Nu aan het lezen:

Cargo

Cargo


Je kunt Cargo (sinds afgelopen vrijdag te zien op Netflix) een zombiefilm noemen. Je kunt het een horrorfilm noemen. Maar de horror zit niet in de zombies. De horror zit in de wetenschap dat de uren wegtikken waarin je nog mens bent. De horror zit in het besef dat wanneer het aftellen stopt jij het grootste gevaar zal vormen voor wie je het meest lief zijn.

Andy (Martin Freeman) staat er, na een opeenstapeling van ellendige toevalligheden die de wet van Murphy in herinnering roept, alleen voor. Met een beet in zijn arm en een baby op de rug. Pakweg 48 uur heeft hij om zijn dochtertje Rosie een hoop op een toekomst te bieden. 48 uur om in de droge en uitgestrekte Australische outback mensen te vinden die nog mens zijn. Wat volgt is een roadmovie die de menselijkheid centraal stelt, maar qua regie net wat meer focus had kunnen gebruiken.

Het speelfilmdebuut van Ben Howling en Yolanda Ramke (de laatste schreef ook het scenario) is een uitbreiding van de gelijknamige korte film waarmee ze in 2013 lof oogstten. En de vertaalslag naar een langere speelduur is niet volledig probleemloos verlopen. Zo is het tempo in het eerste deel wat rommelig. De gebeurtenissen die leiden tot het moment waarop Andy alleen achterblijft met Rosie voelen wat gekunsteld. Howling en Ramke introduceren intussen ook nog Thoomi (Simone Landers), een jong Aboriginal-meisje wier pad zal kruisen met dat van Andy en Rosie. Die scènes zitten echter wat krakkemikkig door de verhaallijn van Andy heen gesneden.

Het doet vermoeden dat de makers hun film wat meer vlees op de botten hebben proberen te geven, maar dat is eigenlijk helemaal niet nodig. Cargo mist adem, iets waar een roadmovie als deze juist naar snakt. Veel scènes in het eerste deel van de film krijgen niet genoeg tijd en ruimte en hetzelfde geldt voor een aantal van de ideeën in de film. Zoals de rol van de Aboriginals. Zij, zo merkt iemand op, voelden het onheil aankomen en trokken zich terug in hun oude manier van leven. Het is duidelijk dat Howling en Ramke iets willen zeggen over de frictie tussen het moderne leven en onze wortels in de natuur. Die indicatie geven ook de medische kits die gedropt zijn in het besmette gebied. Daarin zitten onder meer polsbandjes die de uren aftellen. Gadgets, kortom. Maar die helpen je niet de weg te vinden naar de rivier of een ander mens te vertrouwen. Ze herinneren je alleen aan wat toch onafwendbaar is.

En dan is er Vic (Anthony Hayes), een man die Andy tegen het zwetende lijf loopt en die hem onderdak biedt. Hij heeft een truc bedacht om de geïnfecteerden van hun bezittingen te bestelen, een truc waarvoor hij Aboriginals gebruikt. Of misbruikt, is beter gezegd. Daarbij wordt Vic ook nog in verband gebracht met fracking, de omstreden techniek om schaliegas uit de grond te halen die de natuur ernstige schade toe zou brengen. Zo zitter er allerlei politieke ondertonen in, maar die blijven te oppervlakkig om de kijker echt te prikkelen.

Maar Cargo is zeker geen totale misser. De film kan leunen op sterk spel van Martin Freeman, die altijd weer nieuwe schakeringen van de everyman lijkt te vinden (al wordt het wel tijd dat hij eens ontzettend tegen dat type in gecast wordt). En na de wankele opstart wordt de film geleidelijk steeds sterker en weten Howling en Ramke de focus scherper te stellen. Op Thoomi, die verlangt thuis te komen en op Andy, die voelt dat wie hij is van binnenuit langzaam wordt weggevreten. Net zo min als zijn vrouw kan Andy de kijker ervan overtuigen dat zijn baard hem ruig maakt. Maar hij mag dan een kluns met vuurwapens zijn, hij is standvastig in de ene taak die hem rest en zijn uiterste wanhoopspoging om op zijn laatste flintertje menselijkheid zijn dochtertje te redden, leidt tot een ontroerend slot.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken