Nu aan het lezen:

Beter dan je denkt: Inherent Vice

Beter dan je denkt: Inherent Vice

Wat is jouw lievelings-PTA? There Will be Blood? Boogie Nights, misschien? Magnolia, of The Master? Zijn allernieuwste, Phantom Thread? Of ben je graag net eventjes anders en ga je voor Punch-Drunk Love? Een ding is zeker: weinigen zullen Inherent Vice noemen. Oh ja. Die had hij ook nog gemaakt. Ja: en al is Inherent Vice ook niet mijn favoriete film van Paul Thomas Anderson, de film verdient het niet om vergeten te worden.

De hoofdpunten, dan maar even. Inherent Vice kwam drie jaar geleden uit, en is gebaseerd op het gelijknamige boek van Thomas Pynchon. Joaquin Phoenix speelt de hoofdpersoon: Larry “Doc” Sportello, een zelden nuchtere privédetective. De plek: Los Angeles. De tijd: 1970, toen de kater van de hippie-tijd toch flink voelbaar begon te worden. Het plot: niet na te vertellen, en misschien moet je dat ook gewoon niet willen.

Dat is direct ook de uitdaging, bij het kijken: je moet wel een beetje je best doen om te volgen wat er aan de hand is, anders voelt de film als los zand. Aan de oppervlakte zou je hem kunnen aanzien voor een (langdradige) stonerkomedie al: het haar van Doc alleen al, en de veranderingen erin (“I keep telling you, Doc, change your hair, change your life”), zijn een grap op zich. Anderson beschreef de film zelf ook als een soort Cheech & Chong-film.

Maar onder dat oppervlak kolkt van alles. De Manson-moorden, bijvoorbeeld, waaraan steeds gerefereerd wordt: in deze film kan je niet de illusie hebben dat hippies onschuldige stoners zijn. Uitbuiting is overal. Paranoia viert hoogtij. De dubbele agent die gespeeld wordt door Owen Wilson weet amper meer voor wie hij nu eigenlijk echt werkt. Nixon, de FBI, sadistische, corrupte politie-agenten: je vindt hier geen idyllisch beeld van het verleden.

Daarnaast is de film heel duidelijk (net als het boek) geïnspireerd door de film noir. Anderson is niet de eerste die een noir-detective à la The Big Sleep en Kiss Me Deadly verplaatst naar de jaren zeventig: Robert Altman deed dat in de jaren zeventig zelf al met The Long Goodbye (zijn beste film, don’t @ me). Doordat de jaren zeventig zich nu ook in een wazig verleden bevinden kan Anderson spelen met hippie-clichés en historische ironie.

Je ziet dit onder andere aan de stijl. Sommige shots tonen ons de wereld in de ogen van Doc: het scherm ondergedompeld in trippy kleuren, vlaggetjes en kralengordijnen als expressionistische details. In andere shots is opeens de werkelijkheid niet te vermijden: de viezigheid, de stank. De nuchtere momenten duren nooit lang. Maar door die momenten snap je waarom iemand liever in benevelde toestand zou blijven.

Eerlijk is eerlijk: de andere films van Anderson hebben meer cohesie, zowel thematisch als narratief. Maar juist aan Inherent Vice kan je goed zien dat hij echt een auteur is: hij zag dit misschien als een grappig tussendoortje, maar zijn vingerafdrukken zijn overal te zien. Mocht je dus na (or voor) Phantom Thread — vanaf volgende week in de bioscoop — zin hebben om je onder te dompelen in de wereld van PTA is een uitstapje naar het Los Angeles van Doc Sportello zeker geen slecht idee.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken