Nu aan het lezen:

Brexit Countdown: Tinker Tailor Soldier Spy (1979)

Brexit Countdown: Tinker Tailor Soldier Spy (1979)


Het Verenigd Koninkrijk gaat ons verlaten. Wij vinden dat natuurlijk erg jammer en eren daarom in onze Brexit Countdown de veelzijdige cinema en televisie van Groot-Brittannië. We trappen af met een van de beste TV-series in de geschiedenis van de BBC: het subtiele en realistische spionagedrama 
Tinker Tailor Soldier Spy met Alec Guinness in een glansrol.

Het verval van het Britse rijk hangt als een zwaard van Damocles boven John Irvins zesdelige bewerking van de klassieke spionageroman Tinker Tailor Soldier Spy van John le Carré uit 1979. Het Londen van de jaren zeventig is hier letterlijk een duistere plaats. Het is alsof de stad niet is hersteld van de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en alle ramen nog steeds zwart zijn gemaakt.

Albion, die oude benaming voor de Britse eilanden, is in de greep van versobering en een onvermijdelijke somberheid kenmerkt elk shot van deze serie. Hoe toepasselijk voor deze tijden waarin het Verenigd Koninkrijk op het punt staat om uit elkaar te vallen terwijl het zich afscheidt van Europa. En hoe anders dan de meer gladde aanpak van Tomas Alfredson filmbewerking uit 2011, die in vergelijking lijkt te zwelgen in nostalgie. Er is geen plaats voor nostalgie in Irvins versie, alleen een melancholisch en bitter besef dat er iets rots huist in het hart van het goede oude Groot-Brittannië.

Tinker Tailor Soldier Spy gaat over verraad binnen de hoogste kringen van de Britse inlichtingendienst. Het verhaal is losjes gebaseerd op de zaak van de beruchte Cambridge spy ring die waardevolle informatie doorspeelde aan de Sovjet-Unie. Het feit dat deze verraders pijlers waren van de Britse samenleving, schokte een natie die trots was op standvastige tradities en geloofde in de stabiele starheid van een strenge klassenmaatschappij.

De serie begint met een geheime missie die zorgvuldig wordt voorbereid door het schimmige hoofd van de Britse buitenlandse inlichtingendienst,  Control (Alexander Knox). Met spottende affectie wordt de dienst door de medewerkers ‘The Circus’ genoemd, naar de locatie van het hoofdkwartier op Cambridge Circus. Control weet dat een mol zich in de organisatie heeft genesteld en hij is vastbesloten hem te ontmaskeren. Hij poogt dat te doen door spion Jim Prideaux (Ian Bannen) naar Tsjecho-Slowakije te sturen om een ​​generaal te spreken die over belangrijke informatie beschikt en wil overlopen naar het westen. Deze clandestiene onderneming faalt op spectaculair wijze, waardoor Control in ongenade raakt binnen de dienst en moet opstappen.

De serie maakt vervolgens een sprong in de tijd en we zien een onberispelijke Alec Guinness als de behoedzame George Smiley die door Londen slentert. Ooit de trouwe adjudant van Control, maar na het incident gedegradeerd tot een lagere functie. Nieuwe informatie wijst echter uit dat de mol nog steeds actief is. Als een buitenstaander wordt Smiley gevraagd om een ​​informant te onderzoeken die beweert dat hij iets weet over de mysterieuze Karla, het hoofd van de Russische contraspionage en Smiley’s aartsvijand. Geleidelijk komt Smiley de mol op het spoor die opereert binnen de top van de inlichtingendienst.

In zijn eerste grote TV-rol stelt Alec Guinness niet teleur. Als Smiley is hij de belichaming van de Engelse gentleman. Beleefd, schijnbaar zachtaardig en enigszins onopvallend. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig en toont niet veel emotie. Zijn grote bril is een essentieel rekwisiet voor Guinness en hij gebruikt die op subtiele wijze wanneer hij mensen ondervraagt. Maar achter zijn vlekkeloze zelfbeheersing zit de emotionele tol die de getroebleerde relatie met zijn vrouw heeft geëist. Een van de running gags in de serie is de vraag ‘How’s Ann?’ die steeds wordt opgeworpen door nieuwsgierige collega’s en praatgrage kennissen. Iedereen weet natuurlijk dat ze een affaire heeft gehad en ontrouw is gebleven. Smiley voelt echter nog steeds genegenheid voor haar, ook al zegt hij dat hij zich moet ontdoen van emotionele banden die hun nut hebben verloren. Hij bekent aan een collega dat hij zich het liefst wil wijden aan de ‘profession of forgetting’. Maar Smiley kan juist veel dingen niet vergeten en zijn onfeilbare geheugen is zijn grootste troef in de vuile wereld van internationale spionage. Hij beschikt over zeer precieze herinneringen aan mensen en omstandigheden die alleen geëvenaard worden door de voormalige hoofdonderzoeker van The Circus, Connie Sachs. Ze wordt ontroerend gespeeld door Beryl Reid als een oude vrijster die zich heeft teruggetrokken met haar hond, Flush. Zij heeft zich verstopt in de vergetelheid en is nog steeds zuur over haar plotselinge ontslag met als reden dat zij niet om kon gaan met de echte wereld. Zij was dol op The Circus en haar ‘boys’. Connie is Smiley’s geheugenbank en zij helpt hem om de rommelige kantoorpolitiek die The Circus teistert te ontrafelen.

Het is zeer bewonderenswaardig dat regisseur John Irvin kiest voor een langzaam tempo dat je heel effectief onderdompelt in een geheimzinnige wereld. Er is heel weinig actie los van het geheime rendez-vous in Tsjecho-Slowakije dat brutaal wordt verstoord door Russische soldaten. Irvin behoudt gedurende de hele serie een meeslepende sfeer door langdurige dialogen, verrassende onthullingen en pittige uitwisselingen tussen een cast van Britse acteurs op de top van hun kunnen. De serie doet geen concessies aan de beperkte kennis die de toeschouwer heeft over spionagezaken. Inlichtingenwerk wordt getoond op zijn meest complex, compleet met vreemde eufemisme en codewoorden die een onvermijdelijk Brits gevoel voor ironie verraden: the reptile fund, lamplighters, Swiss escapes. Het is taal die is doordrongen van klasse en loyaliteit aan je studentenclub.

Dit veelzeggende gebruik van taal is een genot om te ervaren en het scenario van Arthur Hopcraft is vlijmscherp en wordt perfect vertolkt door een cast die geen moeite heeft om deze Koude Oorlog-krijgers tot leven te wekken. Het zijn ‘antiquated heroes’ zoals Smiley zo treffend vaststelt die spreken met waardige minachting en suiker beklede beleefdheid waar je nog een vleugje zuur in terug proeft. Dit is vooral het geval bij Ian Richardson als de schijnbaar perfecte gentleman Bill Haydon. Hij heeft wat fantastische teksten, zoals wanneer hij het heeft over een lieve jongen: ‘A cherub, but no angel.’ En dit zijn zijn vleiende woorden over Jim Prideaux die tegelijk zijn dubbelzinnige relatie met de verraden agent onthullen: ‘Built by the same firm that did Stonehenge!’

De serie weet het gevoel van Britsheid ook perfect te verbinden met de tastbaarheid van het land zelf. Smiley haalt herinneringen op over de trouwe Control die boven alles hield van het graafschap Surrey, Lord’s Cricket Ground en the Circus. Wegens de drastische veranderingen die de organisatie plagen, verlangt Smiley naar een rustig pensioen dat hij uit kan zitten in Steeple Aston in de Cotswolds. Een soort epicentrum van het Verenigd Koninkrijk in een tijd waarin het Britse rijk uiteenvalt en zijn plaats in de wereld verliest. Of zoals Haydon het op een cruciaal moment beknopt formuleert: ‘Great-Britain? Oh dear…’ Later bekent Haydon dat een geheime dienst de enige echte uitdrukking is van het karakter van een natie. En wat zegt dat over het Verenigd Koninkrijk van toen en nu? Bekijk deze uitstekende en weergaloze serie en ontdek het!

Dit stuk verscheen eerder in een aangepaste versie op Frameland.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken