Nu aan het lezen:

Cine Flashback: L’uomo in più

Cine Flashback: L’uomo in più

 

In Cine Flashback schrijft een redacteur over een oudere film, gewoon omdat deze wat aandacht verdient. Deze keer koos Hans Dewijngaert voor L’uomo in più (2001), de debuutfilm van Paolo Sorrentino. De regisseur pakt daarin meteen al uit met het hoofdthema van zijn latere films: schoonheid in verval.  

 Regisseur Paolo Sorrentino houdt er stevig de pas in. Loro, de biopic over het kleurrijke leven van ex-premier Silvio Berlusconi – opnieuw met favoriete acteur Toni Servillo in de hoofdrol –, draait vanaf deze week in de bioscoop en The New Pope, de opvolger van de prachtige tv-serie The Young Pope, is inmiddels in de maak. Een constante in al zijn werk: een verblindend mooi kleurenpalet, kunstzinnige composities en een opvallend aanwezige soundtrack. Maar aan de jeugdige, grote schoonheid (niet toevallig twee filmtitels) hangt ook meteen de consequentie van verval. Wat mooi is, wordt onvermijdelijk lelijk. Jep Gambardella in La Grande Bellezza: ‘The haggard, inconstant flashes of beauty. And then the wretched squalor and miserable humanity.’

Het is niet helemaal duidelijk of zanger Tony (Toni Servillo) en voetballer Antonio Pisapia (Andrea Renzi) in de film broers zijn. Tony laat ergens ontvallen dat hij zijn broer verloren heeft bij een incident tijdens het duiken naar inktvissen. Er zijn ook de dromerige intermezzo’s waarin hij ziet hoe de zee een duiker weer op het strand werpt. Wanneer de duiker zijn masker afzet, herkennen we inderdaad het gezicht van zijn broer. Maar was die dan niet dood? Tony’s stugge moeder verwijt hem een aantal keren dat hij had moeten sterven en niet zijn broer.

Hoe dat nu precies zit, laat Sorrentino dus in het midden in een verhaal dat niet helemaal glashelder is qua structuur. Beide hoofdpersonen zijn wel degelijk met elkaar verbonden – ze delen dezelfde achternaam en ze ontmoeten elkaar. Is het een blik van herkenning die ze dan uitwisselen? Van haat? Van broederliefde? Beide heren delen ook hetzelfde lot. Vanuit de onderbuik van Napels klimmen ze op naar de absolute top.

Aan het begin van de film – het is 1980 – zien we hoe Antonio, de voetballer, met een halve omhaal matchwinnaar wordt voor zijn club. Dat gebeurt bovendien tegen de instructies van zijn heethoofdige trainer en op aangeven van zijn eigen tactisch inzicht: weg met het typische Italiaanse catenaccio en de pressing naar voren. Het plannetje lukt en als aanvoerder van het team wordt hij op handen gedragen. Het applaus dat hem te beurt valt, gaat in een knappe montage over in het applaus voor Tony, charmezanger met nektapijt, gouden sieraden en dito maniertjes. Sigaret losjes in de hand, gedrapeerd over barkrukje, whisky in de stem: deels Aznavour, deels Ramazzotti. Met zijn crooners heeft hij Italië aan de voeten.

Maar L’uomo in più is weldegelijk het verhaal van verval. Vier jaar later hebben twee gebeurtenissen de sterren van weleer aan de afgrond gebracht. Antonio scheurde tijdens een ernstige tackel de kniebanden. Zijn carrière zit erop. Tony kampt met een ernstige cocaïneverslaving die hem in het bed van een minderjarig meisje drijft.

Zowel Antonio als Tony moeten met die tegenslag leren om te gaan. Aanvankelijk doen ze dat beiden op een heel andere manier. Antonio wil niet bij de pakken blijven zitten. Hij behaalt zijn trainersdiploma en wil als coach van zijn ex-ploeg aan de slag. Avond na avond tekent hij op het oefenbord nieuwe technische systemen uit. Zijn ruit op het middenveld – de ‘man meer’ uit de titel – zou later school maken in het voetbal. Maar niemand wil hem hebben. Zonder aandacht van pers en media, zonder vrouwen, verkommert Tony in zijn luxueus appartement. Zijn manager wil hem niet meer boeken voor optredens.

Hoewel het scenario niet helemaal in balans is, weet Sorrentino toch beide levens met elkaar te verbinden. Als kijker kan je je ofwel met Tony ofwel met Antonio identificeren, al hebben beide personages iets onsympathieks over zich. Antonio is een treurwilg, een tobber, onzeker en twijfelend. Zijn immense snor staat op halfzes. Zijn tegenslag als speler en sputterende carrière als coach maakt hem nog norser, nog introverter, nog triester.  Nog maar dertig en al aan het einde van zijn carrière: zijn vrouw kan het niet langer aanzien en verlaat hem.

Tony is de man die voortdurend om aandacht schreeuwt. Hij wil bevestiging van alles en iedereen. Zijn familie en vrienden worden gek van weer eens hetzelfde sterke verhaal over een optreden in Amerika. Alles wat hij doet staat in functie van aandacht, van behagen – of het nu is bij een optreden of bij het bereiden van vis. Hij wil horen hoe goed hij is. Tony is verslaafd aan applaus, heeft aandacht nodig zoals een normaal mens zuurstof.

Je kan je afvragen wie het treurigst is: de voetballer die het grootste deel van zijn carrière in de schaduw staat of Tony die zijn hele leven in de spotlights heeft gestaan. Prachtig is de scène waarin hij in een verlaten straat optreedt voor een handvol ongeïnteresseerde toeschouwers. Zelfs wanneer een wanhoopsdaad hem in de gevangenis brengt, wil hij nog altijd het middelpunt van de belangstelling zijn.

De film slalomt soms iets te gekunsteld doorheen de twee verhaallijnen. Je hebt de indruk dat het leven van Tony toch net iets meer aan bod komt dan dat van Antonio. Over hem had je nog meer te weten willen komen. Visueel doorprikt Sorrentino de besognes van zijn hoofdpersonages in Napels met enkele knappe visuele droomsequenties die een voorafspiegeling zijn van zijn visuele meesterschap in latere films. Zo heeft Antonio een steeds terugkerende droom over ballerina’s, mooi uitgelicht in zwart en wit.

Toen L’uomo in più in 2001 uitkwam, kreeg de film matige kritieken. Wie de film kritisch bekijkt, merkt de mindere punten. Zo komen beide families van Tony en Antonio niet zo goed uit de verf en voelt het einde nogal gechargeerd en georkestreerd aan. Wie de film bekijkt als het werk van een debutant die later hoge ogen zou scoren, merkt vooral de potentie. Sorrentino jongleert hier al voorzichtig met prachtige beeldcomposities, strakke montage, krachtige geluidsband en dus ook met de belangrijkste thema’s uit zijn werk: schoonheid en verval – onvermijdelijk met elkaar verbonden.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken