Nu aan het lezen:

De beste 10 films van 2017 volgens Elise

De beste 10 films van 2017 volgens Elise


Dit was wat mij betreft het filmjaar waarin stemmen die lang tot de marges veroordeeld waren hun plek op de voorgrond opeisten. En dan heb ik het niet alleen over #metoo. Waar dat (hopelijk) de breuk zal blijken, waren er al scheuren aan het ontstaan in de hegemonie van de witte man in Hollywood.

Er was met Wonder Woman eindelijk een film die draaide om een vrouwelijke superheld, ook nog eens geregisseerd door een vrouw. En er waren films als Certain Women (niet in mijn lijstje, omdat ik ‘m al in mijn lijstje van vorig jaar had staan), 20th Century Women, The Beguiled, Lady Macbeth, en Thelma, die een plaats boden aan de verhalen van en over vrouwen, zonder dat dat dan gerelateerd moest worden aan een man. Films die vrouwelijke toeschouwers een kans gaven zich echt gerepresenteerd te voelen.

En het gaat ook niet alleen over vrouwen. Ook de representatie van elke huidskleur anders dan wit blijft stelselmatig achter. En als er niet-witte personages zijn, zijn ze er vaak als Ander. Maar ook daar verschoof wat de laatste tijd, omdat vooral Afro-Amerikaanse filmmakers die notie ontleedden (I Am Not Your Negro), ermee afrekenden (Get Out) en voorbij stapten (het Oscarwinnende Moonlight). Er is nog een lange weg te gaan, maar hopelijk zal 2017 de filmgeschiedenis ingaan als het begin van een nieuw tijdperk.

Nog wat losse opmerkingen: een bescheiden stempel op dit filmjaar kwam ook nog van apen. Ik heb lang zitten stuivertje-wisselen tussen Kong: Skull Island en War for the Planet of the Apes. Uiteindelijk hebben ze het beide niet gehaald, maar het waren films waar ik enorm van heb genoten. En één van mijn favoriete filmscènes van dit jaar is ongetwijfeld die dinerscène uit Ruben Östlunds The Square. Andere films die ik graag nog wil vermelden: The Handmaiden, Happy End, Jackie, Logan, Loveless, Manchester by the Sea, Okja, On Body and Soul, Valerian and the City of a Thousand Planets, Visages Villages.
En dan zijn er natuurlijk films die ik nog niet gezien heb, zoals: The Killing of a Sacred Deer, Star Wars: The Last Jedi, Detroit, 120 bpm, Silence, Sieranevada, Wonderstruck.
Dan nu de tien favorieten, op weinig specifieke volgorde:

Personal Shopper (Olivier Assayas)

Een film die sinds z’n première in Cannes het publiek verdeelde en dat zijn vaak de interessantste. Ik zag ‘m zelf al aan het einde van 2016 en Personal Shopper heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Het is een film van vermommingen, die constant aan je grip ontsnapt. Net als Maureen  proberen we iets te vangen wat er misschien wel niet is; een mysterie op te lossen wat geen mysterie is. Personal Shopper is boven alles een film over rouw die, zoals ik eerder dit jaar in mijn recensie voor Cine schreef, laat zien “hoe de pijn van verlies je zintuigen aantast en daarmee de wereld om je heen verandert.”

 

 

Good Time (Josh en Bennie Safdie)

Het werk van de Safdie-broers was voor mij de ontdekking van het  jaar. Ik heb hun drie speelfilms in twee dagen tijd gekeken en was compleet om. De woorden die hun werk het best beschrijven – rauw, authentiek – zijn zo vaak gebruikt voor dingen die dat niet zijn dat het bijna ironische woorden zijn geworden, maar in het geval van de Safdie-broers zijn ze terecht. Good Time heeft een niet aflatende, razende energie, maar is ook een echte acteursfilm. Hoofdrolspeler Robert Pattinson speelt een van zijn beste rollen tot nog toe als de opportunistische Connie. Hij zat dit jaar overigens in nog een film die tot mijn favorieten behoorde: James Gray’s prachtig gemaakte en meeslepende expeditiefilm The Lost City of  Z.

 

 

Blade Runner 2049 (Denis Villeneuve)

Nadat ik Blade Runner 2049 zag, las ik hier en daar kritiek op de representatie van vrouwen in de film. Maar voor mij ging het daar juist (deels) over. Wat ik zag was een film die de uiterste consequentie toont van een wereld waarin niets de huidige structuren doorbreekt. Waarin het patriarchaat in stand blijft en technologie onstuitbaar doorontwikkelt. En de duistere en gedehumaniseerde toekomstvisie die Villeneuve daarmee schetst, waarin vrouwen zijn gereduceerd tot gebruiksvoorwerpen, is er een van desolate eenzaamheid. Wat ik overigens ook zag was de visueel indrukwekkendste film van het jaar. Een film die me compleet onderdompelde en overrompelde zoals Ridley Scotts Blade Runner dat twee jaar geleden bij de heruitbreng in dezelfde grote zaal van EYE ook deed.

 

 

Dunkirk (Christopher Nolan)

Dat brengt me bij Dunkirk, ook gezien in die grote zaal, op 70mm. Na een hoop getwijfel overigens, want moest je Nolans nieuwste film nou gaan zien? Ook twijfel omdat ik matige reacties rond mij hoorde. Ja, het was technisch begaafd, maar het verhaal viel toch wat tegen. Gelukkig ging ik wel en het was misschien wel mijn meest intense bioscoopervaring dit jaar. Dat oorlogsfilms vrijwel altijd een narratief zoeken is logisch, maar je zou erdoor vergeten dat zulke verhalen de uitzonderingen zijn. Want oorlog is een reeks momenten van volstrekte willekeur. En dat is precies wat Nolan vangt in zijn film. Natuurlijk, ik weet niet ineens hoe het is om een oorlog door te maken, maar ik denk niet dat ik eerder zo dichtbij de viscerale beleving ervan ben gekomen; de angst, de nervositeit, de machteloosheid.

 

 

Raw (Julia Ducournau)

Verhalen over flauwvallende bioscoopbezoekers snelden Raw vooruit. Zonde, want buiten dat het best meevalt met de ranzigheid, dreigde het de film te overschaduwen. Raw vertelt een verhaal dat we al vaak gezien hebben: de seksuele ontwaking van een jonge vrouw. Maar Julia Ducournau verbindt het verlangen van deze Justine aan een dierlijke lust die zelden met vrouwen wordt geassocieerd. Het is een film over het ontdekken van het eigen lichaam, de transformatie van meisje naar vrouw. Te vaak gaat die bewustwording van het eigen lichaam bij vrouwen gepaard met schaamte,  juist omdat vrouwenlichamen zo worden geïdealiseerd. Maar zoals Ducournau in een interview met The Guardian zei: “women fart, poop, pee, burp.” In Raw demystificeert ze het vrouwenlichaam, omdat we alleen dan eerlijk kunnen zijn over vrouwelijke seksualiteit.

 

 

Nocturama (Bertrand Bonello)

Misschien wel de vreemdste film in deze lijst, al is dat natuurlijk een wat onzinnige kwalificatie. Nocturama gaat over een groep tieners die aanslagen pleegt in Parijs en zich vervolgens voor de nacht verschanst in een warenhuis. De aanloop naar de aanslagen wordt gefilmd met een bijna ondraaglijke intensiteit, er wordt nauwelijks een woord gesproken. Zodra ze in het warenhuis zijn, worden het langzaam weer jongeren, kinderen zelfs, die doen wat kinderen doen als ze zonder toezicht in een warenhuis losgelaten worden: er wordt verkleed, gekust, gedanst. Wat hun motieven zijn blijft volstrekt duister, maar dat maakte de film – voor mij althans – niet minder fascinerend.

 

 

A Ghost Story (David Lowery)

Nog zo’n hypnotiserende film vond ik A Ghost Story. Een spookverhaal, maar dan verteld vanuit het perspectief van het spook. Hier verbeeld met een laken waar twee ogen uit zijn geknipt. Een slimme zet van Lowery, omdat het de kijker voor een keuze stelt: of je accepteert dit, of niet. Voor mij gold het eerste. Anderhalf uur lang zat ik met kippenvel in de bioscoop. Lowery heeft een film gemaakt die van begin tot eind een consistent  omineus en melancholische sfeer aanhoudt, en weet tegelijk daarbinnen momenten te creëren met een grote emotionele impact. Ook razend knap is hoe hier de grootsheid van een klein verhaal van twee mensen voor getoond en tegelijk het universele intiem wordt gemaakt.

 

 

American Honey (Andrea Arnold)

Andrea Arnold lijkt mij (tot op heden althans) niet te kunnen teleurstellen. Deze ruim 2,5 uur durende roadmovie is ritmisch zo goed opgebouwd, dat de film een soort prettig gevoel van oneindigheid genereert, waardoor ik zelfs na zo’n lange speelduur teleurgesteld was dat het al was afgelopen. Het is een film over vrijheidsdrang die tegelijk laat zien hoe ook die vaak toch gevangen raakt in het systeem waarvan men probeert los te breken. Want ook die vrijheid  moet betaald worden. En dus wordt er deur aan deur met tijdschriftabonnementen geleurd. Opnieuw castte Arnold in de hoofdrol iemand die ze op straat zag (of in dit geval op het strand) en deze Sasha Lane heeft wellicht daardoor precies de juiste naïviteit en onbevangenheid die de rol en de film nodig heeft.

 

 

Paterson (Jim Jarmusch)

Niet voor niets begon ik mijn recensie van Paterson met een anekdote uit mijn eigen leven. Dit is een film die voor mij heel persoonlijk voelde, omdat ik iets herkende in de wijze waarop buschauffeur Paterson de wereld ziet. Ik ben niet iemand die een groots en meeslepend leven aspireert. Ik houd van een bepaalde mate van saaiheid. Misschien omdat je juist dan  weer beter om je heen gaat kijken. Dat Paterson elke dag hetzelfde rondje rijdt zal voor velen een schrikbeeld zijn, maar datzelfde rondje is natuurlijk nooit hetzelfde rondje. Poëzie gaat over de variatie op een patroon, de vraag is of je je aandacht vestigt op het patroon of op die variaties.

 

 

La mort de Louis XIV (Albert Serra)

Een film die wellicht velen is ontgaan en laten we wel wezen: wie heeft er nou zin om twee uur te kijken naar een stervende koning? Nou, ik dus. Vooral als die stervende koning wordt gespeeld door Jean-Pierre Léaud, die  hier zo’n beetje het antoniem speelt van de rol waarmee hij doorbrak, de veertienjarige kwajongen uit Les quatre cents coups. Hier is hij een aan bed gekluisterde koning met koudvuur dat zijn lichaam aantast. Serra toont het sterven van de vorst met een gedempte traagheid en de kurkdroge humor die hij ook in eerdere films als El cant dels ocells tentoonspreidde en die ik erg kan waarderen.

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken