Afgelopen juni was ik in München voor het filmfestival, waar een filmcriticus me zei dat hij niet van blockbusters hield. Ze waren, zo zei hij, allemaal hetzelfde en vielen in het niets bij Tarkovski, Bergman, Ozu, etc.

Ik heb deze man met verbazing aangekeken. Natuurlijk hou ik ook van de filmhuisklassiekers en kun je me ’s nachts wakker maken voor een Franse nouvelle vaguefilm, maar we genieten allemaal van blockbusters, al durven we dat soms niet toe te geven.

En soms ook wel. Soms zijn deze blockbusters zo uitstekend, zo verfijnd, groots, geweldig, dat we het van de daken willen schreeuwen. Daarom hier bij Cine: de beste blockbusters, volgens onze schrijvers.

Akira (Katsuhiro Otomo, 1988)

De eerste animefilm die in het Westen zorgde voor een doorbraak van het genre. Akira speelt zich af in een dystopisch Neo-Tokyo, waar motorbendes, religieuze sektes en geheimzinnige legereenheden tegenover elkaar komen te staan als de jonge relschopper Tetsuo telekinetische krachten krijgt na een ongeluk en een daaropvolgend experiment. Geregisseerd door de maker van de oorspronkelijke Manga-strip wist Akira dankzij een rijk kleurenpalet, goed uitgewerkte personages en hyperkinetische actiescènes op een epische schaal de deur naar een Westers publiek van zijn scharnieren te trappen, met miljoenen dankbare otaku als resultaat, waaronder de Wachowski’s, Kanye West en de gebroeders Duffer, de makers van Stranger Things. (Luuk van Huët)

Aliens (James Cameron, 1986)

De origine van de monsters ligt iets verder van huis (of toch niet!?), maar ze zijn ten overvloede aanwezig in dit vervolg op Alien. Waar het eerste deel een ingetogen, beklemmende horrorsfeer neerzette, kiest Cameron in het vervolg voor het expliciet rollen van spierballen. Als bonus kruipt heldin Ripley in een prototype mechsuit in de eindconfrontatie met haar grootste nachtmerrie. Een groter contrast met het eerste deel is nauwelijks denkbaar. Het is deze breuk met het origineel in combinatie met de aansprekende protagoniste die specifiek Aliens zo interessant maakt en de serie als geheel zo dynamisch. (Indra Provaas)

Alles is liefde (Joram Lürsen, 2007)

Bij de term ‘blockbuster’ denken we vaak meteen aan de grote CGI-producties uit de filmfabrieken in Hollywood. Maar ook in Nederland is er genoeg ‘blockbuster-bait’ gemaakt. Al klinkt ‘publieksfilm’ toch een stuk vriendelijker. De romantische komedie bestaat al sinds de uitvinding van film. Toch is het deze film van regisseur Joram Lürsen (die hiervoor de succesvolle familiefilm In Oranje maakte) en scenarioschrijver Kim van Kooten die dit wat afgekloven genre in Nederland nieuw leven inblies. Alleen in Nederland? Ja, want waar buiten onze landsgrenzen de romkom langzaam aan een uitstervend ras is, lijkt hier elke publieksfilm wel een romkom te moeten zijn. Veilig en vertrouwd. Maar zoals wel vaker geldt in de filmwereld: nothing beats the original. Alles is Liefde staat nog steeds als een huis, met een ijzersterke combinatie van humor (Michiel Romeyn als depressieve Sinterklaas!) en mooi geschreven drama. (Nico van den Berg)

Amsterdamned (Dick Maas, 1988)

Alleen al de verhalen om de film heen maken Amsterdamned tot een krankzinnig fenomeen: een speedbootrace door de (Utrechtse) grachten, een budget van zes miljoen gulden, een epische titelsong van Lois Lane en unieke cameo’s van Bert “Fanfare” Haanstra, Simon “Simonskoop” van Collem en Simon “Kronkel” Carmiggelt. Regisseur Dick Maas liet, na het succes van De Lift en Flodder, opnieuw zien hoe je een groot publiek naar de bioscoop kon krijgen. Tegenwoordig heeft de film het tot cultfenomeen geschopt, zo bleek bij een uitverkochte hervertoning vorig jaar in Kriterion Amsterdam waar de complete cast en crew op een staande ovatie werd onthaald. De film is vet aangezet, heeft dialogen die rechtstreeks uit een soap lijken te komen en een voorspelbaarheid van heb ik jou daar. Maar oh, wat kijkt Amsterdamned lekker weg! (Nico van den Berg)

Big Hero 6 (Don Hall, Chris Williams, 2014)

Superheldenfilms zijn heer en meester in de bioscoop: DC begon met een scheve schaats maar kan zich na Wonder Woman misschien herpakken, Fox blijft een wankele stroom X-Men-gerelateerde vehikels de bioscoop insturen en Sony heeft dankzij Marvel eindelijk Spider-Man weer succesvol gelanceerd, maar Marvel zelf is natuurlijk de absolute voortrekker van het stoomschip. Big Hero 6 is ook een Marvel-film, inclusief cameo van Stan “The Man” Lee, maar weet zich te onttrekken aan de continuïteit van het Marvel Cinematic Universe en maakt daarmee met een kleurrijk en hoogst vermakelijke superheldenverhaal het genre eigen. De kracht van animatie toont wederom dat in deze vorm van blockbustercinema, grote thema’s zoals verdriet en rouw vele malen beter worden behandeld dan in de gemiddelde vleesfilm. (Luuk van Huët)

The Dark Knight (Christopher Nolan, 2008)

Tussen alle recente superheldenfilms steekt er één met kop en schouders bovenuit. De tweede Batmanfilm van Nolan is een geweldige actiefilm en hoewel niet perfect is het moeilijk in te denken hoe het subgenre der serieuze superheldenfilm nog beter kan worden als dit. De show wordt gestolen door Heath Ledger als The Joker. In elke scene is hij voelbaar als huiveringwekkend voorbeeld van wat nihilisme met een mens kan doen. (Luuk Imhann)

Face/Off (John Woo, 1997)

Terwijl het tijdperk van de overdadige actiefilm eind jaren 90 op zijn einde liep, blies John Woo, overgevlogen uur Hong Kong, het genre nog een keer nieuw leven in. Zijn overige opereske stijl was precies wat nog miste, en dat wat het uitzonderlijk ongeloofwaardige script van Face/Off nodig had. Dat, en een duel der overacteurs tussen Nicolas Cage en John Travolta natuurlijk. Glansrijk gewonnen door Cage overigens, die de ene na de andere onwaarschijnlijke gezichtsuitdrukking tevoorschijn tovert in zijn pogingen om de verwarring van een politieman die zich in het lichaam van een crimineel terugvindt over te brengen. Wat beklijft is het vliegtuig dat de hangar inrijdt, de duiven in de kerk en de oprechte verwarring als een man wiens gezicht een uur lang kwaadaardigheid heeft uitgestraald ineens weer de saaie huisvader siert. (Bouke van Eck)

Hero (Zhang Yimou, 2002)

De eerste wuxia-film die een succes werd in het westen was de sleeper hit Crouching Tiger, Hidden Dragon, dus die valt niet onder de blockbusters. Maar meteen daarna begon men in Hong Kong en China meer van dit soort films te maken. Van die films vind ik Hero de beste. Regisseur Zhang Yimou had in het begin van zijn carrière al met Red Sorghum, Ju Dou en Raise the Red Lantern een trio historische films afgeleverd. De visuele flair van die films (bijvoorbeeld de scènes tussen de lakens in Ju Dou) vertaalde hij makkelijk naar de meer op actie gerichte stijl van wuxia. Bovendien verzamelde hij een all star-cast met Tony Leung, Jet Li, Maggie Cheung, Ziyi Zhang en Donnie Yen die de film met gemak draagt. (Bouke van Eck)

Inside Out (Pete Docter, Ronnie Del Carmen, 2015)

Waar het merendeel van de Hollywoodstudio’s films inplant in Excell-sheets voordat er ook maar een originele gedachte in het hoofd van een scenarist is opgekomen, maakt Pixar films op hun eigen tempo, zonder de tirannie van een marketingdepartment. Elke film wordt uitgebreid uitgewerkt voordat het maakproces begint. Dit leverde tot nu toe bijna alleen maar instant-klassiekers op, waarbij Inside Out misschien wel de beste film is tot nu toe. Dat komt niet alleen door de prachtige animatie, maar vooral door de emotionele diepgang en geslaagde boodschap van de film, waarin Riley zich realiseert dat opgroeien betekent dat je om moet leren gaan met al je emoties, zowel de positieve als de negatieve. Het zorgde in ieder geval voor vochtige oogjes en dichtgeknepen keeltjes bij de meest geharde filmcritici. (Luuk van Huët)

Interstellar (Christopher Nolan, 2014)

Wie het over hedendaagse blockbusters heeft, kan niet om Christopher Nolan heen. Persoonlijk ben ik geen groot fan (Inception vond ik ronduit vervelend), maar ondanks dat veel van waar ik me aan erger in zijn films (overgecompliceerde plots, pseudo-filosofie, gehussel met tijd) ook Interstellar kenmerkt, is die film voor mij de uitzondering. Sentimenteel, overambitieus, pretentieus; Interstellar is het allemaal, maar het is vooral ook een cinematische ervaring die mij compleet overdonderde en door elkaar schudde en waarvan de enorme emotionaliteit me ontroerd achterliet. (Elise van Dam)

Jurassic Park (Steven Spielberg, 1993)

Is dit een van de engste blockbusters ooit gemaakt? Ik kan me weinig grote films herinneren met meer iconische shots, meer geweldige oneliners, sterke acteerprestaties en verbluffende special effects. Tot op de dag van vandaag blijft het onwaarschijnlijk hoe ze de dinosaurussen tot leven hebben gewekt met computers, stop-motion en effecten. Daarnaast toont Jurassic Park het belangrijkste ingrediënt voor een goede film: een goed script. (Luuk Imhann)

Kingdom of Heaven (Ridley Scott, 2005)

Ridley Scott is wellicht de koning van de blockbuster. Kingdom of Heaven is niet zijn beste film, maar met name de Director’s Cut laat een nuance zien die vaak ontbreekt in de doorsnee blockbuster. We zien een sympathieke held die ondanks zijn goede bedoelingen uiteindelijk een speelbal is in een politiek en religieus mijnenveld dat eng genoeg veel overeenkomsten vertoont met de huidige status quo. Een blockbuster met een boodschap dus. (Indra Provaas)

Lethal Weapon (Richard Donner, 1987)

Debuterend scenarist Shane Black perfectioneerde met deze vrijwel foutloze actiefilm de blauwdruk van de buddy cop movie en lanceerde tegelijkertijd ‘die gozer uit de Mad Max-films’ naar de stratosfeer der supersterren. Terecht, want Mel Gibson is in topvorm als suïcidale vechtmachine die op drie pakjes sigaretten per dag nog makkelijk een paar kilometer achter een auto aan kan sprinten. De geweldige chemie tussen hem en Danny Glover is de voornaamste reden dat de film zo goed is, ook al is de uiteindelijke serie net één deel te lang. De eerste drie avonturen van het onmogelijke politieduo Riggs & Murtaugh blijven met recht moderne actieklassiekers. (Vincent Hoberg)

Mad Max: Fury Road (George Miller, 2015)

Film is beweging. En dat is precies de essentie waartoe George Miller zijn vierde Mad Max-film terugbracht. Dat de film barst van de adrenaline is te danken aan Millers vastberadenheid om de achtervolgingen (inclusief halsbrekende stunts) werkelijk te laten uitvoeren in de Namibische woestijn. Het maakt dat de actie tastbaar voelt en daardoor des te intenser. Dit is het werk van een man met een visie, optimaal ondersteund door een fantastische production design en sterke rollen van Tom Hardy en vooral Charlize Theron. Het is wat snel, maar ik ben geneigd Mad Max: Fury Road een meesterwerk te noemen. (Elise van Dam)

The Matrix (Wachowski’s, 1999)

Wat een revolutie was The Matrix in filmland! Was er ooit een actiefilm zo cool als dit meesterwerk van de gezusters Wachowski, met spectaculaire special effects en te gekke kleding. Geen actiefilm zou ooit nog hetzelfde zijn en iedereen verloor zichzelf in het denken over een alternatieve wereld waar wij mensen batterijen voor robots zijn en we allemaal in een simulatie leven. (Luuk Imhann)

Mission:Impossible (Brian de Palma, 1996)

‘Geliefde tv-serie wordt leeg Tom Cruise-vehikel.’ ‘Brian de Palma zwicht voor het grote geld.’ De critici schreeuwden moord en brand over de – toegegeven – gelikte filmadaptatie van de klassieke spionnenserie Mission: Impossible. Zelfs de acteurs uit de tv-serie waren verre van amused over het controversiële einde. Zet echter de radicaal-fundamentalistiche bril even af en je ziet een lekkere rollercoaster van een actiefilm, vakkundig geregisseerd door de Palma. Mede door het succes van Mission: Impossible kwam er een stroom verfilmingen op gang van andere semi-antieke tv-series, maar het plezier en de spirit van het bronmateriaal wordt nergens zo goed benaderd als in dit ‘holle misbaksel’. (Vincent Hoberg)

Pacific Rim (Guillermo del Toro, 2013)

Pacific Rim is met stip de beste blockbuster van de laatste 5 jaar. Wat de film onderscheidt, is dat hij zichzelf niet te serieus neemt. De opzet is simpel maar juist daarom zo effectief. Het is monster versus machine, gesteund door een minimale plot die dankbaar leent van diverse elementen uit een mix van Japanse en westerse populaire cultuur. Gevechten met als hoogtepunt een drie tegen twee in de baai van Hong Kong: puur en pretentieloos popcornvermaak. Het vervolg staat gepland voor een release in 2018. (Indra Provaas)

The Poseidon Adventure (Ronald Neame, 1972)

De officiële aftrap van het in de jaren 70 extreem populaire subgenre ‘De Rampenfilm’ werd genomen door Airport (1970), maar het was producent Irwin ‘Master of Disaster’ Allen die pas echt klinkende munt wist te slaan uit vloedgolven en vuurzeeën. Zijn recept van een kudde beroemde acteurs versus een ramp werd film na film bespottelijker, maar dit relaas over de gekantelde oceaanstomer blijft een eersteklas nagelbijter met Gene Hackman als rebelse dominee die een groepje overlevenden naar de onderkant van het schip moet loodsen. Extra bonus: Geweldige special effects en de soundtrack van John Williams, vlak voordat hij de huiscomponist van de Lucas/Spielberg clan zou worden. (Vincent Hoberg)

Robocop (Paul Verhoeven, 1987)

In een dystopische versie van Detroit wordt agent Alex Murphy aan flarden geschoten. Megabedrijf OCP ziet de kans om een cyborg agent van hem te maken met als doel de criminaliteit in te dammen. Tegelijkertijd heerst er concurrentie binnen OCP en wilt het megabedrijf Detroit omtoveren tot een utopia. Dit natuurlijk ten koste van de mensen die moeten overleven in de door misdaad geteisterde straten van Detroit. Regisseur Verhoeven kiest ervoor door middel van een cyberpunk actiefilm corruptie, massaconsumptie en de Amerikaanse manier van misdaadbestrijding aan de kaak te stellen door er een absurdistisch gewelddadige en satirische toon aan te geven. De special effects zijn uitmuntend, de score is episch en de film bevat met OCP robot Ed-209 één van de meest hilarische stop-motion scènes ooit gemaakt. Alleen al die scene steelt de show als metafoor voor de onbekwame manier van misdaadbestrijding in de US of A. Verhoevens vermogen om in een simpele actie sci-fi een maatschappijkritische toon door te voeren zonder dat het de film prekerig maakt of zijn doel als blockbuster voorbij te schieten is bewonderenswaardig te noemen. (Patrick van Haaren)

Soldaat van Oranje (Paul Verhoeven, 1977)

De première van deze Nederlandse oerblockbuster is minstens zo mythisch als de film zelf. Het was met 5 miljoen gulden al de duurste film ooit in Nederland gemaakt, maar de gala-avond in Tuschinski was groter dan groot: hoofdrolspelers Jeroen Krabbé en Rutger Hauer kwamen voorrijden op een motor, de hele koninklijke familie was aanwezig en er was groot applaus voor regisseur Paul Verhoeven, voor hij met pek en veren uit Nederland werd weggejaagd. Soldaat van Oranje kon op weinig sympathie van filmcritici rekenen (NRC: ‘Nederlands duurste speelfilm doet niets voor de filmcultuur in Nederland’, Het Parool: ‘De huzarenstukjes die de flapdrolhelden Erik en Guus volbrengen zijn voorspelbaar en zonder verrassingen’) maar het publiek viel als een blok voor de film. Een kenmerk van meer blockbusters. (Nico van den Berg)

Spartacus (Stanley Kubrick, 1960)

Een film die stamt uit de tijd voordat de blockbuster gemeengoed werd, nog wel gemaakt door de gerespecteerde auteur Stanley Kubrick, is misschien een aparte keuze in dit rijtje, maar ook makkelijk verdedigbaar. Er waren ook voor Jaws al spectaculaire films gemaakt op een groot budget die als evenement op zich aangeprezen werden. Eind jaren 50 was waarschijnlijk de swords and sandals-variant hiervan het grootst met films als The Ten Commandments en Ben-Hur. Kubrick heeft zich nooit afgekeerd van dit soort genres, maar Spartacus past van al zijn films het best in het straatje van de blockbuster, met een vergelijkbaar budget als dat van Ben-Hur, en een rits sterren als Kirk Douglas, Laurence Olivier, Jean Simmons en Tony Curtis. Naast episch is de film gewaagd, met een homo-erotische lading, en doorspekt met de obsessies van Kubrick, met name het rebelse aspect. (Bouke van Eck)

Starship Troopers (Paul Verhoeven, 1997)

Ultra-gewelddadig, satirisch en antifascistisch; Starship Troopers is Paul Verhoeven op z’n best. Een film waarvan de verpakking (knappe soapacteurs, clichématige dialogen, hersenloze actiescènes) een commentaar is, waarbij de grap is dat die verpakking fantastisch is uitgevoerd, want Verhoeven is een meesterlijke actieregisseur. Misschien dat de film daarom, laat ik het eufemistisch uitdrukken, niet helemaal begrepen werd bij de release in Amerika. Maar zoals vaker bij Verhoeven hebben de jaren de consensus weten te keren. En terecht. Starship Troopers is een zeldzaam subversieve blockbuster en een van de beste sciencefictionfilms, punt uit. (Elise van Dam)

The Terminator (James Cameron, 1984)

T-800 android Arnold Schwarzenegger wordt in 2029 teruggestuurd in de tijd naar 1984 om Sarah Connor (Linda Hamilton) uit te schakelen. Sarah speelt een belangrijke rol in de komst van het verzet tegen de androids. Tegelijkertijd wordt Kyle Reese, een soldaat uit het verzet teruggestuurd om Sarah Connor te beschermen tegen de Terminator. Een simpel maar goed doordachte plot met thrillerelementen en een tijdreisthema. De special effects waren destijds spectaculair, maar sommige doen nu hilarisch gedateerd aan wat voor mij persoonlijk de film een bepaalde charme meegeeft. Ook de score is van hoge klasse en de film is uitgegroeid tot één van de meest herkenbare franchises uit de filmgeschiedenis. De film was destijds uniek. Geen aliens, geen fantasy zoals in Star Wars, maar een thriller die vrij realistisch en rauw overkomt als een standaard actiefilm. James Camerons regie is uitstekend en zijn blik op special effects en design zijn al in deze relatief vroege film terug te zien en zijn in latere genrefilms ook als inspiratiebron gebruikt. (Patrick van Haaren)

Total Recall (Paul Verhoeven, 1990)

Een virtuele vakantie als geheim agent op Mars wordt een nachtmerrie als Douglas Quaid erachter komt dat deze fantasie misschien wel werkelijkheid is. Op Mars heerst een rebellenopstand tegen gouverneur Coohagen die zijn volk onderdrukt met hoge energieprijzen die het voor de onderlaag van de kolonie onmogelijk maakt te overleven. De hoge productiewaarde, special effects en Arnold Schwarzenegger in de hoofdrol maakten van deze film een kassucces. Ondanks het hoge actiegehalte geeft regisseur Paul Verhoeven je ook genoeg te denken in Total Recall, gebaseerd op het korte verhaal We Can Remember It for You Wholesale van Philip K. Dick. Een actie/sci-fispektakel, maar ook een tech-noirachtige mindfuck doorspekt met een maatschappijkritische ondertoon en een flinke dosis satire. (Patrick van Haaren)

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren