Nu aan het lezen:

Cannes 2016: Eshtebak

Cannes 2016: Eshtebak

 

Gisteravond stond ik in vol ornaat klaar voor de prestigieuze gala ceremonie. Compleet in (gehuurde) smoking maakte ik de tocht van Carnott naar La Croisette. Het was warm, het was klam, en ik voelde zweetdruppels op mijn rug een race houden richting de billen. Helaas was het allemaal voor niets: mijn badge, zo begreep ik, behoorde tot de laagste van het laagste. En zonder uitnodiging hoefde ik het al helemaal niet te proberen. Ik heb nog even in de rij gestaan voor de last minute tickets, en met mij ongeveer 3000 anderen. Ik droop (logischerwijs) af, en at in mijn eentje een steak tartare en overdacht mijn positie op de ranglijst nog maar eens. Het had iets meewarigs; de eenzame filmjournalist, in smoking, in Cannes, zwijgend een heerlijke steak tartare wegzuigend. (Al mijn wereldopvattingen zijn food-based, dan weten jullie dat alvast.)

Doch, ik wilde het er niet bij laten zitten en begaf me naar het strand. Aan de rand van het witte zand zitten de paviljoentjes van alle landen, en dat is waar de meeste feestjes zijn. Het Nederlandse paviljoen was saai en wilde niet meewerken, dus ben ik naar de enige andere logische plek gegaan: het Amerikaanse paviljoen. USA nr1. De drank was koud en gratis, de mensen overdreven vriendelijk en de accolades over Cafe Society vlogen mij om de oren. Op een gegeven moment vond iemand het nodig om Donna Summer classics te draaien en dat was uiteraard mijn cue. Op weg terug naar Boulevard Carnott ben ik hopeloos verdwaald. Dat was minder maar hoorde helemaal bij de stijl van de avond. De eenzame verdwaalde, gelaafde, matig tot zeer aangeschoten filmjournalist. Feest.

Vanochtend was het allemaal anders. Niet fris en totaal niet fruitig toog ik naar de eerste screening van vandaag: Eshtebak, oftewel Clash, van de Egyptische filmmaker Mohamed Diab. Diab staat bekend om zijn politieke films, waarbij hij nietsontziend de horror in beeld brengt die het Midden-Oosten al jarenlang in stukken scheurt. Dat is in Eshtebak niet anders.

De film heeft een shtick: de gehele anderhalf uur speelt zich af in een riot-van waar betogers, twee journalisten en een delegatie van het Moslim Broederschap zijn opgesloten. Diab blijft vrij van oordeel en dat is prijzenswaardig, want hij is absoluut een kind van de post-9/11 generatie die zijn opleiding in Amerika genoot. De journalisten zijn Amerikaans, beide met een Egyptische achtergrond, maar daar blijft het vingerwijzen bij. Wat vooral opvalt is hoe nihilistisch zijn visie is op de problematiek, met als bovenliggende boodschap dat macht altijd corrumpeert. Het maakt in feite ook niet uit wie er aan de macht is. De politie? De Moslim Broederschap? Het is lood om oud ijzer en het volk is altijd de dupe.

De film roept eenzelfde claustrofobische reactie op als bijvoorbeeld Phonebooth of Panic Room, en maakt handig gebruik van de schaarse lichtinval in het busje. Even lijkt er een moment van bezinning en humor te zijn, en lijkt het zelfs alsof alle partijen in het busje hun vooroordelen en geloofsovertuiging opzij kunnen zetten voor menselijkheid. Maar dat wordt snel de kop ingedrukt, en het geweld, de woede en het vingerwijzen begint weer van voor af aan.

Eshtebak is geen leuke film. Diab wilde de kijk-ervaring (bijna) net zo straffend als de ervaring in het busje maken, en dat is hem gelukt. Toch ben ik benieuwd wat voor film Mohamed Diab zou maken als hij een ander onderwerp kiest dan de oorlog in Egypte, want dat hij talent heeft als regisseur staat vast. Ik ga Eshtebak niet nog een keer kijken, maar laat je niet afschrikken: de film zuigt je in en spuugt je anderhalf uur later uit. Verslagen, moedeloos en boos. Net als het volk waar Diab de stem van is.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken