Nu aan het lezen:

Black Mirror S04E03: Crocodile

Black Mirror S04E03: Crocodile


In de meeste Black Mirror-afleveringen wordt het verhaal gedreven door een gevaarlijke nieuwe technologie. Maar in Crocodile is de technologie slechts een hulpmiddel in een vrij ouderwets, banaal misdaadverhaal.

Mia (Andrea Riceborough) en haar vriend Rob (Andrew Gower) rijden per ongeluk een man dood. Ze dumpen het lichaam in het water. Jaren later lijkt Mia – inmiddels een succesvolle architect met een man en een kind – niet meer aan het incident te denken, maar Rob wordt nog steeds achtervolgd door schuldgevoel. Hij wil de nabestaanden een anonieme brief sturen waarin hij vertelt wat er gebeurd is. Mia vindt dat een te groot riciso, en in paniek vermoordt ze Rob. Natuurlijk heeft deze misdaad nóg grotere consequenties. Mia wordt benaderd door Shazia (Kiran Sonia Sawarr), een verzekeringsagente die getuigen zoekt van een aanrijding. Toevallig gebeurde het buiten Mia’s raam, net toen ze klaar was met haar moord. Mia heeft het gezien.

Dan gaat het sciencefiction-element een rol spelen: Shazia maakt gebruik van een machine die iemands herinneringen visualiseert. Ontvangertje op je hoofd en hop, alles wat je gezien hebt verschijnt op het scherm. Nu hoeft sciencefiction niet wetenschappelijk accuraat te zijn, en het idee dat een apparaat herinneringen leest is best acceptabel. Wat ik echter niet accepteer, in een serie die zichzelf zo serieus neemt als Black Mirror, is dat die herinnerigen dan als een film afgespeeld kunnen worden – inclusief elementen die je in eerste instantie niet eens bewust registreerde. Er is een vage grens tussen scifi-technologie en magie. Crocodile zit aan de magische kant. Dit is fantasy.

Maar een groter probleem van die machine, is dat je het hele ding weg zou kunnen laten. Crocodile is deels een detective-verhaal. De enige narratieve functie van de technologie, is om het de detective gemakkelijk te maken – en daarmee ook de schrijver. Door dat apparaatje hoeft Shazia niet de Sherlock Holmes uit te hangen, en Charlie Brooker niet de Arthur Conan Doyle. Hij gebruikt in feite dezelfde truc als de scenaristen van CSI, die computers een hele biografie laten produceren op basis van een DNA-monster. Valsspelerij. Vervang het scifi-element door ouderwets detective-werk en je hebt een sterker verhaal.

Het zou vergeeflijk zijn als er met die machine een punt gemaakt werd over privacy, surveillance-technologie of onze neiging elk moment in ons leven vast te leggen (zoals in The Entire History of You). Maar dat is hier niet het geval. Centraal staat Mia’s morele afdaling. Denk Breaking Bad, A Simple PlanShallow Grave en een handvol film noirs. Een immorele, maar ergens begrijpelijke keuze leidt tot steeds verder escalerende misdaden. Brooker schrijft zo’n verhaal volgens het boekje en voegt verbazingwekkend weinig nieuws toe. Aan het einde zitten twee momenten die zo hard ‘ironie’ schreeuwen dat het lachwekkend wordt: de Roald Dahl-achtige twist, die ik niet verklap, en het potsierlijke musicalmoment. Mia zit vlak na haar meest onvergeeflijke daden bij de schoolmusical van haar zoontje, een uitvoering van Bugsy Malone. ‘We could have been anything that we wanted to be – Yes, that decision was ours,’ zingen de kinderen, terwijl Mia huilt. Kom op zeg. Het bekende Black Mirror-nihilisme, maar zonder de inhoud.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken