden door een onbekende belager gepleegd op het strand, niet in het water).

Maar diegenen die Maniac hebben gezien zullen het met me eens zijn dat grafisch geweld, hoewel overvloedig aanwezig, niet de voornaamste bestaansreden is van de film. Maniac gaat in de eerste plaats over een gekweld persoon, en deze emotionele kwellingen maken van hem de maniak uit de titel. Dat deze Frank Zito, hoewel hij walgelijke dingen doet, niet meteen walgelijk is, is in de eerste plaats te danken aan de forse acteerkwaliteiten van Italiaans-Amerikaanse character actor Joe Spinell, die naast het spelen van de hoofdrol tevens meeschreef aan het scenario en de film coproduceerde. Met zijn voorliefde voor intense (bij)rollen speelt Spinell Frank als een complex persoon, gevangen tussen herinneringen aan zijn losbandige moeder die hem mishandelde en verwaarloosde, zijn woede hierover die hem tot moorden drijft en zijn schuldgevoelens over de onschuldige levens die hij genomen heeft.

Franks eenzame bestaan, gepaard met de (mentale) littekens, woede en frustraties als gevolg van zijn onverwerkte verleden, drijven hem bij nacht en ontij door New York, op zoek naar slachtoffers. Die vindt hij onder sekswerkers, verliefde stelletjes, verpleegsters die na hun nachtdienst op weg zijn naar huis, fotomodellen. Nadat hij deze vrouwen heeft vermoord scalpeert hij hen en bevestigt thuis hun haardos op een van de vele mannequins in zijn kleine appartement. Deze lugubere paspoppen, met hun niet passende haar, bebloede gezichten en kleren van de slachtoffers ademen onheil en dreiging. Tevens illustreren ze Franks waanzin en moordlust, eveneens verbeeld in een lange scène waarin een verpleegster ‘s nachts wordt achtervolgd door Frank. Net wanneer ze in een uitgestorven metrostation aan hem denkt te zijn ontsnapt, duikt hij achter haar op en doorboort haar met een bajonet, waarna ze schreeuwend en met een (onbedoeld grappige) doodsreutel de geest geeft.

Op een dag leert Frank fotografe Anna D’Antoni (Caroline Munro) kennen, en denkt in haar een geestverwant te hebben gevonden. In Franks ogen zijn Anna’s foto’s namelijk slechts manieren om mensen te behouden zoals ze zijn, voor eeuwig bevroren in de tijd. Ze worden niet ouder, sterven niet en gaan nooit meer weg. Dit is ook hetgeen hij beoogt met zijn met dode trofeeën behangen poppen: in hen herschept hij zijn inmiddels overleden moeder, en weet zo keer op keer te voorkomen dat deze hem in de steek laat om zich over te geven aan nachtelijke promiscue avontuurtjes terwijl de jonge Frank doodsangsten uitstaat in de kast waarin hij is opgesloten. Zoals Frank een jong slachtoffer geruststellend toefluistert: ‘I’m not going to kill you. I’m going to keep you, so you won’t go away ever again.’ Spinell, die voor de rol van Frank Zito uitvoerig onderzoek deed naar seriemoordenaars, baseerde dit aspect van zijn personage op Jeffrey Dahmer en Ed Gein, die bekenden uit een soortgelijk motief te hebben gehandeld.

Uiteindelijk kan Frank zijn pathologische moordlust ook tegenover Anna niet langer onderdrukken. Na een worsteling en achtervolging op een nachtelijk kerkhof vlucht ze voorgoed uit zijn leven. Even zoekt Frank voor zijn verdriet soelaas bij het graf van zijn moeder, die hem à la Carrie (1976) in een delirisch-dodelijke omhelzing neemt. Wanhopig en uitgeput keert Frank weer terug naar zijn sombere appartement en griezelige huisgenoten, die vervolgens in zijn waanzinnige en schuldige brein een voor een tot leven komen en bloedig wraak nemen op hun moordenaar. De volgende dag vinden rechercheurs Franks lichaam, die met zijn bajonet zelfmoord lijkt te hebben gepleegd. Of toch niet?

Toen Maniac in 1980 in de VS werd uitgebracht protesteerden met name feministische groeperingen tegen het in hun ogen vrouwonvriendelijke gehalte van de film. Niet geheel ten onrechte, daar vrouwen over het algemeen slechts bijfiguren zijn (Anna uitgezonderd) en grof geweld tegen vrouwen veelvuldig voorkomt en expliciet wordt getoond. Maar alle demonstraties en negatieve publiciteit lieten de infame reputatie van Maniac slechts groeien, wat de populariteit van de film ten goede kwam. Ook de negatieve reactie van gezaghebbende filmcritici zoals Gene Siskel, die walgend de bioscoop verliet tijdens de scène met het exploderende hoofd, droeg hier aan bij. Ook het plan van Amerikaanse distributeur Analysis Film Releasing Corporation om in 1980, voor de bioscopen waar Maniac werd vertoond, kiosken neer te zetten waarin ongecensureerde scènes van de film werden getoond, dient in dit licht te worden begrepen. Deze campagne had echter te lijden onder Siskels vocale kritiek, onder meer geuit in het toentertijd gezaghebbende filmprogramma At the Movies, waarna het gebruik van de kiosken in steden zoals Chicago en Los Angeles werd afgeblazen.

Toch is het te eenvoudig om Maniac slechts te zien als een staalkaart van excessief geweld of misogynie. Daarvoor zijn de karaktertekening en de ontwikkeling van de personages van Frank en Anna gewoonweg te gedetailleerd. Franks geweld tegenover vrouwen wordt verklaard door zijn traumatisering door zijn moeder, en enigszins acceptabel gemaakt door Franks schuldgevoelens. Wat niet betekent dat zijn gruweldaden worden gerechtvaardigd; zowel Lustig als Spinell maken duidelijk dat Franks moorden echt niet door de beugel kunnen. Ook is het feit dat Anna zich tegenover Frank te weer stelt, hem uiteindelijk te slim af is en hem ontmaskert tegenover de autoriteiten, belangrijk (de rechercheurs in de eindscène zijn waarschijnlijk na Anna’s alarmering gestuurd om Frank te arresteren). Het tekent Anna’s doortastendheid als handelend personage, niet van plan om Franks volgende slachtoffer te worden.

Dat gezegd, de opbloeiende relatie tussen Frank en Anna waarop gehint wordt is qua geloofwaardigheid een minpunt van Maniac. Dat een aantrekkelijke vrouw zoals Anna iets zou zien in een morsige vent als Frank, met een kop als forty miles of rough road – zover krijg ik mijn ongeloof gewoon niet opgeschort, maakt niet uit hoe verfijnd zijn innerlijk misschien is.

Iedereen die Maniac heeft gezien weet dat de film wars is van elke intellectuele pretentie. De film is gemaakt in navolging van succesvolle slasherfilms zoals Black Christmas (1974), Halloween (1978), Friday the 13th (1980), Prom Night (1980) en Terror Train (1980). Gelet op wat er in dit genre gangbaar is – de plot is simpelweg een aanleiding om een krankzinnige en/of mismaakte moordenaar losbandige tieners gruwelijk grafisch te laten decimeren – mogen Lustig en Spinell worden geprezen voor het maken van andere keuzes. Zij gaven Frank Zito een achtergrond die zijn daden niet rechtvaardigt, maar wel begrijpelijker maakt, en ze omzeilden de valkuil van volkomen gratuit geweld. Misschien om slechts, volgens criticasters, in de valkuil van excessief geweld te belanden – maar dat is een kwestie van smaak. Lustig en Spinell zetten hier bewust op in, omdat zij beseften dat dit het belangrijkste selling point was voor het publiek voor wie zij Maniac maakten. Dat publiek vond de film in 1980, toen Maniac alleen al in de VS een winst grossierde van zes miljoen dollar (tegenover een oorspronkelijk budget van $48.000). En dat publiek vindt de film nog steeds, zoals blijkt uit de remake van de film uit 2012, een hommage die de cultstatus van de oorspronkelijke film bevestigt. Verder tillen Robert Lindsays beklemmende fotografie van Franks claustrofobische appartement en een nachtelijk, labyrintisch New York, evenals Jay Chattaways effectief naargeestige score, Maniac ver boven de in het slashergenre gebruikelijke middelmaat uit. Beide roepen herinneringen op aan films als Taxi Driver (1976) en The Warriors (1979), geen geringe prestatie.

Gezien de moedige thematische en creatieve keuzes van Lustig en Spinell, de geloofwaardigheid van plot en karaktertekening en de intense wijze waarop Spinell Frank Zito vertolkt, verdient Maniac in mijn ogen een plaats tussen horrorfilms zoals Psycho (1960), Peeping Tom (1960), Repulsion (1965), Night of the Living Dead (1968), The Last House on the Left (1972), The Texas Chain Saw Massacre (1974), The Hills Have Eyes (1977), Martin (1978), The Evil Dead (1981), Ms.45 / Angel of Vengeance (1981) en Henry: Portrait of a Serial Killer (1986). Sterke, onconventionele films die, vaak gemaakt met een klein budget, de artistieke vrijheid en moed hadden om de grenzen binnen het horrorgenre te verleggen. Ook wanneer dit betekende dat controversieel, excessief of expliciet terrein zou worden verkend en onbegrip, afschuw, beschuldigingen van exploitatie en effectbejag op de loer lagen. Mede dankzij de merites van de hierboven genoemde titels werden inhoudelijke en filmische taboes doorbroken, en werden controversiële thema’s getoond en zo bespreekbaar gemaakt. Ook kregen (maatschappelijk relevante) thematiek en visuele flair evenveel gewicht – genrecinema’s missie pur sang waar het beruchte Maniac, hoe bescheiden misschien ook, positief aan heeft bijgedragen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken