Nu aan het lezen:

De beste 10 films volgens Luuk Imhann

De beste 10 films volgens Luuk Imhann


Laat niemand je zeggen dat 2017 geen goed filmjaar was, of dat het beter of minder was dan andere jaren. Elk jaar is een goed filmjaar en 2017 was geen uitzondering.

Ik toon mijn films in alfabetische (dus willekeurige) volgorde. Film is geen competitie, zoals geen enkele kunst dat is. Dit zijn tien films die ik opnieuw zou willen zien, of die ik aan zou raden aan jou of een ander. Vergeet namelijk nooit wat filmjournalistiek moet doen:

‘Het goed verwoorden van een dieper inzicht in een film, het vergroten van het kijkplezier van je lezers en het benoemen van gelaagdheden die je lezers anders doen nadenken over cinema in het algemeen.’

Laat ik drie disclaimers maken voor ik je mijn tien films van het jaar noem. Allereerst: er zijn films die nog niet uit waren toen ik dit lijstje maakte: The Party, The Last Jedi, On Body and Soul, Thelma, Human Flow, Wonder Wheel, The Disaster Artist en Molly’s Game. Ik ben benieuwd naar deze films, maar ze kunnen onmogelijk in dit lijstje staan.

Niet in mijn lijst, maar werk waar ik van genoten heb, in alfabetische volgorde: Brimstone, Blade Runner 2049, Fences, The Girl with All the Gifts, Good Time, The Handmaiden, Logan, Moonlight, mother!, Okja, Paterson, Personal Shopper, Valerian and the City of a Thousand Planets en Wonder Woman.

Niet in mijn lijst, omdat ik de films simpelweg niet heb gezien (je kunt niet alles tot je nemen) zijn, in alfabetische volgorde: After the Storm, l’Amant Double, Aquarius, Bad Black, The Beguiled, Faces Places, Happy End, Headshot, Jim & Andy, Lady Macbeth, Logan Lucky, Loveless, La Mort de Louis XIV, Paddington 2, Raw en Your Name.

20th Century Women (Mike Mills)

De mensheid, zo betoogt deze film, kun je indelen in twee categorieën: of je bent voor de Sex Pistols, of je bent voor de Talking Heads. Het is onmogelijk om beide te kiezen, of je van een keuze te onthouden. Mike Mills (Beginners) toont ons het leven in 1979; iedereen is punk, maar het hangt er wel van af welke kant van de zaak.

Dit is een film waarvan sommige critici zullen zeggen dat hij plotloos is, maar dit klopt niet. 20th Century Women is een typische coming-of-agefilm, waarin we Julie (Elle Fanning) volgen in haar route naar volwassendom. De reden dat jij of anderen kunnen denken dat deze film geen plot heeft, is omdat hij gemaakt is door een schrijver en regisseur die iets te zeggen hebben. Het scenario biedt veel ruimte aan haar moeder (Annette Bening), de vrouw die boven hen woont (Greta Gerwig) en de man die in allebei geïnteresseerd is (Billy Crudup). De beelden tonen ons meer dan een verhaal; het toont ons het leven. Wanneer je deze film gemist hebt, kan dit een reden zijn hem te zien, omdat je interesse hebt in het leven van een vrouw uit de twintigste eeuw.

American Honey (Andrea Arnold)

Zoals ik dit jaar schreef in het artikel Radicalen zonder reden: ‘Fuck, geef ons de rebellen, de radicalen zonder reden die de uitgekotste Hollywoodmythen van jeu voorzien en die de tragisch saaie filmster levens dragelijk maken. Geef ons Marlon Brando, Johnny Depp, Courtney Love, Dennis Hopper, Lindsey Lohan, Nicolas Cage en Miley Cyrus. Maar bovenal: geef ons Shia LaBeouf.
Gehaat, verafschuwd door velen is hij, het enfant terrible, zodat je bijna vergeet dat hij fantastische rollen heeft neergezet. Wat te denken van zijn rol als alcoholverslaafde in droogleggingsdrama Lawless (2012) of zijn extreme rol als religieuze tanksoldaat in Fury (2014)? In Andrea Arnolds laatste film, American Honey (2016), steelt hij de show als Jake, een jongeman die een groep tijdschrift-verkopers leidt op een road trip door de Verenigde Staten. Al deze karakters hebben diepere lagen, daar zorgvuldig ingelegd door LaBeouf, een van de grote acteurs die het method acting onder controle heeft.

Wat ik waardeer in acteurs zijn de keuzes die ze maken. De moeilijke filmrollen, de vreemde personages die ze moeten spelen en de diepte die ze daarin zoeken. De laatste jaren is het curriculum van LaBeouf gevuld met moeilijke keuzes, met driedimensionale karakters in films van eigenzinnige regisseurs.)’

Daarnaast vermeldde ik Arnolds film in mijn lijst van 52 films door vrouwelijke regisseurs (voor wie een jaar lang wekelijks naar films door en van vrouwen wil kijken.

Dunkirk (Christopher Nolan)

Een van de beste scenario’s van dit jaar is voor mij Dunkirk, geschreven door Christopher Nolan (Interstellar, The Dark Knight). Uit mijn artikel Macht aan het scenario:

‘Auteurs zijn geen regisseurs die schrijven. Het zijn schrijvers die regisseren. Dat is wat veel mensen niet begrijpen als ze denken of schrijven over de films die ze hebben gezien: de macht ligt bij het scenario. (…) Alles is terug te leiden tot het script, zoals elk gebouw terug te leiden valt tot een bouwtekening. Als er iets ontbreekt of misgaat, is dat vaak te herleiden tot fouten in de basisstructuur. Te vaak is in lof of kritiek het scenario het ondergeschoven kindje. Alles begint en eindigt bij de woorden op papier. (…) We denken aan de verhalen die ze vertellen, de personages die ze ons geven, de sfeer, emoties; we onthouden beelden en momenten, zelfs geluidseffecten of muziek, we praten nog dagen na over scènes en sequenties, omdat we tot in het diepst van onze kern geraakt worden. Alles is scenario.’

Ik werd in alles geraakt door Dunkirk en de manier waarop Christopher Nolan verschillende locaties (zee, lucht, strand) toont, die nog eens allemaal in een ander tijdsbestek voorbij komen (een week, een uur, een dag). Meesterlijk gedaan, vond ik. In mijn ogen is Nolan een groot auteur.

Get Out (Jordan Peele)

Soms komt er uit het niets een film die precies het jaar vat, de golfbewegingen en actuele thema’s. Zo’n film is Get Out. Makkelijk gezegd is het een horror over racisme, maar daarmee doe je deze film van Jordan Peele (nota bene zijn debuut) flink tekort. Ik schreef dit jaar een artikel over films die een nieuw leven konden krijgen:

‘Nu het prijzenseizoen begonnen is (en veel nieuw leven voor films begint daar) wordt [Get Out] veelvuldig genoemd, met name het scenario van Jordan Peele. Logisch natuurlijk, want elke goede film wordt gedragen door het scenario. En veelvuldig genoemd worden in lijstjes van nominaties helpt natuurlijk ook om de film in het collectieve geheugen te houden, en dit is nodig voor de gedroomde stempels. Meestersite BFI zette Get Out alvast in het beste-van-het-jaar-lijstje, geen slecht begin’

A Ghost Story (David Lowery)

Voor mij typeerde A Ghost Story (samen met o.a. It Comes at Night, Get Out en The Killing of a Sacred Deer) de geboorte van een genre:

‘Jarenlang werd het horrorgenre niet voor vol aangezien, vooral vanwege de grote publiekstrekkers als The Ring, die door een overvloed aan jump scares je weliswaar veel nachtmerries bezorgden, maar er niet in slaagden als film een verhaal te vertellen dat voor meer stond dan een exercitie in bang maken.

Hoe anders dit nieuwe genre, waarin het bang maken ondergeschikt is aan het vertellen van een verhaal en het overbrengen van emotie. De films in het posthorrorgenre lijken meer belang te hechten aan gelaagdheid dan aan angst.

Neem de jump scare, een moment van montage en een plotseling geluidseffect waarmee je de stuipen op het lijf wordt gejaagd. In tijden van Scream en The Ring waren ze veelvuldig aanwezig, en wanneer ze gebruikt werden, was dit altijd op momenten die voor het plot belangrijk waren; op momenten dat er iemand sneuvelde.

Kijk naar A Ghost Story, waarin David Lowery de schrikeffecten op andere momenten gebruikt (het vergaan van tijd) en zo extra aandacht geeft aan de gelaagdheid van zijn cinema, in plaats van je bang te maken met een nieuw slachtoffer van een geest (The Ring) of seriemoordenaar (Scream).’

It Comes at Night (Trey Edward Shults)

Een van de meest interessante films van het jaar vond ik It Comes at Night, vooral omdat je er zo eindeloos over door kan denken, zo betoogde ik dit jaar ook:

‘Weggeblazen was ik door It Comes At Night, een posthorror van de jonge regisseur Trey Edward Shults. Het deed me denken aan films als Children of Men, Take Shelter en Melancholia; allemaal films die op een gevoelige (en emotioneel sterke) manier reageren op het eendimensionale genre post-Apocalyps. (…)

Een van de sterke kanten van de film vind ik ook dat je het zelf mag bedenken, de diepere laag. En dat je zo dus nooit fout zit. Wat is het dan wat ’s nachts komt? Die titel, daar blijf ik nog weken over nadenken.’

The Killing of a Sacred Deer (Yorgos Lanthimos)

Enkele weken terug schreef ik over de maker van The Killing of a Sacred Deer; een staaltje posthorror van Griekse makelaardij over een chirurg die er een bijzondere vriendschap op nahoudt met de zoon van een overleden patiënt:

‘In enkele jaren is de Griekse auteur Yorgos Lanthimos uitgegroeid tot lieveling van de Europese cinema. Via Dogtooth, Alps en The Lobster veroverde hij vele absurde harten. Zijn laatste werk, The Killing of a Sacred Deer, draait nu in de bioscoop en grijpt datzelfde hart vast en knijpt tot je niet meer kan bewegen.’

Poesía sin fin (Alejandro Jodorowsky)

Dit jaar schreef ik herhaaldelijk over Poesía sin fin: ‘De beste film over poëzie is misschien wel Poesía sin fin, van Alejandro Jodorowsky, die vorige maand in de bioscoop draaide. Als je denkt: ‘er is nooit meer iets anders’ of je mist de gevoeligheid, de intense emoties en het spelen met vorm van poëzie in films, of als je besluit in heel 2017 slechts één film te zien, koop dan dit meesterwerk van de al 87-jarige regisseur.’

Daarnaast ging ik erover in gesprek met Luuk van Huet:

‘Ik hou van de manier waarop poëzie wordt weergegeven in Poesía sin fin: als vreemde (droomachtige) levenskracht. Misschien is de helft van wat je zegt onzin. Dat maakt niet uit! Misschien zijn je dromen onhaalbaar, je liefdes vertrokken of je kansen verkeken. Dat geeft niet! Leef! Ga!’

Song to Song (Terrence Malick)

Al je helden zullen vallen, betoogde ik dit jaar, en daarbij dacht ik zeer aan Terrence Malick, een van mijn helden (zie hier mijn liefdevolle ode aan zijn werk). Voor velen is de ster van Malick dalende, omdat ze zijn laatste paar films te poëtisch of te spiritueel vinden. Mijn standpunt: dat kan niet. Elke film is precies zo poëtisch of spiritueel als hij moet zijn. Als dat niets voor jou is, ga er dan niet heen.

Dit jaar schreef ik dit erover:

Song to Song is zonder script geschoten, en het is de derde film waarbij Malick dit doet. Of de film wel of niet geslaagd is, is eigenlijk niet per se interessant – het is de vraag in hoeverre je bereid bent je te laten meevoeren in een maalstroom waar iedereen zoekt, doolt, dwaalt, en niemand een antwoord vindt op de vragen, omdat ze de vragen niet weten.’

The Square (Ruben Östlund)

Ruben Östlund is een auteur, een soort filmmaker waar ik dit jaar over schreef:

‘Film is kunst, zoals beeldhouwwerk of poëzie dat ook is. Dus is er een maker achter het werk, de kunstenaar die verantwoordelijk is voor alles wat je er goed of slecht aan vindt. Dat er aan een film honderden mensen meewerken doet daar niets aan af. Er zijn meer dan tien mensen betrokken bij de totstandkoming van een roman en een opera wordt door een heel orkest uitgevoerd, maar is toch uit het brein van een persoon ontsproten. Vergeet bovendien de kunstenaars niet die hun studenten het werk lieten uitvoeren, van Rodin tot Michelangelo. Of, zoals Truffaut zei: ‘Er zijn geen goede en slechte films, alleen goede en slechte regisseurs.’

In dat geval wil ik Ruben Östlund tot een goede regisseur uitroepen, vanwege zijn pastiche op de kunstwereld The Square.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken