Nu aan het lezen:

Cine Flashback: Assassin’s Creed

Cine Flashback: Assassin’s Creed

In Cine Flashback bespreekt een redacteur een oudere film, gewoon omdat die wat aandacht verdient. Sjoerd van Wijk liet zich meeslepen door het religieuze epos Assassin’s Creed (2016).

In deze goddeloze tijden keert de mythe terug. Assassin’s Creed draagt hier aan bij met verfijnde religieuze sensibiliteit. Het kosmisch conflict centraal aan zijn mythe wordt invoelbaar dankzij grandioos spiritualisme.

Michael Fassbender speelt met verve de ter dood veroordeelde anti-held Callum ‘Cal’ Lynch, die aan zijn executie ontkomt dankzij het geheime genootschap de Abstergo Foundation. Deze Illuminati-achtige groep, voortgekomen uit de Tempeliers, zoekt al eeuwen naar de Appel van Eden. Deze appel bevat de sleutel tot eliminatie van de vrije wil. Voor de Abstergo Foundation een buitenkans een utopie te creëren. De Assassins Brotherhood probeert hier al net zolang een stokje voor te steken.

Dat een film als Assassin’s Creed, gebaseerd op de gelijknamige computerspelreeks, de nodige onzinnige elementen bevat zal niet als een verrassing komen. Cal is de enige afstammeling van de legendarische sluipmoordenaar Aguilar de Nerha, die de appel voor het laatst heeft gezien. Aangezien de Abstergo Foundation middels een of andere belachelijke machine via Cals DNA de herinneringen van Aguilar kan visualiseren, is Cal van zijn wisse dood gered. Terwijl de machine toont wat Aguilar allemaal zag doet Cal in het heden diens bewegingen na en krijgt hij potsierlijke hallucinaties van deze oude sluipmoordenaar. Het spreek wel voor Assassin’s Creed dat het middeleeuwse Spaans zich niet automatisch laat vertalen.

Uiteraard leert Cal gaandeweg meer over de bedoelingen van de Abstergo Foundation en zijn bewogen familiegeschiedenis, waaronder de reden van zijn moeders dood. Onder invloed van andere gevangengenomen Assassins Brotherhood-afstammelingen, waarvan een oppermachtige organisatie het een goed idee vond om ze bij elkaar te zetten, accepteert Cal zijn afkomst die dicteert de appel te beschermen. Geen enkel personage is een individu, op Cals jonge ambitieuze begeleidster Dr. Sofia Rikkin (Marion Cotillard) na. Men bestaat ter ere van het grotere doel. Dit suggereert dat onder alle nonsens een spiritueel spektakel schuilt.

Assassin’s Creed maakt de religieuze ervaring tot een ware epische belevenis. Ten eerste gaat het conflict tussen de Tempeliers en de sluipmoordenaars voorbij een ordinaire Dungeons & Dragons strijd tussen goed en kwaad. Voor zowel de orde van de Abstergo Foundation als de chaos van de Assassin’s Brotherhood valt wat te zeggen. Daarbij heiligt voor beiden het doel de middelen. Er is louter grijs in plaats van zwart en wit. Het fundament van de film zit daardoor dicht op heidense tradities, waar godheden en helden handelden zonder zich aan een strenge moraal van het verhaal te houden.

Een rigide tegenstelling tussen goed en kwaad lijkt namelijk iets wat recent de populaire cultuur is binnengeslopen. De pure goedheid van de held overkomt het pure kwaad van de schurk, een verbastering van de mythologie. Het thema van orde en chaos als tegenstelling speelt weliswaar een rol in The Dark Knight (2008), maar in dat simplistische conflict verwarren de gebroeders Nolan cynisme met diepgang. Het cartooneske spektakel van een zich als vleermuis verkledende boevenvanger reflecteert het goddeloze van de technische samenleving. Men kan tegenwoordig nergens meer in geloven behalve de productiviteit, die als perpetuum mobile het individu voortstuwt. Hoe anders is dat in Assassin’s Creed, waar de spirituele hunkering overeind blijft.

Er staat veel op het spel bij het vinden van de Appel van Eden en dat doet duizelen. Regisseur Justin Kurzel, die eerder met Fassbender en Cotillard Macbeth (2015) verfilmde, maakt met de torenhoge inleg van het duizenden jaren oude conflict een meeslepend epos. De adelaarsvluchten door een weids Middeleeuws Andalusië laten de schaal inwerken. De sluipmoordenaars, die in voor het computerspel kenmerkende pose uitkijken over de vistas, steken er schril bij af. Het opwaaiende stof flikkert in de zon, terwijl personages en gebouwen het decor vormen voor dit geweldige kosmische conflict. De zinderende actie is meer dan een verzameling set pieces. De strijd dient een hoger doel, met Cal en consorten als gewillige pionnen in het grote spel.

Deze sublimatie van de personages in een eeuwig wederkerend verhaal geeft hen betekenis. Assassin’s Creed doet denken aan tijden dat de mens zich onderdeel voelde van een groter geheel. In het spel van de technische samenleving zijn wij allen echter non-player characters (NPC) geworden. De NPC heeft geen originele gedachtes en verwart conformisme met eigen initiatief. De verering van productiviteit is op eenzelfde wijze tegenwoordig feilloos geïnternaliseerd. Deze ontmenselijking staat in schril contrast tussen de ware keuzes van Dr. Sofie Rikkin, wier innerlijke conflict over omgang met de appel naadloos is verweven met het kosmische.

De machteloze NPC staat tegenover Fassbenders archetypische heldendom. Michael K. Williams, bekend als de levende legende Omar uit The Wire, in de rol van de hulpvaardige Batiste is exemplarisch voor de finesse waarmee Assassin’s Creed de religieuze ervaring tot mythische proporties verheft. Fassbender ontstijgt zijn personage dankzij zijn imposante voorkomen. Dit is niet de persoonlijke verlossing van een moordenaar, noch de verlossing van het geketende verzet van de sluipmoordenaars. Het draait hier om de triomf van hervonden balans tussen oerkrachten, als de Brotherhood over een modern Londen uitkijkt met Cal als waarlijk mythische held vol morele tegenstrijdigheden.

Daarmee wordt het lot en de bestemming in Assassin’s Creed op zinderende wijze verheven. Waar de NPC dankzij geïnternaliseerd conformisme daadwerkelijk machteloos blijft, zit in de onderwerping van Tempelier en sluipmoordenaar aan het kosmische conflict een eigen initiatief besloten. Krachten waar men geen invloed op heeft worden geaccepteerd. Men treedt het lot stoïcijns tegemoet uitgaande van eigen kracht. Deze acceptatie betekent niet het einde van de vrije wil, hoewel de appel puur door haar bestaan deze al lijkt in te perken. In tegenstelling tot de NPC kennen de personages van Assassin’s Creed de deugd van het aanvaarden.

De verering van de productiviteit als hoogste goed in de technische samenleving heeft geleid tot het leven gespeend van betekenis. Als tegenreactie keert de mythe echter langzaam terug door de onbewuste hunkering naar spiritualiteit. Alleen in een heidense ontwaking zit een adequate kanalisering van deze behoeftes besloten. De mens als kleine spil in het grote eeuwigdurende kosmische spel. Assassin’s Creed speelt daadkrachtig in op deze gevoelens en vermengt actiespektakel en religieuze symboliek tot een waar spiritueel epos, ondanks de gebreken.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken