Nu aan het lezen:

BlacKkKlansman

BlacKkKlansman

Het klinkt te mooi om waar te zijn. Een zwarte agent die in de jaren zeventig infiltreert in de Ku Klux Klan. En het is ergens ook te mooi om waar te zijn. Spike Lee baseerde zich op het waargebeurde verhaal van Ron Stallworth, maar zet dat verhaal naar zijn hand en maakt er fictie van. Hij laat de KKK plat op z’n bek gaan en de racistische witte agent boeten, terwijl de realiteit is dat de KKK (in nieuwe gedaanten) nog steeds voortleeft en het Amerikaanse politieapparaat doortrokken is van racisme. Maar dat is precies wat BlacKkKlansman zo sterk en belangrijk maakt: Lee’s weigering om zijn film te laten dicteren door de realiteit.

Ron Stallworth (John David Washington) is de eerste zwarte politieagent in Colorado Springs. Hoe hij zal reageren als hij ‘nigger’ genoemd gaat worden, vragen zijn superieuren. ‘That would happen?’, vraagt hij naïef. Het is vanuit eenzelfde naïviteit dat hij, wanneer hij in de krant een advertentie ziet van de KKK, de telefoon oppakt en de plaatselijke afdeling belt. Hij fulmineert wat over zwarten, Joden, ‘and anyone else really that doesn’t have pure, white, Aryan blood running through their veins’ en wordt terstond uitgenodigd langs te komen. Collega Flip Zimmerman (Adam Driver) wordt aangewezen om, zich voordoend als Stallworth, die uitnodiging aan te nemen.

De film speelt met het idee dat Afro-Amerikanen in een overwegend witte samenleving tot een vorm van undercover-schap gedwongen worden. Als de realiteit van jouw huidskleur is dat je de politie op je dak kan krijgen omdat je uitcheckt bij je Airbnb, in slaap valt op je studentencampus of naar de Starbucks gaat, dat je kunt worden doodgeschoten omdat je staat te telefoneren in de tuin van je oma, kan het bijna niet anders dan dat je identiteitsvorming daardoor beïnvloed wordt. Zoals de verteller zegt in Paul Beatty’s satirische roman The Sellout: ‘I understand now that the only time black people don’t feel guilty is when we’ve actually done something wrong, because that relieves us of the cognitive dissonance of being black and innocent.’

Lee portretteert de Klan als een stelletje onnozelingen. Ze komen samen in het huis van de heetgebakerde Felix, waar diens vrouw crackers met kaasdip serveert om daarna weer in de keuken te verdwijnen en waar aan Zimmerman wordt uitgelegd dat hij eerst een lidmaatschapskaart moet hebben voor hij kan deelnemen aan ‘activiteiten’. Ze wenden een air van geheimzinnigheid aan, maar zijn tegelijk lachwekkend gretig in het toelaten van Stallworth/Zimmerman. En Topher Grace speelt ‘Grand Wizard’ David Duke als iemand die ontzettend zelfingenomen is met het charisma dat hij helemaal niet heeft.

Het zijn karikaturen, die daarmee in zekere zin ook ongevaarlijk worden gemaakt. We lachen ten koste van hen en Lee geeft ze ook geen kans om dat te ontstijgen. In het boek The devil finds work schreef James Baldwin over de representatie van Afro-Amerikanen in Hollywoodfilms. Hij stelt daarin dat zolang die representatie in handen is van de ander, het altijd problematisch is, goede bedoelingen of niet. Niet het uitbannen van elke vorm van stereotypering of projectie is van belang, maar het doorbreken van de monopolie van de witte man op representatie. En dat is waarom het karikaturale in BlacKkKlansman waarde heeft. Het laat er geen misverstand over bestaan dat Lee hier bepaalt hoe de KKK-leden worden gerepresenteerd, dat hij de zeggenschap heeft. Het is een afrekening met de stelselmatige, ridiculiserende representatie die Afro-Amerikanen decennialang ten deel is gevallen in film en televisie, door Lee eerder gevat in een hartverscheurende montage aan het einde van Bamboozled.

Geschiedenis is niet neutraal, maar wordt geschreven door wie de macht heeft. Afro-Amerikanen zijn stelselmatig de toegang ontzegd tot het narratief van de Amerikaanse geschiedenis waar zij met zoveel onrecht en grof geweld in gesleept zijn. En zonder die toegang is het ontzettend moeilijk een toekomst (of zelfs het heden) vorm te geven. Zoals scifi-auteur Samuel Delaney schreef: ‘the historical reason that we’ve been so impoverished in terms of future images is because, until fairly recently, as a people, we were systematically forbidden any images of our past.’ Het is de essentie van het Afrofuturisme, een stroming binnen de literatuur, muziek en film waarin Afro-Amerikaanse makers toekomstbeelden scheppen, het narratief van de toekomst opeisen.

Hoe essentieel het ook is om de verhalen van de realiteit van Afro-Amerikanen te blijven vertellen, misschien wel minstens zo belangrijk is het om je eigen mythes te creëren. Spike Lee had een grimmige film kunnen maken, maar in plaats daarvan heeft hij een overwegend komische film gemaakt die de realiteit op cruciale punten herschrijft. Je toegang verschaffen tot het narratief betekent ook de vrijheid opeisen ermee te spelen en dat is wat Lee hier doet. Zoals Ryan Coogler dat deed met Black Panther en Jordan Peele met Get Out. Van die film verscheen na de release een alternatief einde waarin niet Chris’ beste vriend opduikt, maar de politie, en Chris zonder pardon achter de tralies verdwijnt. Dat Peele het minder realistische einde koos is cruciaal.

Dit zijn films die de realiteit herschikken en er daarmee de macht over nemen, wat overigens niet betekent dat ze die realiteit ontkennen of bagatelliseren. Allesbehalve. Lee eindigt BlacKkKlansman niet voor niets met beelden van de rellen in Charlottesville in augustus 2017 waarbij een rechtsextremist inreed op tegendemonstranten, met een dode als gevolg (kijk vooral ook de korte documentaire die Vice hierover maakte). En door de film heen wordt met regelmaat op subtiele en minder subtiele wijze de link gelegd naar de huidige realiteit, waarin nog steeds dezelfde retoriek klinkt, maar nu vanuit het Witte Huis.

Die rechtsextremistische demonstratie in Charlottesville was een reactie op het voornemen van de gemeente om het standbeeld van Robert E. Lee, opperbevelhebber van het leger van de Geconfedereerde Staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, weg te halen. Dat voornemen heeft niets met het willen wissen van de geschiedenis te maken, zoals tegenstanders beweren, eerder het tegenovergestelde. Het heeft te maken met het doorprikken van het (niet zelden verheerlijkende) in stand houden van een eenzijdig narratief, van ‘the American self-evasion’, zoals James Baldwin het noemde ‘which is all that this country has as history.’

De ernst van die laatste minuten van BlacKkKlansman lijkt in conflict met wat de rest van de film doet en is dat ergens ook. Het is een van de kenmerken van het werk van Spike Lee. Films als Get on the Bus en Do the Right Thing zitten vol conflict en paradoxen die Lee niet oplost, maar juist laat bestaan en naar het oppervlakte brengt. Hij laat ideeën met elkaar botsen zoals hij ook verteltonen laat botsen. Want opvallend tussen het soepel vloeiende ritme en de humor van BlacKkKlansman zijn twee lang uitgesponnen scènes.

In één daarvan zien we een speech van de burgerrechtenactivist Kwame Ture (Corey Hawkins) die is uitgenodigd te spreken bij de zwarte studentengemeenschap in Colorado Springs. Terwijl hij spreekt toont Lee de gezichten van die toehoorders, laat ze loskomen van de menigte. Individuen, die hun eigen verhaal hebben en hun eigen stem. De scène is als een ingetogener variant op het einde van School Daze, waarin het personage van Laurence Fishburne een letterlijke ‘wake up-call’ doet. Die eindscène vat misschien wel het beste het oeuvre van Spike Lee samen. Een oeuvre dat is gemaakt om wakker te schudden.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken