Nu aan het lezen:

Cannes 2018 – Los Silencios

Cannes 2018 – Los Silencios

Tijdens Cannes komen er geregeld films voorbij waarvan je weet dat ze de volle support van distributeurs nodig hebben om uit het festivalcircuit te breken. Dat is ook zeker het geval voor Los Silencios. Een film die niet vanuit zichzelf het grote publiek zal bereiken, maar hopelijk wel buiten Cannes gezien gaat worden. Al is het alleen maar door de passie waarmee de regisseuse vecht voor de vrijheid en vrede van Brazilië.

Ik spreek Beatriz Seigner, de maker van de film, in een met witte doeken gedrapeerde strandtent. Met uitzicht op de drukker wordende boulevard aan de ene kant en de witte jachten in de blauwe zee aan de andere kant. Er is bijna geen setting te bedenken die nog verder van haar roots staat. Maar Seigner is niet snel van haar stuk te krijgen. Ze past zich aan, zoals ze dat de avond ervoor ook deed op het podium voor haar prèmiere — waar ze door zenuwen en emoties even niet meer kon praten, en pas na een minutenlange omhelzing met haar hoofdrolspeelster onder hartverwarmend applaus weer verder ging.

In Brazilië gaat het niet goed, stelt ze. Na een jarenlang gevecht tegen de armoede en criminaliteit was het land aan het opkrabbelen. Maar na de recente coup lijkt alles weer teniet gedaan te worden, en lijkt zelfs de democratie te verdwijnen. Seigner kan een activiste genoemd worden, en ze geeft ook aan zich steeds onveiliger te voelen in haar eigen land. Het contrast tijdens haar eerste bezoek aan Cannes kan bijna niet groter zijn.

Los Silencios speelt zich af op een klein eiland (Fantasy Island, en ja, zo heet het daar echt) vlakbij de grenzen van Brazilië met Colombia en Peru. In de eerste scène zien we hoe een gammel bootje heel langzaam richting de kant vaart en daar uiteindelijk aanmeert. Een gevluchte jonge moeder (Amparo) stapt van de boot met haar twee kinderen. ‘Dat je nog leeft’, zijn de eerste woorden die in de film gesproken worden. Het is het begin van een film die zich langzaam ontplooit, misschien soms iets té veel tijd neemt — maar die daardoor de kijker soft maakt en daarmee de impact van de laatste akte des te groter.

Op het eiland leeft de lokale bevolking met een dreiging van rijke investeerders die er een vakantieplek van willen maken. Met de druk van de grote steden waar steeds meer consumentisme heerst. En met geesten die leven via de lichamen van de levenden en zich dus ook mondeling mengen in de dagelijkse gang van zaken. Een bizar gegeven maar in deze setting ook helemaal geloofwaardig. De regisseuse vertelt me dat het verhaal naar haar ‘toe is gekomen’ via een goede vriendin die op het eiland heeft geleefd. De kinderen in de film zijn acteurs, maar Seigner geeft aan dat ze door middel van het creëren van herinneringen (zoals het organiseren van een begrafenis van hun ‘vader’, wat niet in de film zit) een situatie hebben neergezet waarin de kinderen zichzelf konden zijn, en geen enkele zin uit hun hoofd hoefde te leren.

De nasleep van de oorlog in Colombia tussen de FARC en de overheid heeft veel mensen weggedreven. En de pijn en het verlies dat ze hebben geleden wordt nu goedgemaakt door middel van herstelbetalingen. Een financiële vergoeding om alles te vergeven, eigenlijk. Ook Amparo is een vluchteling. Deel van een grote stroom migranten waarvan het Westen niet echt een beeld heeft. Door hard te werken probeert ze het eiland voor zich te winnen (met als hoogtepunt haar loopbaan in een visfabriek), met goedkeuring van de doden én de levenden. De film balanceert steeds meer op de grens tussen fictie en documentaire, en ontpopt zich langzaamaan tot horrorfilm.

Seigner vertelt dat ze film vooral ziet als middel om vrede te bewerkstelligen en te bewaren. Om verhalen van mensen die minder hard kunnen praten te vertellen. En om vooral ieder mens als mens te zien — een boodschap die uit lijkt te groeien tot centraal thema tijdens Cannes 2018. En daar kunnen we ons alleen maar achter scharen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken