Nu aan het lezen:

Cine Flashback: Balada Triste de Trompeta

Cine Flashback: Balada Triste de Trompeta

De Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) is door de jaren heen een dankbaar onderwerp voor films gebleken. Al tijdens de oorlog filmde Joris Ivens de klassieke documentaire The Spanish Earth (1937) aan de frontlinies, waar de volksmilities van president Manuel Azaña vochten tegen de troepen van de fascistische generaal Francisco Franco, die een militaire coup pleegde.

Hierna volgde Sam Woods For Whom the Bell Tolls (1943), gebaseerd op Ernest Hemingways gelijknamige roman waarin de burgeroorlog de achtergrond vormt voor de opbloeiende romance tussen avonturier Robert Jordan (Gary Cooper) en de Spaanse María (Ingrid Bergman). In 1995 kwam Ken Loach met Land and Freedom, een indringend portret van de linkse volksmilities die streden tegen Franco’s troepen – soldaten die in Ivens’ film nog heroïsch op het schild werden gehesen.

Sindsdien kwam de Spaanse Burgeroorlog voorbij in The Devil’s Backbone (2001) en Pan’s Labyrinth (2006), beide geregisseerd door Guillermo del Toro. In deze films is de oorlog weliswaar aanwezig, maar dient vooral om werelden van magie en verbeelding tegen af te zetten. Hoe verraderlijk en gruwelijk die werelden soms ook zijn, ze zijn niets vergeleken bij het geweld van de volwassen, reële wereld.

Aan dit rijtje morele parabels over de Spaanse Burgeroorlog voegde Spaans regisseur Álex de la Iglesia in 2010 Balada Triste de Trompeta toe (Engelse titel: The Last Circus). Een hilarische, bij vlagen krankzinnige film over deze inktzwarte periode uit de Spaanse geschiedenis waarin het circus als metafoor dient voor de ontwikkelingen tijdens en na de burgeroorlog (1937 en 1973).

 Balada Triste handelt met name over twee clowns, de goedige Javier (Carlos Areces) en de gewelddadige Sergio (Antonio de la Torre). Zij zijn de belichaming van de politieke tweedeling in Spanje in respectievelijk republikeins/links (Javier) en fascistisch/rechts (Sergio). Tijdens zijn bewogen jeugd ziet Javier zijn vader, eveneens een circusclown, verdwijnen in de gevangenissen van Franco’s regime. Wanneer zijn vader bij een ontsnappingspoging omkomt, besluit Javier om zijn advies te volgen en een payaso triste te worden: een trieste clown, in het circus de aangever voor de payaso tonto, de dwaze clown. Javier heeft immers te veel leed meegemaakt om in het leven nog voor iets anders geschikt te zijn. Daarnaast is er volgens vader nog een andere manier om gelukkig te zijn: wraak nemen op iedereen die hem onrecht heeft aangedaan.

Javier gaat als trieste clown werken in een circus waar Sergio als grappige clown de dienst uitmaakt. Hier wordt Javier verliefd op de acrobate Natalia (Carolina Bang), de vriendin van Sergio. Hoewel ze zich aangetrokken voelt tot Javiers ontwapenende charme en goede inborst, wil Carolina haar destructieve relatie met Sergio niet verbreken, en lijkt ze zelfs opgewonden te worden door zijn gewelddadigheid.

Wanneer Carolina Javier afwijst, en definitief voor Sergio lijkt te kiezen, verliest de trieste clown zijn verstand. Hij verminkt zijn gezicht op gruwelijke wijze, meet zichzelf een zelfgemaakt kostuum aan van religieuze- en clownsattributen en reageert zijn woede af op de wereld als een volkomen doorgedraaide, zwaarbewapende ‘bisschopsclown’. In een tweetal hallucinaties, voorgesteld als (bijna-)religieuze visioenen, dragen Natalia (als de Maagd Maria) en Javiers vader hem op om als een ‘Engel des Doods’ zijn lotsbestemming te vervullen.

Ook de Spaanse volkszanger Raphael speelt in een van deze visioenen een belangrijke rol. In een film zingt hij, verkleed als clown, het nummer ‘Balada Triste de Trompeta’ (‘trieste ballade van de trompet’), een lied waarin een trompet treurt om een voorgoed verdwenen verleden. Deze scène verwijst zowel naar het verlies van de onschuld van Spanje tijdens en na de burgeroorlog, als naar het verlies van Javiers zinnen – een trompet of saxofoon is immers een vast attribuut van de payaso triste. Javier krijgt deze ‘openbaring’ in een bioscoop, waarmee regisseur De la Iglesia de vervoerende kracht van film benadrukt.

Hierna gaat Javier op zoek naar Natalia, en ontvoert haar naar de Valle de Los Caidos (Vallei der Gevallenen), een enorm monument ter nagedachtenis aan de doden van de Spaanse Burgeroorlog. Als de na een gevecht met Javier mismaakte Sergio hen beiden op het spoor komt volgt een definitieve confrontatie tussen beide clowns. Deze eindigt met de tragische dood van Natalia, die de massa’s Spanjaarden symboliseert die zich stilzwijgend schikten naar Franco, geïmponeerd door de gewelddadige almacht van zijn regime. Uiteindelijk blijven beide clowns, die zijn verworden tot verwrongen spiegelbeelden van elkaar, samen achter. Sergio lachend, Javier huilend — symbolisch voor een verdeeld Spanje dat met zichzelf in het reine moet komen.

De optitelingssequentie, samengesteld door editor Alejandro Lázaro en art director Eduardo Hidalgo, is een voorbeeld van de sterke scènes waar Balada Triste de Trompeta in grossiert. Opgebouwd uit kort zichtbare historische beelden, foto’s, kunstwerken en filmstills creëert de montage samenhang, zoals dat ook gebeurt in films als Bronenosets Potjomkin (1925), Oktyabr (1927) en The Parallax View (1974).

Op de dreunende marsmuziek van Roque Baños glijdt een verbeelding van een ontaard Spanje voorbij, een nachtmerrie die de toon zet voor de rest van de film. De macabere beeldenreeks verwijst naar de burgeroorlog, de Spaanse katholieke kerk, politieke en militaire kopstukken, het massatoerisme in Spanje in de jaren 70 en het welig tierende ETA-terrorisme. Veel ruimte is er voor Spaanse schilderkunst en de wereld van film. Werken en beelden van El Greco, Goya, Velázquez en Dali komen voorbij, evenals stills uit Cannibal Holocaust (1980), One Million Years B.C. (1966), Flash Gordon (1980), The Phantom of the Opera (1925) en Frankenstein (1931). Met name in het samenvoegen van clowns en horrorfiguren huwt De la Iglesia de wereld van de lach met de wereld van de gruwel.

De verleidelijke allure van beeld en geluid maakt de scène krachtig op een primitief niveau. Hierin is de invloed van Leni Riefenstahls propagandafilm Triumph des Willens (1935) voelbaar. In beelden van ontmoetingen tussen Franco en Hitler, en de inzet van het Duitse Condor-legioen, wordt openlijk gerefereerd aan de betrokkenheid van de nazi’s bij de Spaanse Burgeroorlog.

Regisseur Álex de la Iglesia maakt van Balada Triste de Trompeta een politieke parabel, verpakt als surreëel-komisch horrorfestijn. Het circus symboliseert hierin een gewelddadige, ontspoorde samenleving. Ondanks de zeer duistere materie houdt de regisseur de film opvallend luchtig, zonder daarbij afbreuk te doen aan de invoelbaarheid van het getoonde drama. De ontknoping van de film verdient speciale vermelding, gezien de beladen plek waar deze zich afspeelt: de Valle de Los Caidos (Vallei der Gevallenen). Naast de overblijfselen van duizenden oorlogsdoden van beide partijen bevindt zich hier tevens een basiliek met daarin het praalgraf van dictator Franco. Regisseur De la Iglesia kreeg geen toestemming om te filmen in of op het monument, vandaar dat hij voor zijn film gebruik maakte van een nagebouwde set, CGI en exterieuropnamen.

De confrontatie tussen Sergio en Javier op het enorme kruis van het monument onderstreept dat dit een plek des doods is. Daarnaast hekelt de regisseur middels het christelijke symbool de hypocrisie van de Spaanse katholieke kerk, jarenlang een stilzwijgende steunpilaar van Franco’s regime. Ook de religieuze attributen van Javiers kostuum (mijter, kruisen), de driehoekige littekens (mijters?) op zijn gezicht, en de doopvont waarin hij de natronloog giet waarmee hij zijn gezicht verminkt zijn letterlijk bijtende commentaren op de huichelachtigheid van de Kerk.

Een spreekwoord zegt dat de tragiek van het leven is dat het alleen achterwaarts kan worden begrepen, maar voorwaarts moet worden geleefd. Balada Triste de Trompeta bewijst dat Álex de la Iglesia terug kan blikken op een beladen periode in de geschiedenis van zijn land, zonder daarbij zijn gevoel voor (zwarte) humor te verliezen. Dit brengt de doden niet terug en wijst ook niet de weg naar de toekomst. Maar alleen wanneer het verleden onder ogen kan worden gezien is er een kans op deze toekomst. Absurd, tragisch en gewelddadig als de film is, Balada Triste de Trompeta is een van Álex de la Iglesia’s meest volwassen films.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken