Portugal was vanaf de jaren ’60 verwikkeld in twee langdurige oorlogen in Afrika. Angola en Mozambique wilden onafhankelijk worden, maar het koloniale moederland zette alles in om dat tegen te houden. In Ivo Ferreira’s Cartas da Guerra vertrekt de melancholieke legerarts António in een schip naar een ver en exotisch front. Zijn overpeinzingen deelt hij in poëtische en doortastende brieven aan zijn geliefde.

Die filmische methode doet denken aan de prachtige documentaire Dear America: letters home from Vietnam waar bekende Amerikaanse acteurs brieven voorlezen die soldaten naar het thuisfront stuurden. Er zijn natuurlijk meer gelijkenissen tussen de conflicten. In beide oorlogen moesten machtige Westerse landen het opnemen tegen koppige opofferingsgezinde rebellen die waren geïnspireerd door marxistische en antikoloniale ideologieën. De Afrikaanse onafhankelijkheidsoorlogen hadden ook een grote invloed op de politieke situatie in Portugal. Net als in de VS werd er massaal geprotesteerd en zagen velen de strijd als een zinloze voortzetting van een verouderd imperialistisch wereldbeeld. De weerstand culmineerde in een staatsgreep door linkse militairen. Zo kwam er een einde aan het autoritaire regime en het overzeese koloniale bewind.

Ondanks de overeenkomsten is er in de filmgeschiedenis een onevenredige verhouding in de behandeling van de oorlogen. De Amerikaanse interventie in Vietnam heeft massa’s films, documentaires en tv-series opgeleverd. Van propagandistische pulp zoals The Green Berets tot aan de psychedelische waanzin van Apocalypse Now. Vietnam is daarmee een conflict dat verankerd is in onze verbeelding en populaire cultuur. Dat kan niet gezegd worden van de Portugese oorlogen in Afrika. Die worden liever vergeten en zijn gehuld in teleurstelling en schaamte. Het is daarom niet verwonderlijk dat de toon van Cartas da Guerra ingetogen, sober en meditatief is.

Als António is aangekomen in Angola moet hij wennen aan het mysterieuze en vreemde land. Hij verbaast zich over de kleuren en de weidsheid van het Afrikaanse continent. Cultuurbotsingen zijn er met een inheems stamhoofd die voor de Portugezen werkt en António zijn harem aan vrouwen aanbiedt. Een constante tijdens de lange diensttijd is de heimwee en de hunkering van de mannen die ver van huis zijn in een onherbergzaam land. Voor regisseur Ivo Ferreira is oorlog hoofdzakelijk de tijd die voorbijtrekt tussen de grote gebeurtenissen die al dan niet in de geschiedenisboeken worden vastgelegd. Soldaten wachten gespannen in loopgraven op rebellen die maar niet tevoorschijn komen. Krijgsgeweld vloeit niet voort uit gevechtshandelingen, maar door ongelukkige en toevallige situaties: iemand die op een mijn stapt of een geïmproviseerde executie van rebellen.

Ondertussen peinst António over de zinloosheid van een strijd die geen einde lijkt te hebben. Hij deelt zijn gedachten met zijn echtgenote die mijlenver van hem verwijderd is in een thuisland dat steeds ongrijpbaarder wordt. Ferreira toont in wat sensuele scènes António’s onvervulde passie voor zijn geliefde. In een lange brief somt hij dichterlijk op wat zij voor hem betekent, terwijl wij haar onrustig zien wegsluimeren in bed. Dat soort momenten verraden de literaire inspiratiebronnen van de film. Ferreira baseerde het verhaal op de romans van António Lobo Antunes die de koloniale oorlogen altijd als uitgangspunt heeft genomen voor zijn boeken.

De film is in prachtig zwart-wit geschoten door cameraman João Ribeiro die ook verantwoordelijk was voor Teressa Villaverde’s onwerkelijke en beklemmende Trance. De beelden doen denken aan Pedro Costa’s O Sangue waar licht en schaduw indrukwekkend worden gevangen. Ribeiro weet het contrast goed te gebruiken in strakke composities die veelzeggende details prijsgeven. Het maakt de tropen exotischer. Vooral omdat wij zo gewend zijn om ondergedompeld te worden in kleuren als wij Afrika op het witte doek zien. Qua stijl en thematiek zijn er verder raakvlakken met Miguel Gomes’ mooie Tabu. Ook zo’n zwart-witfilm die gaat over verzwegen Portugese koloniale verhoudingen.

De enige kanttekening die gemaakt kan worden is dat de gestileerde en poëtische toon de gruwelijke zinloosheid van oorlog afzwakt door die te esthetiseren. Cartas da Guerra is een plechtige film die aanvoelt als een monument voor een vergeten en onnodige koloniale inmenging. Je mist echter de rauwheid van een vieze oorlog die meer dan tien jaar duurde.

Als contrast zijn er de echte beelden van het conflict in Göran Olssons essayfilm Concerning Violence. We zien een Portugese soldaat die in een hinderlaag is gelokt en langzaam sterft aan zijn verwondingen. Het zijn beelden die geen schoonheid hebben, maar direct choqueren. Des te meer omdat ze voorzien worden van de krachtige woorden van antikoloniaal denker Frantz Fanon. Die spreekt over onderdrukking en de ongelijke strijd die de derde wereld voert tegen het westen. Anders dan de melancholische romantiek van Cartas da Guerra confronteert Olssons film je met bloedige onrechtvaardigheid waar je niet omheen kunt en die helaas nog steeds actueel is. Van Ferreira vermoed je dat hij die gebeurtenissen uit het verleden vooral wil afsluiten.

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren