Nu aan het lezen:

Cine Flashback: Godzilla

Cine Flashback: Godzilla

In Cine Flashback bespreekt een redacteur een oudere film, gewoon omdat die wat aandacht verdient. Elise van Dam blikt, bij de release van Godzilla: King of the Monsters, terug op Gareth Edwards’ Godzilla-reboot uit 2014.

Je denkt dat ze het net zal halen. De film is immers pas net tien minuten onderweg en dit is Juliette Binoche. Die cast je niet om haar vervolgens in een van de eerste scènes net niet op tijd te laten ontkomen aan de catastrofale gevolgen van een aardbeving in een kerncentrale. Maar ze haalt het niet. Het is een teken aan de wand voor de rol die mensen is toebedeeld in Gareth Edwards’ Godzilla. En dat wordt een half uurtje later (en vijftien jaar verder in de tijd) nog eens wordt onderstreept wanneer ook die andere grote naam, Bryan Cranston, van het toneel verdwijnt.   

Daarna moeten we het doen met de niet bijster charismatische Aaron Taylor-Johnson als diens zoon Ford Brody. Die reisde af naar Japan om zijn vader uit zijn waan te halen. De waan dat de aardbeving die vijftien jaar eerder zijn vrouw en Fords moeder het leven kostte in de kerncentrale waar beide werkten niet zomaar een aardbeving was. En dat wat toen gebeurde, opnieuw staat te gebeuren. Ze keren terug naar het huis waar ze destijds woonden en dat sinds die eerste aardbeving in een verboden zone ligt. Alles daarbinnen blijkt overgenomen door de natuur. Bomen groeien dwars door wat eens woonkamers waren, planten kruipen over vloeren en wanden. Alsof de mens er nooit is geweest.  

Uiteraard blijkt de sceptische vader geen zot, al bevroedt ook hij niet waar hij kort voor hij het loodje legt oog in oog mee komt te staan. Wan wat binnen de zone verborgen wordt gehouden is een enorm wezen dat zich voedt met radioactieve straling. Een ‘Massive Unidentified Terrestrial Organism’ (MUTO). En nu het alle straling in zijn omgeving heeft opgezogen kan hij eindelijk de roep beantwoorden die seismografen al tijden als bevingen in de aarde hebben geregistreerd. Een roep waarvan men vermoedt dat deze afkomstig is van Godzilla, die zich sinds de jaren 50 ergens diep in de Stille Oceaan ophoudt.

Ford wordt neergezet als een typische Amerikaanse held. Hij is militair, maar niet zo’n schietgrage. ‘My job isn’t dropping bombs’, zegt hij, ‘it’s stopping them.’ Hij heeft een knappe vrouw die verpleegster is (Elizabeth Olsen) en een schattig zoontje. Het verlies van zijn beide ouders als gevolg van de MUTO, plus het feit dat het punt van de monsters dreigen samen te komen San Francisco is, waar zijn vrouw en zoon zonder hem zijn, geeft hem daarbij een aardig potje persoonlijke belang. In alles lijkt de film aanvankelijk dan ook te bouwen richting een heldendom voor Ford.

En zo zijn er meer clichés. Zoals het plan van het Amerikaanse leger: bombarderen en kapotschieten. Dat deze wezens zich voeden met radioactiviteit, dat in de jaren 50 meerdere pogingen zijn gedaan om Godzilla uit te schakelen met atoombommen die allemaal futiel bleken, dat kogels op hem en de MUTO afketsen alsof het hagelslag is, het verandert allemaal niets aan de militaire logica: als een bom niet werkt, gebruik je een grotere. En er zijn de wetenschappers, die intelligente dingen zeggen, maar niet gehoord worden. Edwards gebruikt die clichés bewust om te benadrukken hoe de mensen vastzitten in rolpatronen en niet in staat zich te verhouden tot een nieuwe realiteit waarin die rollen tekortschieten. Waarin de mens tekortschiet. En dus is het aan dovemansoren gericht wanneer dr. Serizawa (Ken Watanabe) opmerkt over Gojira: ‘Nature has an order. A power to restore things. I believe he is that power.’

Het advies van Serizawa is dan ook simpel: ‘Let them fight.’ Maar dat is voor de legertop niet te verkroppen. Waar dit soort monsterfilms vaak uiteindelijk een overwinning zijn van menselijke inventiviteit, tegen alle verwachtingen in, daar toont Godzilla een andere kant: het onvermogen je meerdere te erkennen en aan de zijlijn te gaan staan. ‘And what? We just stand by and watch?’, vraagt een generaal letterlijk. ‘I’m sorry, but I can’t take that risk.’ Het is een lachwekkend, maar toch ook geloofwaardig moment, vrees ik. Geconfronteerd met krachten die ons ver te boven gaan, zal de mens niet snel opzij stappen. ‘The arrogance of man is thinking nature is in our control’, zoals Serizawa opmerkt, ‘and not the other way around.’

En dus worden er operaties in gang gezet om de MUTO, waarvan inmiddels duidelijk is dat hij niet op weg is naar Godzilla, maar naar een vrouwelijke MUTO die uit de droge grond van Nevada is opgestaan, te stoppen. Het eerste plan behoeft een treintransport met nucleaire kernkoppen. Maar de trein wordt door een MUTO met één beweging van de rails geslagen en de kernkoppen verorberd. Plan weg. Wat echter vooral opvalt in dit deel van de film is de volstrekte onverschilligheid van de ‘monsters’ ten opzichte van de mens. Ze schijnen nauwelijks op te merken dat mensen verwoede pogingen doen hen te dwarsbomen. En langzaam verschuift de focus van de menselijke personages naar de wezens. De twee MUTOs, die elkaars roep en dierlijk instinct beantwoorden. Godzilla die, zoals Serizawa al voorspelde, op weg blijkt om de strijd met de MUTOs aan te gaan.

Dat Edwards de kans kreeg Godzilla te maken, had hij te danken aan Monsters (2010). Een heel aantal elementen uit die film hergebruikte hij voor Godzilla. Het grote verschil tussen de twee films is dat Monsters wel ontzettend mensgericht is. De film gaat over een fotograaf die de dochter van zijn baas (een rijke mediamagnaat) vanuit Mexico terug naar de VS moet brengen. Geen sinecure, aangezien het grensgebied een afgesloten zone is waar sinds enkele jaren enorme buitenaardse wezens resideren. Maar ook hier hebben de wezens geen interesse in de mens, alleen in elkaar. En ook hier weet de mens niets uit te richten. De film eindigt met een paringsritueel van twee van die wezens. Het is een wonderschone scène die de mens ontzettend nietig maakt en slechts ruimte laat voor ontzag.

Ook in Godzilla is er een dergelijk moment. Na het fiasco met de trein, komt de ene overgebleven (en geactiveerde) kernkop terecht in San Francisco, waar de MUTOs inmiddels vechten met Godzilla. Ford gaat, als enige overlevende bomexpert in de buurt, mee met een team om de kernkop onschadelijk te maken. In een wonderschone (en hevig aan Stanley Kubrick refererende) scène parachuteren de militairen de stad in. Als wrekende engelen neerdalend op aarde. Komt hier dan toch het heldenmoment? Maar wanneer ze de kernkop vinden, krijgen ze de beschermende plaat eromheen niet los en binnen amper dertig seconden wordt besloten op plan B over te gaan en de kernkop dan maar zo snel mogelijk ver op zee te krijgen voor die ontploft. Ford blijft beduusd achter, wederom nutteloos.

Maar dan beseft Ford waar hij is: het nest van de MUTOs. En dan is daar toch het ene moment in de film waarop een mens iets doet dat wordt opgemerkt door de wezens. Hij zet het nest in de fik, brandt de eieren kapot. Maar in plaats van een euforisch heldenmoment van de mens is het de hartverscheurende kreet van de MUTO, wanneer ze terug snelt naar het nest en beseft wat er is gebeurd, die resoneert.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken