Nu aan het lezen:

De Beste Films van 2018

De Beste Films van 2018


Het jaar is inmiddels over de helft heen, en dat nietszeggende feitje leent zich goed voor het opmaken van een denkbeeldige balans. Wat waren de beste films uit de eerste zes maanden van 2018? Wat hebben de populaire films gemeen? En is er eindelijk iets zichtbaar van de goedbedoelde affirmative action om meer mensen van kleur en vrouwen aan het roer van grote films te posteren?

De beste films van het jaar komen geregeld rond de herfst uit, net op tijd voor award-season. De grote studio’s (en de indies eigenlijk ook tegenwoordig) snappen dit. Desalniettemin is 2018 een genereus jaar, zeker als we de vele festivals mogen meerekenen (en dat doen we). Cannes 2018 was niet het grote vuurwerk waar we allemaal op hadden gehoopt, ondanks de premieres van een aantal grote titels als Solo: A Star Wars Story en BlackKklansman. Toch kunnen we niet ontkennen dat The House That Jack Built en Happy as Lazzaro stevig verankerd zitten in onze gedachten — en kunnen we niet wachten tot de rest van Nederland de films kan zien. Ook buiten de festivalhits is 2018 een respectabel filmjaar tot nu toe en zullen we een aantal gezichten ongetwijfeld terugzien tijdens de Oscars (ik kijk onder meer naar jullie, Lynn Ramsey en Lucretia Martel).

Sequels, prequels & remakes

De cinematic universe-meter slaat ook dit jaar rood uit, met Black Panther, Avengers: Infinity War, Solo, Jurassic World: Fallen Kingdom en Pacific Rim: Uprising. Sowieso valt de ‘dubbele punt’ wederom op als gigantische trend onder filmtitels dit jaar. Een idiote ontwikkeling als je het mij vraagt, ooit in gang gezet met veel leukere vondsten als Highlander 2: The Quickening, en The Howling III: The Marsupials, en laten we alsjeblieft Leprechaun: Back 2 Tha Hood en Police Academy 5: Assignment: Miami Beach niet vergeten.

Hollywood lijkt het uitwringen nog lang niet op te geven met ook Ocean’s Eight, The Incredibles 2, een Predator remake, Deadpool 2 en de compleet overbodige Jumanji remake lijkt de bron aan sequels en remakes oneindig. Niet heel verrassend staat geen van deze films in onze lijst van beste films. Dat wil niet zeggen dat we niet hebben genoten van de pre- en sequel ‘fodder’ die dit jaar draaide. Het dieptepunt dat The First Purge heet heeft als tegenhanger Sicario: Soldado die het een stuk beter doet. Maar met een filmjaar zo divers als dit is het makkelijk klagen over de mindere goden. Daarom zonder verder oponthoud: De Beste Films van 2018… (tot nu toe).

– Dandyano Zentveld

 

November (Rainer Sarnet)

Als filmliefhebber wil je verrast worden, ook al word je daarvoor weer teruggebracht naar het verleden van het medium. Dat gebeurde dus bij het zien van November op het Imagine Film Festival. Een film die bijna niet is samen te vatten. Is dit een sprookje? Een historische film met surrealistische elementen of gewoon een onwerkelijke droom gevangen in prachtig zwart-wit? November is dat allemaal en meer. Een film die ambitieus is in zowel stijl als inhoud en met liefde verwijst naar zijn bronnen: films zoals Marketa Lazarova en Vampyr. Het is uiteindelijk een film die je met zijn schoonheid verleidt en je met zijn duistere magie betovert.  (George Vermij)

Lady Bird (Greta Gerwig)

Ik was 16 in 2003, het jaar waarin Greta Gerwigs debuut zich afspeelt. Hoewel ik niet opgroeide in Sacramento, riep de film nostalgie bij me op. Misschien omdat ik in die tijd veel Amerikaanse high school-films keek: die Amerikaanse schoolgangen met hoge kluisjes doen me altijd aan mijn tienertijd denken, hoewel ik er nog nooit eentje in het echt heb gezien. Maar de voornaamste oorzaak van mijn nostalgie is de waarheid die Lady Bird kent. De waarheid over opgroeien, over ouders en kinderen, over vriendschap, over leren. Gerwig is een van de beste observatoren van de mens die de filmwereld rijk is. Lady Bird zit vol kleine momenten waarop de waarheid je aankijkt, compromisloos, maar niet agressief. (Julius Koetsier)

Phantom Thread (Paul Thomas Anderson)

Zonder meer beschouw ik Phantom Thread als mijn favoriet van de eerste helft van 2018. Het is een nagenoeg perfecte film; met minutieus oog voor schoonheid in elkaar gezet als de lederen schoenen die Daniel Day-Lewis tegenwoordig als hobby met de hand schijnt te maken. Het is fascinerend om te zien hoe regisseur Paul Thomas Anderson zich door de jaren heen heeft weten te ontwikkelen op narratief, inhoudelijk en vormtechnisch vlak. En toch heeft Phantom Thread iets speels, de film leeft. Mede natuurlijk door de acteerprestaties van zowel Day-Lewis als zijn vrouwelijke tegenspelers én dat ongrijpbare gevoel dat echt celluloid oproept. De scène waarin modeontwerper Woodcock voor het eerst Alma treft tijdens het ontbijt… De film bleef me ontzettend lang bij, mede doordat ik niet kon beslissen of ik een kant moest kiezen in deze manipulatieve verhouding tussen een kunstenaar en zijn muze of dat het juist zo knap is van PTA dat je er, zoals bij een geslepen diamant, van verschillende kanten naar kan kijken. (Tom Ooms – LAB111)

Unsane (Steven Soderbergh)

Ik mis soms de dagen van Roger Corman, wanneer talentvolle regisseurs hun talenten voor het eerst konden benutten op de set van een schlocky horrorfilm, en de speelsheid die daar uit voortkwam: Francis Ford Coppola’s Dementia 13, Joe Dantes The Howling… B-films zijn namelijk zo’n mooie bron voor speels experiment en politieke subversiviteit: zie bijvoorbeeld het werk van Samuel Fuller.

Steven Soderbergh is een van de weinige filmmakers in hedendaags Hollywood die nog écht spelen met de mogelijkheden van film, en met Unsane brengt hij een heerlijke ode aan Samuel Fullers Shock Corridor en het eerder genoemde soort B-films. Dat hij Unsane schoot op een iPhone is passend: want waar de stal van Roger Corman de mogelijkheden van goedkoop en snel schieten gebruikte als vrijbrief voor creatief experiment, daar stellen goedkope camera’s filmmakers van nu ook in staat vanuit de losse pols een film te maken. Unsane is daarmee tegelijkertijd een throwback én een experiment met nieuwe technologie. De improvisatorische kwaliteiten van acteerwerk en camerawerk geven wat mij betreft een speelsheid mee aan Unsane die ik met node mis in de dichtgetimmerde Hollywoodproducten van nu. Al helpt het wel dat Soderbergh niet zomaar een amateur is, maar iemand met decennia ervaring. Maar toch, meer van dit, graag, studio’s. (Theodoor Steen)

 Avengers: Infinity War (Anthony Russo, Joe Russo)

Tien jaar nadat Iron Man het fundament legde voor het Marvel Cinematic Universe pakt Avengers: Infinity War groots uit met bijna drie dozijn superhelden, sidekicks, snoodaards en de onverslaanbaar lijkende kosmische booswicht Thanos. Hoe de film zowel diverse vertakkingen van de MCU-franchise met verbazingwekkende vingervlugheid met elkaar verweeft zonder te verzanden in een cameo-custerfuck is op zich al opzienbarend. Dat de film an sich ook nog eens uitblinkt in emotioneel gegronde, spetterende actie met personages met wie je een connectie voelt, zorgt ervoor dat het einde aankomt als een gouden vuist in je maag. (Luuk van Huët)

Nico, 1988 (Susanna Nicchiarelli)

Een imperfecte biopic voor het leven van een imperfect artiest die op de rand van de afgrond balanceerde. Nico, 1988 heeft wat schoonheidsfoutjes, maar Susanna Nicchiarelli’s film is een liefdevol portret, ondanks de duistere kanten van haar getroebleerde hoofdpersoon. Nico was veel dingen: een weergaloos mode-icoon, een muze voor muzikanten, filmmakers en kunstenaars, maar uiteindelijk ook een veelzijdig en complex artiest. In de film volgen we deze onnavolgbare zangeres tijdens haar laatste levensjaren. Het vuur flikkert zwakjes, maar is nog niet uitgedoofd. (George Vermij)

Laissez Bronzer les Cadavres (Hélène Cattet & Bruno Forzani)

Hélène Cattet and Bruno Forzani houden van Italiaanse genrecinema, dat werd al duidelijk in hun eerdere films Amer en L’etrange Couleur des Larmes de Ton Corps. Dat waren odes aan de giallo, in Laissez Bronzer jammen ze op het ritme van de Italiaanse misdaadfilm uit de jaren 70. Zoals altijd bij het duo zit er geen saai shot tussen. De plot — dieven schuilen na een mislukte goudroof in een ruïne, waar ook een kunstenares en haar vrienden verblijven — raakt ergens kwijt: soms is niet geheel duidelijk wie op wie schiet en waarom. Maar dat is juist de kracht van Cattet en Forzani. Hun werk voelt als een droom die je hebt als je tijdens een film in slaap valt. Ze maken abstracte kunst met de ingrediënten van genrefilms; nemen complete vrijheid met rotsvaste conventies. Een stream of conciousness-actiefilm. (Julius Koetsier)

 The Widowed Witch (Er Hao)

Het IFFR had dit jaar een grote verrassing voor me in petto. Meestal weet ik namelijk de winnaar van de Tiger Award te missen. Afgelopen februari had ik die niet alleen gezien, ik vond The Widowed Witch van Cai Chengjie ook de beste film van het festival. Het debuut van de Chinese regisseur is een tamelijk hilarische en rake parabel over menselijke zwakte. Er Hao ontdekt na de dood van haar derde man dat ze een heks is. Hoewel ze dat zelf lang niet gelooft wordt het bewijs geleverd door haar dorpsgenoten wanneer ze haar proberen dood te schieten en ze ongedeerd blijft. Ze probeert vervolgens met haar vers ontdekte krachten haar medemens te helpen. De oplossingen die Er Hao vindt zijn zonder uitzondering creatief en verrassend. Helaas komt ze er gaandeweg achter dat de verbeteringen in de levens van haar klanten van korte duur zijn. Iedere keer weer doen ze de vooruitgang teniet door in de fouten te vervallen die hun problemen in eerste instantie veroorzaakten. Als dat geen mooie samenvatting is van de menselijke gesteldheid dan weet ik het ook niet meer. (Bouke van Eck)

Annihilation (Alex Garland)

Helaas geen succes in de bioscoop en daardoor op Netflix terecht gekomen, waar deze transcendentale science-fiction film van Alex Garland hopelijk uit zal groeien tot een cultfilm. De sterke vrouwelijke cast met onder meer Natalie Portman, Tessa Thompson en Jennifer Jason Leigh is goed op dreef, de cinematografie, set- en creature-design geven de mysterieuze Shimmer een memorabele, creepy atmosfeer en de film weet bij herhaalde kijkbeurten nog steeds te boeien. Hopelijk blijft Garland het experiment opzoeken en blijven Netflix en andere streamingdiensten deze experimenten faciliteren en uitzenden. En voor wie meer wil zien van deze intrigerende, angstaanjagende wereld: gelukkig hebben we de boeken nog. (Luuk van Huët)

Black Panther (Ryan Coogler)

In the land of the brave zitten er kindjes vast in betonnen gevangenissen. De macht van grote multinationals neemt Marvel-achtige proporties aan, en toch schaft Nederland de dividendbelasting af. En dan is er ook nog dat ene Youtubefilmpje dat ik maar niet van mijn netvlies krijg, met een kreunende zeeschildpad die langzaam stikt in een plastic rietje. Er moet iets veranderen! Misschien verwacht je nu een bruggetje naar een arthouse-filmtip; sober idealisme na een sombere opsomming. Maar ik denk juist dat we veel meer expliciete dromen nodig hebben in deze tijd. Daarom ga ik voor Afrikaanse sci-fi — Black Panther op nummer 1. De coming-of-age van een prins, bijgestaan door zijn briljante en bijdehante zusje. Samen verslaan ze de welbekende villain, met stijl. Maar wat vooral bij blijft: Black Panther kiest ervoor om — tegen de tradities in — de geheime bron in zijn rijk niet meer te beschermen, maar te delen, zodat de wereld een betere plek kan worden voor iedereen.  Ik weet dat een verhaallijntje zo expliciet omschrijven zwakker kan overkomen dan de ruggengraat van Mark Rutte, maar Black Panther overtuigt. En het blijft bijzonder dat uit alle goede films die in 2018 zijn uitgekomen, het een zwarte Marvelfilm nog het beste lukt om te laten zien dat er echt iets kan veranderen. (Dominique van Varsseveld)

 Zama (Lucrecia Martel)

Een film als een koortsdroom, waarin je als toeschouwer gedropt wordt zonder handvatten. In een andere tijd, een ander land. Een andere wereld. De film is een adaptatie van het gelijknamige boek van Antonio di Benedetto over een hooggeplaatste dienaar van de Spaanse koning die in een afgelegen koloniale nederzetting in Zuid-Amerika wacht op overplaatsing. Dat vrij absurde uitgangspunt wordt door Martel fantastisch vertaald met onder meer een desoriënterend geluidsdecor en een traag tempo dat gedicteerd wordt door de drukkende hitte. Met mijn mede-KNF-juryleden riepen we de film in januari uit tot beste Nederlandse coproductie op het IFFR, maar wat mij betreft is het ook gewoon de beste film van 2018 tot nog toe. (Elise van Dam)

First Reformed (Paul Schrader)

First Reformed is de beste film die schrijver/regisseur Paul Schrader in jaren gemaakt heeft en daarvoor hoefde hij alleen terug te keren naar zijn roots: hij laat zich inspireren door de filmmakers die hij beschreef in zijn baanbrekende filmanalyseboek Transcendental Style in Film –– Ozu, Bresson en Dreyer — en rekent tegelijkertijd af met de gereformeerde opvoeding uit zijn jeugd. Maar meer dan een beschouwing van het verleden is First Reformed ook het banen van een nieuw pad richting de toekomst. De hoofdpersonages zien geen redding meer voor de aarde door zaken als klimaatverandering, maar Schrader houdt de conclusie open. Dat doet hij door de film te eindigen op een gedurfde en vernieuwende wijze, waardoor toen de aftiteling begon tijdens de vertoning op het Internationaal Film Festival Rotterdam, de zaal verbouwereerd achterbleef. Hij heeft het nog in zich, onze film-apostel Paul. (Theodoor Steen)

Der Hauptmann (Robert Schwentke)

Deze film heb ik te recent gezien om te weten waar die uiteindelijk in mijn eindejaarslijst zal komen, maar onder de indruk was ik zeker. Net als The Death of Stalin is dit een film die laat zien hoe briljant satire kan werken en hoe nodig we goede satire hebben. Het zijn allebei films die de absurditeit van een moment in de geschiedenis tonen, zonder de gruwelijke realiteit ervan weg te lachen. In het geval van Der Hauptmann zelfs zo dat je vaak niet verder komt dan een aanzet tot een lach, die dan alweer gesmoord wordt. De film gaat over een van desertie beschuldigde soldaat in WOII die op de vlucht een officiersuniform vindt en aantrekt. Het verandert zijn aanzien en daarmee ook hemzelf, waarbij zijn handelen zelden maar met één motivatie is uit te leggen.  Aan het einde krijgt Schwentke iets meer moeite de balans vast te houden, maar voor het grootste deel is deze film bijna perfect in toon en ritme. (Elise van Dam)

The Death of Stalin (Armando Iannucci)

Armando Ianucci is al jaren een van de scherpste satirici van zijn taalgebied. Met zijn series The Thick of It en Veep en zijn film In the Loop nam hij genadeloos hedendaagse politiek onder de loep; voor zijn tweede film als regisseur gaat hij naar het verleden en parodieert hij Stalin en de communistische partij. Zonder ooit het onrecht en de terreur te relativeren of weg te kijken van de gruwel, laat Ianucci zien hoe lachwekkend dictators, hielenlikkers en machtswellustelingen kunnen zijn. Uiteraard zegt zijn film ook veel over het heden. Want ook nu wordt een aardig deel van de wereld gerund door incompetente en/of wrede mannen, die hun plek aan de top alleen hebben verkregen door haantjesgedrag en oplichterij. Ik verliet de bioscoop grinnikend en kwaad. (Julius Koetsier)

De Winnaar(s)

Onder de redactie is de lijst dus zeer uiteenlopend, op twee films na, die zich op dit punt in het artikel niet al te moeilijk laten raden. Unaniem onder filmliefhebbers alom was You Were Never Really Here de beste film van dit jaar tot nu toe, op de voet gevolgd door Luca Guadagnino’s meesterlijke en broeierige Call Me by Your Name en een speciale vermelding voor de verrassing van 2018: Western. Aan het woord auteur en journalist Basje Boer, filmjournalist Elise van Dam en kunsthistoricus George Vermij. 

(BB) Ik zag Call Me by Your Name, die zomerfilm aller zomerfilms, al in december, toen Amsterdam nog koud en donker was. Voordat ik naar huis fietste zocht ik de soundtrack op in Spotify. Ik wilde nog even in Italië blijven, een stukje mee slenteren met de verliefde hoofdpersonen, in het lome ritme van Luca Guadagnino’s bedachtzame en tedere film. Minstens zo’n overrompelende ervaring was You Were Never Really Here. Ook van die film wilde ik geen afscheid nemen. Lynne Ramsay, die heel intuïtief te werk ging, maakte een op z’n kop gezette misdaadfilm die beklemmend en licht tegelijk is. Laat me nog één favoriet van afgelopen jaar noemen: Western van Valeska Grisebach, een intelligent in elkaar gezet drama dat bij iedere kijkbeurt aan diepte wint. Ze maakte een gelaagde, nieuwsgierige en barmhartige film. Misschien is dat wat mijn favorieten (tot nu toe) van filmjaar 2018 verbindt: een zachte blik. Of die blik nu is gericht op verliefde jongens, een getraumatiseerde huurmoordenaar of Duitse bouwvakkers in Bulgarije: hun verhalen worden verteld met compassie.

(EvD) De enige fout aan deze film is dat die in hartje winter in Nederland werd uitgebracht, want het maakte het verlangen naar zomer bijna ondraaglijk. Call Me by Your Name vertelt een verhaal dat zeer persoonlijk voelt, maar nooit particulier. Een film over een specifieke setting (blank, intellectueel) die dat ook weer ontstijgt. Want we zijn allemaal zeventien geweest. En we zijn allemaal verliefd geweest. ‘I remember everything’, zegt een van de personages, en dat is hoe de film in zekere zin voelt. Als een gedeelde herinnering aan jeugd, het aftasten van seksualiteit, het verliezen van de zorgeloosheid en al die tegenstrijdige gevoelens die je puberbrein bijna doen ontploffen, maar waar je later met warme melancholie aan terugdenkt.

(GV) Het is moeilijk voor te stellen dat Luca Guadagnino ons dit jaar al twee keer heeft overrompeld met films die elkaars tegengestelde lijken te zijn. Oké, het is nog even wachten op Suspiria, maar de trailer belooft een wilde rit vol bloedige overdaad en stijlvolle horror. Hoe anders is in dat opzicht het pastorale en zonnige Call Me by Your Name, waarin twee kosmopoliete en gecultiveerde jonge mannen op elkaar vallen. Het is een overbekend coming-of-age liefdesverhaal, maar Guadagnino filmt het teder en geeft het diepgang door ook de rol van kunst en cultuur te belichten. Die vullen de sensualiteit en erotiek aan terwijl, terwijl ze erdoor gevoed worden. Zo kan een gedicht of een klassiek standbeeld ons net zo raken als de kus van onze beminde, en omgekeerd worden wij ook geïnspireerd door diegenen die wij liefhebben. Een prachtige film die perfect past in deze zwoele periode.

 You Were Never Really Here (Lynne Ramsay)

Verreweg de meeste stemmen gingen naar You Were Never Really Here, de tour de force van Lynne Ramsay en Joaquin Phoenix. Aan het woord zijn Theodoor Steen, Luuk van Huet, Paula Lina en Bouke van Eck. 

(PL) You Were Never Really Here is een van de eerste films die ik dit jaar zag waarvan ik meteen weg was. De film is intens, en maakte zo’n impact op me dat ik hem nog een keer moest zien. De film zuigt je meteen op, met muziek die je de kriebels geeft en zo het beeld verreikt. De hoofdpersoon zit vol contrasten: hij verzorgt lieflijk zijn dementerende moeder, maar zodra hij de deur uitstapt, slaat hij mensen omver alsof het niets is. Hij is vastbesloten om zijn opdracht te voltooien maar blijkt ook een eigen agenda te hebben. Hij lijkt er van te dromen om te sterven en komt bloeddorstig over, maar breekt zodra hij een kind een misdaad ziet begaan. Al met al een indrukwekkende film.

(BvE) Er zitten veel memorabele scènes in You Were Never Really Here. Je zou misschien niet verwachten dat een scène waarin huurling Joe (Joaquin Phoenix) op een trein staat te wachten daartoe zou behoren. Maar regisseur Lynne Ramsay doorsnijdt de shots van Joe op het perron continu met flarden van zijn traumatische herinneringen. Het wekt een gevoel van onrust en onbalans op, waardoor het ineens heel aannemelijk voelt dat het wachten op de trein eronder in plaats van erin eindigt. Ramsay bereikt met You Were Never Really Here het ideaal van de boekverfilming: de totale visualisering van het verbale. Het verhaal is bijna een bijzaak. Hoeveel thrillers over schimmige pedoseks-syndicaten kunnen er gemaakt worden? Maar het feit dat Ramsay de krachtige visuele stijl door de hele film weet te handhaven is uitzonderlijk.

(LvH) Lynne Ramsay schoot een imponerend portret van een gebroken, getraumatiseerde oorlogsveteraan genaamd Joe, gespeeld met overdonderende intensiteit door Joaquin Phoenix, die kinderen redt uit de handen van kidnappers en mensenhandelaren. You Were Never Really Here werd ontvangen als een arthouse wraakfilm, maar dat geeft de film niet genoeg credit: het is een psychologisch profiel van een man die door fysieke en emotionele trauma’s een tikkende tijdbom is geworden — die we als toeschouwer toejuichen omdat hij zijn (zelf)destructieve impulsen grotendeels weet te voor “de goede zaak”. Phoenix speelt Joe echter als een accident waiting to happen waarbij niemand om hem heen ooit veilig is en dat maakt het één van de meest zinderende acteerprestaties van de laatste tijd.

(TS) Twee jaar terug werd ik gediagnosticeerd met een Complexe Post Traumatisch Stress Stoornis, en ik heb veel moeite gehad om mensen uit te leggen wat er gebeurt op het moment dat ik paniekaanvallen of herbelevingen ervaar. Nu hoef ik ze enkel door te verwijzen naar You Were Never Really Here, een film die mijns inziens audiovisueel het gevoel van een traumatische ervaring voor het eerst écht benadert. Ik las hier en daar recensies waarin beweerd werd dat de wilde, ruige editing van de film en het vreemd aanvoelende camerawerk niet functioneel voelden én dat we op afstand bleven van het personage. Ik zeg bullshit, want juist door de jumpcuts, de tijdssprongen en onverwachte flashbacks, de out-of-focus-shots en de verwrongen lenshoeken wordt perfect gesymboliseerd hoe het trauma van hoofdpersonage Joe zich uit in zijn hoofd. De film kwam binnen en was een catharsis: ik voelde me begrepen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken